Verander gewoon één iets aan je lifestyle! (OPINIE)

Wereld | milieu | 15-6-2018 | IPS

Heb jij ook wel eens de neiging om af te haken bij het zoveelste deprimerende nieuws over conflicten, gedwongen migratie, hongersnood, overstromingen, verdwijnende diersoorten of de klimaatverandering? Toch kunnen we zelf, door kleine aanpassingen aan onze levensstijl, een groot verschil maken. Dat schrijft Monique Barbut, ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Niemand wil pesticiden

Wereld | milieu | 4-6-2018 | MO*

De bewoners van het Zuid-Tiroolse dorpje Malles, in Italië, zijn een strijd gestart tegen pesticiden. Waarom? Ze zijn geïnformeerd. Bioboer Günter heeft de dorpelingen uitgelegd waarom pesticidengebruik zo slecht is. Nu iedereen zich bewust is van het gevaar, wil vrijwel niemand nog pesticiden gebruiken.
Lees meer

______________________________________________________________________________

Vlees en zuivel mijden is beste voor milieu
Wereld | milieu | 1-6-2018 | IPS

Het was de onderzoekers eigenlijk niet om uitspraken over consumentengedrag te doen. Wel wilden ze gedetailleerd alle milieuparameters onderzoeken van de belangrijkste voeding, van boerderij tot bord. Daarvoor analyseerden ze een enorme hoeveelheid gegevens van meer dan 40.000 boerderijen in 119 landen over de hele wereld.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Betalen we genoeg voor ons voedsel?

Wereld | voedsel | 31-5-2018 | MO*

Een goedkope tomaat kan in werkelijkheid veel meer kosten dan de prijs doet vermoeden. Danielle Nierenberg van Food Tank en Emily Payne, publicist over voedsel en landbouw, pleiten voor een diepgaande transitie in de landbouw.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Wereldwijde voedselsysteem moet op de schop

Wereld | voedsel | 30-5-2018 | IPS

Met 800 miljoen mensen die honger lijden, is het duidelijk dat het wereldwijde voedselsysteem niet werkt. Maar nooit eerder waren er meer kansen, kennis en vaardigheden om daar iets aan te veranderen, zegt Alessandro Demaio, ceo van de Noorse ngo EAT.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Inheemse gemeenschap in Mexico rekent af met misdaad

Mexico | ontwikkeling | 27-5-2018 | MO*

Zeven jaar geleden gooide Cherán illegale houtkappers en hun handlangers in politiek en politie buiten. Vandaag is de inheemse gemeenschap een eiland van rust in de turbulente deelstaat Michoacán (Mexico). Een bloeiende kunstscene biedt jongeren een alternatief voor migratie.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Voedingswaarde rijst daalt bij hogere CO2 concentraties

Wereld | klimaat | 24-5-2018 | IPS

Meer CO2 in de atmosfeer leidt tot een lagere voedingswaarde van rijst, blijkt uit internationaal onderzoek. Vooral de hoeveelheid ijzer, zink, proteïnen en vitamine B1, B2, B5 en B9 nam af bij rijst die groeide bij CO2-concentraties die verwacht worden in de tweede helft van deze eeuw.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Temperatuurstijging beperken tot anderhalf graden Celsius redt massaal veel diersoorten

Wereld | klimaat | 22-5-2018 | IPS

Als we de globale temperatuur kunnen beperken tot een stijging van maximum 1,5 graden Celsius zal een groot aantal dieren en planten gered worden. Dat stelt onderzoek van de Britse Universiteit van East Anglia en James Cook in Australië.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Farmville, maar dan in het echt

India | landbouw | 22-5-2018 | MO*

Elke dag plegen in India twintig boeren zelfmoord. Ze kunnen niet op tegen de lage prijs van de industriële landbouw en steken zich in de schulden om de oogstopbrengst te vergroten door investeringen in werktuigen, zaden, pesticiden en kunstmest. Nu een groeiende middenklasse gezond voedsel op zijn bord wil, heeft ook de IT de landbouw ontdekt en zoekt alternatieven in een getroebleerde sector.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Groene technologie loont in Afrika

Afrika | klimaat | 20-5-2018 | IPS

Verschillende landen op het Afrikaanse continent tonen aan dat technologie en innovatie hen een stap dichter brengen om de uitdagingen van de toekomst te weerstaan. Landen als Kenia, Mali, Senegal, Namibië en Marokko hebben groene klimaatoplossingen met succes omarmd.
Lees meer

______________________________________________________________________________


NASA: Watertekorten worden cruciaal probleem

Wereld | water | 18-5-2018 | IPS

Het team van de NASA analyseerde vijftien jaar aan metingen door de GRACE-satelliet, die zoetwatervoorraden over de hele wereld opspoort. Die gegevens combineerden ze met neerslagdata, irrigatiemodellen en onderzoeken over de menselijke activiteiten. Op die manier kregen ze een gedetailleerd overzicht van de trends in 39 gebieden.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Europees Hof: EU mag bijendodende pesticiden verbieden

Europa | milieu | 17-5-2018 | IPS

Het Europees Hof geeft de Europese Commissie gelijk wat betreft beperkingen op drie pesticiden die bijen schaden. De fabrikanten van de pesticiden bijten in het zand.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Droogste landen hebben enorm potentieel voor zonne- of windenergie

Wereld | energie | 15-5-2018 | IPS

Om stroom op te wekken is vaak veel water nodig, of het nu gaat om het koelen van stoom in thermo-elektrische installaties of om turbines te doen draaien in waterkrachtcentrales. De wereldwijde vraag naar zowel water als elektriciteit zal de komende decennia ook aanzienlijk blijven toenemen.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Landbezit verandert weinig aan rol Afrikaanse boerin

Wereld | ontwikkeling | 15-5-2018 | IPS

Algemeen wordt aangenomen dat het herverdelen van eigendommen ten voordele van vrouwen, deze vrouwen in een sterkere positie brengt. De onderhandelingskracht zou toenemen en het inkomen zou hoger worden. Ook zou de stem van vrouwen meer gehoord worden. De realiteit is vaak heel anders.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Last van onkruid? Eet het op!

Wereld | voedsel | 14-5-2018 | MO*

Ook dol op superfoods? Het zijn voornamelijk trends gecreëerd door slimme marketeers, voedsel dat vooral gegeten wordt om er bij te horen of om hip te zijn. Doordat trends wel eens kunnen uitdoven, wat bij quinoa het geval is, worden boeren uit ontwikkelingslanden de dupe van de wispelturigheid van westerlingen.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Slimme aanpak van nieuw mijnbouwproject in Peru voorkomt protest

Peru | grondstoffen | 8-5-2018 | MO*

Mijnbouwbedrijf Southern, de nieuwe eigenaar van de kopermijn Michiquillay, investeert 200 miljoen dollar in sociaal fonds om lokale bevolking aan zijn kant te krijgen.
Lees meer

______________________________________________________________________________


In Zuid Soedan is humanitaire hulp weigeren een oorlogsstrategie

Z-Soedan | ontwikkeling | 8-5-2018 | MO*

Tijdens een bezoek aan Zuid-Soedan hoorde onderzoekster Christine Monaghan getuigenis na getuigenis van hulpverleners die hun werk niet naar behoren kunnen uitvoeren, schrijft ze. Hulporganisaties en konvooien worden tegengewerkt zodat hun levensreddende middelen niet tijdig bij burgers in nood geraken.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Milieubewegingen geschokt door voorstel Europese begroting

Wereld | milieu | 3-5-2018 | IPS

Milieuorganisaties zijn unaniem in hun afkeuring van de Europese Meerjarenbegroting die gisteren (woensdag) door de commissie werd voorgesteld. Het is absoluut onvoldoende om de uitstoot terug te dringen, het verlies van biodiversiteit te stoppen of de economie duurzamer te maken, zeggen ze.
Lees meer

______________________________________________________________________________


37 klimaatmodellen voorspellen meest extreme weer in armste landen
Wereld | klimaat | 3-5-2018 | IPS

De rijke landen die het meest hebben bijgedragen aan de klimaatverandering zullen in de toekomst minder temperatuurschommelingen, zoals hitte- en koudegolven ervaren dan arme landen. Een internationaal team wetenschappers spreekt van een “klimaatonrechtvaardigheid” die niet eerder is geconstateerd.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Verklaring van Berlijn: Een nieuwe visie voor cacao

Wereld | ontwikkeling | 3-5-2018 | MO*

“De groei van duurzaamheidsinitiatieven heeft niet bijgedragen tot betere leefomstandigheden voor cacaoboeren.” In zijn openingsrede zet Dr. Jean-Marc Anga, Directeur van de Internationale Cacao Organisatie (ICCO) de toon voor de conferentie.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Steeds meer wapengeweld tussen herders en boeren in Sahel

Sahel | ontwikkeling | 3-5-2018 | MO*

Werden ruzies tussen herders en boeren vroeger nog vaak via dialoog opgelost in de Sahel, sinds enkele jaren komt er steeds meer wapengeweld aan te pas. Een gevolg van oorlogen in omringende landen zoals Libië en Mali, constateert Olayinka Ajala, politicoloog aan de University of York.
Lees meer

______________________________________________________________________________

Zwitserse natuurgebieden liggen vol microplastics
Zwitserland | milieu | 2-4-2018 | IPS

Op plekken in heel Zwitserland blijkt de bodem vervuild met microplastics. Wetenschappers pleiten voor dringend onderzoek naar de gevolgen voor de voedselveiligheid.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Waarom beschavingen verdwenen zijn en de onze gevaar loopt

Wereld | cultuur | 1-4-2018 | MO*

De Chinese en Indiase beschavingen bestaan respectievelijk 5000 en 3500 jaar en hebben allicht nog een hele tijd te gaan. De geschiedenis leert echter dat vele grote culturen op een bepaald moment aan hun eind zijn gekomen. Wat zijn dan de verschillen tussen civilisaties die zich niet konden handhaven en samenlevingen die zich min of meer met goed gevolg wisten aan te passen aan veranderende omstandigheden? Welke vergissingen begingen diegenen die ten onder zijn gegaan ?
Lees meer

______________________________________________________________________________


De Cambodjaanse kust verdwijnt onder plastic

Cambodja | milieu | 1-4-2018 | MO*

Op plekken in heel Zwitserland blijkt de bodem vervuild met microplastics. Wetenschappers pleiten voor dringend onderzoek naar de gevolgen voor de voedselveiligheid.
Lees meer

______________________________________________________________________________


De verbeelding van de hoop

Wereld | milieu | 30-4-2018 | MO*

De ecologische impact van vliegreizen en de gevolgen daarvan voor het rechtvaardigheidsdebat.

______________________________________________________________________________


‘Europa trekt zich terug uit leiderschap rond mensenrechten. Dat is een gevaar voor de hele wereld’

Europa | mensenrechten | 28-4-2018 | MO*

’De zwakke verdediging van verdraagzaamheid en rechtsstaat is juist zo bedreigend als de aanval daarop door autoritaire populisten.’ ​Bijna een kwarteeuw is Kenneth Roth directeur van de toonaangevende mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch en in 2018 noemt hij de situatie in het naoorlogse Europa ernstiger dan ooit.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Europa verbiedt bijendodende pesticiden

Europa | landbouw | 27-4-2018 | IPS

Neonicotinoïden, de meest gebruikte insecticiden ter wereld, zullen nog dit jaar verboden worden op de Europese akkers. Dat heeft Europa beslist om de teloorgang van bijenpopulaties te stoppen.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Nederland krijgt 'honingsnelwegen'

Nederland | biodiversiteit | 26-4-2018 | IPS

Na Utrecht, Delft en Rijswijk heeft ook Friesland binnenkort een ‘Honey Highway’. Zo’n bloemenberm langs een autosnelweg is nodig omdat Nederland te weinig bloemen heeft en bijenpopulaties krimpen, zeggen de initiatiefnemers.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Ook boeren willen de bijen redden
Europa | biodiversiteit | 26-4-2018 | MO*

De toekomst van bijen is van groot belang voor boeren. Daarom vragen wij de EU om voor een verbod op bijendodende pesticiden te stemmen.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Veel eilanden mogelijk al rond 2050 onbewoonbaar

Wereld | klimaat | 26-4-2018 | IPS

Overstromingen hebben niet alleen impact op de infrastructuur en habitat, ze maken zoetwaterbronnen ook onbruikbaar. 
Lees meer

______________________________________________________________________________


Greenpeace: EU subsidieert meest vervuilende veebedrijven

Wereld | landbouw| 25-4-2018 | IPS

Europese landbouwsubsidies gaan naar enkele van de meest vervuilende veeteeltbedrijven in Europa, blijkt uit onderzoek van milieuorganisatie Greenpeace. België is weinig transparant. 
Lees meer

______________________________________________________________________________


Heeft het nog zin om fair trade chocolade te eten?

Wereld | landbouw| 25-4-2018 | MO*

Vorige week maakte de Cacaobarometer, een tweejaarlijks initiatief van Europese vakbonden en ngo’s, bekend dat in West-Afrika 2,1 miljoen kinderen werken op de cacaoplantages.   
Lees meer

______________________________________________________________________________


Leiders Gemenebest verhogen klimaatinspanning en nemen “Blue Charter” voor de oceanen aan

Wereld | klimaat | 24-4-2018 | IPS

Naast een hele reeks groene aankondigingen verklaarden alle 53 leiders van de naties van het Gemenebest opnieuw om ‘de inspanningen voort te zetten om de temperatuurstijging te beperken tot maximaal 1,5 graden Celsius boven het pre-industriële niveau.’  
Lees meer

______________________________________________________________________________


Hotels hebben overtuigende businesscase om voedselverspilling tegen te gaan

Wereld | voedsel | 6-4-2018 | IPS

Onderzoek toont aan dat hotels zeven dollar kunnen besparen voor elke dollar die ze investeren in maatregelen om de verspilling van eten tegen te gaan. Vooral de buffetformule moet herbekeken worden.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Een derde van de Amerikaanse wilde dieren met uitsterven bedreigd

VS | biodiversiteit | 4-4-2018 | IPS

Een derde van de wilde dieren in de VS is met uitsterven bedreigd, stelt een alarmerend rapport van drie grote Amerikaanse natuurbehoudsorganisaties.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Het échte schandaal over vlees

Wereld | voedsel | 30-3-2018 | MO*

Hoe GM-soja massaal de EU binnenkomt en via dierlijke producten op uw bord eindigt.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Ethiopië boert goed maar kiest helaas opnieuw voor extensieve landbouw

Wereld | Water | 27-3-2018 | MO*

In de jaren 1984 — 1985 stierven honderdduizenden Ethiopiërs van de honger. De provincie Tigray (50.000 km²), toen zwaar getroffen, doet het vandaag opvallend goed, nochtans zonder tractoren of buitenlandse agrobedrijven. Maar er zijn voldoende rivieren die de vele vlakten in het voor de rest bergachtige land kunnen bevloeien. Tigray heeft ook een gevarieerd klimaat, waardoor er heel diverse gewassen geteeld kunnen worden, soms met meer dan één oogst per jaar. Ethiopië heeft alles om een landbouwtopland te worden.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Watervoorziening wereldwijd steeds problematischer

Wereld | Water | 27-3-2018 | IPS

Regeringsleiders hebben tijdens het Wereldwaterforum in de Braziliaanse hoofdstad Brasilia opgeroepen tot samenwerking en kennisuitwisseling op het gebied van waterbeheer. In steeds meer landen ontstaan problemen met de watervoorziening, onder meer als gevolg van droogte.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Versneld verlies aan biodiversiteit bedreigt menselijk welzijn, economie en voedselzekerheid

Wereld | Diversiteit | 26-3-2018 | IPS

Biodiversiteit - de essentiële variatie in de levensvormen op aarde - blijft achteruitboeren in de hele wereld. Vier diepgaande rapporten die vandaag zijn voorgesteld waarschuwen dat de capaciteit van de natuur wordt bedreigd als basis voor menselijk welzijn, economie en voedselzekerheid.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Handelsakkoorden bedreigen gezondheid

Wereld | Handel | 26-3-2018 | MO*

Handelsovereenkomsten kunnen schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid. Ze zorgen voor meer onzekere banen, ondermijnen de arbeidsomstandigheden en zetten de gezondheidszorg op grotere schaal open voor de markt. Dat is de analyse van de werkgroep “Determinanten van internationale gezondheid” van Be-cause Health en het Actieplatform Gezondheid en Solidariteit.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Acute honger neemt toe in de wereld

Wereld | Honger | 22-3-2018 | IPS

Het aantal mensen dat te kampen heeft met acute honger is in het voorbije jaar met 11 miljoen gestegen, blijkt uit een nieuw rapport van het Wereldvoedselprogramma.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Vogelpopulatie op Franse platteland daalt catastrofaal

Frankrijk | Diversiteit | 22-3-2018 | IPS

De vogelpopulatie op het Franse platteland is in de afgelopen vijftien jaar gemiddeld met een derde afgenomen. Dat concluderen Franse onderzoekers op basis van twee onderzoeken.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Wie zal zorgen voor de dagelijkse chapati van 1,7 miljard Indiërs?

India | Voedsel | 21-3-2018 | MO*

Begin maart stapten tienduizenden Indiase boeren honderden kilometers om in Mumbai hun gram te halen op een beleid dat hen –naar eigen zeggen- bedriegt en/of links laat liggen.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Klimaat drijft in volgende decennia 140 miljoen mensen op de vlucht

Wereld | Klimaat | 21-3-2018 | IPS

De toenemende impact van de klimaatverandering in drie dichtbevolkte regio’s in de wereld kan in de volgende dertig jaar 140 miljoen mensen op de vlucht drijven. Dat bedreigt de stabiliteit en de voortgang die geboekt is op het vlak van ontwikkeling, waarschuwt een rapport van de Wereldbank.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Gezonde en eerlijke voeding is een recht

Wereld | Voedsel | 19-3-2018 | MO*

Onze voedselketen, die tegen 2050 bijna 10 miljard mensen moet voeden, staat onder druk. Niet alleen is de uitdaging voor de voedingsnoden van de toekomstige wereldbevolking torenhoog, de huidige productie duwt landbouwers en verwerkingsbedrijven naar ongeziene maffiapraktijken om winsten te kunnen boeken in deze keten.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Biodiversiteit het vergeten broertje naast de klimaatverandering

Wereld | Klimaat | 17-3-2018 | IPS

Van 17 tot 24 maart komen in de Colombiaanse stad Medellín 750 deskundigen en beleidsmakers uit 115 landen samen om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen. Het gaat om het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten, kortweg IPBES. De instelling verzamelt de laatste wetenschappelijke kennis om beleidsmakers te informeren. De werking is vergelijkbaar met wat het veel bekendere IPCC voor de klimaatverandering doet.
Lees meer

______________________________________________________________________________


De vergroening van India is goed voor de hele wereld

India | Klimaat | 12-3-2018 | IPS

Als we vandaag inspanningen doen om India mee te begeleiden naar een ecologisch duurzame en sociaal inclusieve natie, zal dat meer dan 17 procent van de wereldbevolking ten goede komen, zegt Frank Rijsberman, directeur van het Global Green Growth Institute (GGGI). “Een duurzame toekomst voor India heeft impact op de hele wereld.”
Lees meer

______________________________________________________________________________


Overgewicht en obesitas zijn alarmerend hoog in Latijns-Amerika

L-Amerika | Gezondheid | 7-3-2018 | IPS

Overgewicht en obesitas hebben een alarmerend niveau bereikt in Latijns-Amerika. De VN-voedselorganisatie vraagt dringend actie.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Europa bevestigt: veelgebruikte pesticiden groot gevaar voor bijen

Europa | Landbouw | 28-2-2018 | IPS

Drie veelgebruikte neonicotinoïden vormen wel degelijk een gevaar voor bijen. Tot die conclusie komt de Europese voedselwaakhond EFSA vandaag in een rapport.
Lees meer

______________________________________________________________________________

Twee derde van Zuid-Soedanezen riskeert honger
Zuid-Soedan | Honger | 26-2-2018 | IPS

Zonder humanitaire hulp riskeren zeven miljoen mensen in Zuid-Soedan ernstige honger. Daarvoor waarschuwen drie agentschappen van de Verenigde Naties.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Chefs zetten duurzaamheid op het menu

Wereld | Voedsel | 26-2-2018 | IPS

Met One Planet Plate wil de Sustainable Restaurant Association chefs overal ter wereld aansporen om een duurzaam gerecht op de menukaart te plaatsen. Klanten moeten zich zo meer bewust worden van de impact van hun dieet op de planeet.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Veel steden hanteren verkeerde klimaatdoelen

Wereld | klimaat | 19-2-2018 | IPS

Veel steden hanteren verkeerde klimaatdoelen. Ze kijken alleen naar de uitstoot van wat er op hun grondgebied gebeurt, terwijl ze vooral naar die van hun consumptie moeten kijken, zeggen Britse onderzoekers.
Lees meer

______________________________________________________________________________

Toenemende behoefte aan melk in China heeft wereldwijde gevolgen
China | landbouw | 16-2-2018 | IPS

China heeft een toenemende honger naar melk. De melkconsumptie zal er in 2050 naar verwachting drie keer hoger liggen dan nu. Waar die melk geproduceerd moet worden is nog niet helemaal duidelijk.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Overheden wereldwijd verwaarlozen hun steden

Wereld | steden | 9-2-2018 | IPS

Nationale overheden over de hele wereld verwaarlozen de noden van hun grootste steden. Dat blijkt uit onderzoek door het Stockholm Environment Institute (SEI).
Lees meer

______________________________________________________________________________


Wat Zuidelijk Afrika kan leren van andere landen over droogte

Z-Afrika | water | 9-2-2018 | IPS

Landen in Zuidelijk Afrika moeten geïntegreerde plannen doordrukken om met de toenemende watertekorten om te gaan. Ze kunnen daarbij veel leren van de manier waarop landen als Israël en Australië dat hebben gedaan, schrijven Andrew Slaughter en Sukhmani Mantel, waterdeskundigen aan de universiteiten van Rhodes en Saskatchewan.
Lees meer

______________________________________________________________________________


Zuid-Soedan stevent af op grootste humanitaire ramp van Afrika

Soedan | ontwikkeling | 6-2-2018 | IPS

Zuid-Soedan is op weg om de grootste vluchtelingencrisis van Afrika te worden, zegt de VN-vluchtelingenorganisatie (Unhcr). “De humanitaire kosten van het conflict in Zuid-Soedan hebben epische proporties bereikt”, zegt VN-commissaris Filippo Grandi.
Lees meer

______________________________________________________________________________

“Klimaatslimme landbouw komt niet van de grond”
Wereld | landbouw | 11-1-2018 | IPS

Klimaatslimme landbouwtechnieken, zoals het niet ploegen van de grond, vinden maar langzaam ingang in de wereldwijde landbouw. De VN-Voedsel- en Landbouworganisatie FAO pleit voor een stimuleringsbeleid.
Lees meer







______________________________________________________________________________




Verander gewoon één iets aan je lifestyle! (OPINIE)

BONN, 15 juni 2018 (IPS) -

Heb jij ook wel eens de neiging om af te haken bij het zoveelste deprimerende nieuws over conflicten, gedwongen migratie, hongersnood, overstromingen, verdwijnende diersoorten of de klimaatverandering? Toch kunnen we zelf, door kleine aanpassingen aan onze levensstijl, een groot verschil maken. Dat schrijft Monique Barbut, ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties.

Net zoals elke regendruppel meetelt om een rivier te vormen, en elke stem doorweegt in een verkiezing, is ook elke keuze die je maakt als consument van tel. Met elk product dat je consumeert, kies je voor een verhaal van duurzaamheid of net een verhaal van onduurzaamheid. Het is als een stem voor beleid dat naar vrede en de uitroeiing van armoede leidt, of een stem die leidt tot de instandhouding van conflict en onrecht.

Zeven miljard consumenten
We kijken naar onze regeringen maar vergeten soms dat zij het beleid opstellen dat ons aanmoedigt om een specifieke keuze te maken. Dat is hoe krachtig de keuze voor een bepaalde levensstijl kan zijn.

Beeld je eens in wat er kan gebeuren als wereldwijd zeven miljard consumenten zich engageren om slechts één verandering in hun levensstijl aan te brengen en zo goederen afkomstig van duurzaam beheerd land steunen?

Elk jaar stellen we met Nieuwjaar onze goede voornemers voor. Waarom geen voornemen dat leidt naar een slimme, duurzame levensstijl voor consumenten? Zonder overheidsingrijpen kan je zelf immers keuzes maken die helpen om ontbossing, bodemerosie of vervuiling tegen te gaan, of de gevolgen van droogte, zand- en stofstormen te verminderen.

Kiezen voor alternatieven
Natuurlijk moeten we, om die verandering in onze eigen levensstijl te maken, eerst te weten komen waar de goederen die wij consumeren gekweekt, geoogst, bewerkt of geproduceerd zijn. Als ze bijvoorbeeld een link hebben met conflictregio’s waar aan snel tempo land degradeert, bossen verdwijnen en het water vervuild geraakt, kies dan voor een alternatief. Dat is een kleine, maar haalbare verandering die iedereen kan maken.

Elk land, elk product heeft een voetafdruk. Wat we eten, wat we dragen, wat we drinken; de producent of leverancier, de merken waarvoor we kiezen. Consumenten hebben een overdaad aan opties om voor duurzaamheid te kiezen.

De geïnformeerde consument
De grootse ontbrekende schakel is echter de geïnformeerde consument. Via een aantal smartphone-apps wordt het al gemakkelijker om de herkomst van je product te traceren. Het wordt ook gemakkelijker om alternatieve leveranciers en producten te vinden, zeker nu de private sector de idee van ethisch zakendoen steeds vaker omarmt. De informatie die je zoekt is soms letterlijk, via je telefoon, in de palm van je hand.

Het komt er op aan om de kracht die iemand heeft, te benutten. Het effect dat zoiets op de markt heeft, is verbazingwekkend.

We belonen zo voedselproducenten en beheerders van natuurlijke bronnen en land die tegen alle verwachtingen in vechten om de aarde gezond en productief te houden. Het is de goedkoopste manier om gezinnen en gemeenschappen te helpen en de schade en het verlies van mensenlevens ten gevolge van de aantasting van het milieu en door rampen, te voorkomen.

Krachtiger dan je denkt
Maak van 17 juni een feestdag. Maak van de Werelddag ter bestrijding van Woestijnvorming en Droogte je date met de natuur. De dag valt in het midden van het jaar, een ideaal moment om terug te blikken en te bekijken welke vooruitgang je al hebt gemaakt sinds je nieuwjaarsvoornemens en je move in de richting van een duurzame lifestyle.

Als de internationale gemeenschap in 2030 de verwezenlijkingen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) evalueert, kan jij wijzen op de positieve veranderingen die je hebt aangebracht ten gunste van de huidige en de toekomstige generaties.

Je bent echt krachtiger dan je denkt. Neem die kracht in handen en zet die om in actie.

Monique Barbut is Ondersecretaris-Generaal van de Verenigde Naties en Uitvoerend Secretaris van de VN-conventie in de Strijd tegen Verwoestijning.






______________________________________________________________________________





Niemand wil pesticiden

MO*/
LOUIS DE JAEGER . 4 JUNI 2018

De bewoners van het Zuid-Tiroolse dorpje Malles, in Italië, zijn een strijd gestart tegen pesticiden. Waarom? Ze zijn geïnformeerd. Bioboer Günter heeft de dorpelingen uitgelegd waarom pesticidengebruik zo slecht is. Nu iedereen zich bewust is van het gevaar, wil vrijwel niemand nog pesticiden gebruiken.

Willen wij, Belgen, pesticiden? Er is het kamp van de mensen die pesticidenvrij voedsel een reclamestunt vinden, een andere groep, de pseudo-intellectuelen, ziet het als een belachelijk idee van groene jongens. Wie weet waarover het gaat, begrijpt niet waarom de vraag überhaupt nog gesteld moet worden.

Stel, u krijgt twee tomaten voorgeschoteld. De ober bespuit de ene met gif, de andere niet. Welke tomaat kiest u? Of, wacht even, nog anders: de ober maakt de bespoten tomaat wel nog even schoon. Welke tomaat?

Bij dit experiment moeten we rekening houden met het licht zelfdestructieve kantje van de mens, dus laten we de vraag nog even scherper formuleren.

U kiest: geeft u uw kind een appel die bespoten werd met gif of een die niet bespoten werd? Kunt u geloven dat er in deze tijden nog zulke dwaze vragen gesteld moeten worden om een punt te maken? Niemand wil zijn kind, noch zichzelf, vergif geven? Toch?

Günter uit Malles toont het goede voorbeeld. Het is nu wachten op mensen die zijn pad volgen en ook een referendum houden om pesticiden te bannen uit hun stad of land. Het enige probleem is dat de landbouwers die pesticiden gebruiken zich niet gerespecteerd voelen. We moeten dankbaar zijn voor wat agricultuur 2.0 ons gebracht heeft. De massale industrialisering, het pesticiden- en kunstmestgebruik heeft de wereld een vorm van stabiliteit gebracht, de vernietiging van ecosystemen niet te na gesproken. Er is in de ontwikkelde wereld geen sprake meer van hongersnood. Iedereen die in het juiste land geboren is, heeft te eten.

Het is not done om de hardwerkende landbouwer met de vinger te wijzen. Door alle onzekerheden die zijn beroep meebrengt, is hij wel verplicht om de grove middelen te gebruiken om eten op ons bord te garanderen, in tegenstelling tot de hobbytuinder. Het is de bedoeling om geleidelijk een organische transitie naar een wereld zonder pesticiden door te voeren. Want niemand wil pesticiden, zelfs de boeren niet, als ze een goed alternatief hebben.

Er zijn goede alternatieven, maar de landbouwers hebben de garantie nodig dat ze consumenten en politici mee hebben voor ze de overgang durven te maken. Als iedereen dat vandaag beseft en beslist om geen pesticiden meer te gebruiken, kunnen politici niets anders dan te luisteren naar de mensen die hun kinderen liever geen gif geven.






______________________________________________________________________________




Vlees en zuivel mijden is beste voor milieu

IPS
 . 1 JUNI 2018

Het was de onderzoekers eigenlijk niet om uitspraken over consumentengedrag te doen. Wel wilden ze gedetailleerd alle milieuparameters onderzoeken van de belangrijkste voeding, van boerderij tot bord. Daarvoor analyseerden ze een enorme hoeveelheid gegevens van meer dan 40.000 boerderijen in 119 landen over de hele wereld. 

Ze concentreerden zich op de veertig producten die samen goed zijn voor 90 procent van de menselijke voeding, en analyseerden de volledige impact van de hele productieketen op het klimaat, watergebruik en lucht- en watervervuiling.

Uit de analyse blijkt duidelijk dat vlees en zuivelproducten een veel grotere impact hebben dan plantaardige voeding. Het verschil zit vooral in de efficiëntie: vlees en zuivel leveren amper 18 procent van de calorieën en 37 procent van de eiwitten die door de mens geconsumeerd worden, maar gebruiken wel ruim 83 procent van de landbouwgrond en produceren 60 procent van de uitstoot van broeikasgassen. 

Het verschil is zelfs zo groot, dat het wereldwijde landbouwareaal met maar liefst driekwart zou kunnen afnemen als de productie van vlees en zuivel gestopt zou worden. Dat is een oppervlakte vergelijkbaar met de Verenigde Staten, China, de EU en Australië samen. 

Grote verschillen
Een opvallende conclusie uit het onderzoek is ook dat de milieu-impact van een product enorm kan verschillen, afhankelijk van de producent en de manier waarop het geproduceerd is. De productie van 100 gram eiwit uit vlees met hoge impact stoot bijvoorbeeld 105 kilogram CO2 uit en neemt 370 vierkante meter land in. Dat is maar liefst 12 en 50 keer meer dan het meest milieuvriendelijk geproduceerde vlees. 

‘Twee producten die er in de winkel hetzelfde uitzien kunnen een erg verschillende impact hebben op de planeet’, zegt hoofdauteur Joseph Poore van de School of Geography and Environment aan de Universiteit van Oxford. ‘We beseffen dat momenteel niet als we keuzes maken over wat we eten.’

Maar ook die grote verschillen binnen de productcategorie kunnen de kloof tussen dierlijk en plantaardig voedsel niet overbruggen: het meest milieuvriendelijk geproduceerde vlees blijft 6 keer schadelijker voor het klimaat dan bijvoorbeeld erwten en gebruikt 36 keer meer landoppervlakte. 

Goed nieuws
Maar die grote interne verschillen bieden wel een groot potentieel voor verandering, zeggen de onderzoekers. Zo is in alle productcategorieën gemiddeld een kwart van de producenten verantwoordelijk voor meer dan de helft van de milieu-impact.

‘De productie van voedsel creëert een immense druk op het milieu, en die is niet noodzakelijk een gevolg van onze noden’, zegt Poore. ‘De druk kan aanzienlijk verminderd worden door de manier te veranderen van hoe we ons voedsel produceren, en vooral wat we consumeren.’

Wat betreft de landbouwproductie breken de wetenschappers een lans voor technologische oplossingen om de impact te verminderen. Maar ook die hebben hun limieten: zo heeft de meest milieuvriendelijk geproduceerde liter melk nog altijd een dubbel zo grote afdruk als een liter sojamelk. 

Dieet
Veranderingen in het dieet hebben daardoor een veel groter potentieel, stellen de onderzoekers. Afhankelijk van de plaats waar je leeft, kan een overwegend plantaardig dieet de uitstoot van voeding tot 73 procent verminderen. 

Een meer veganistisch dieet is daardoor de beste ingreep om je impact op de planeet aarde te verminderen, stellen ze. Door minder vlees en zuivel te consumeren verminder je niet alleen de uitstoot van broeikasgassen, maar ook verzuring van de oceanen, eutrofiëring en land- en watergebruik.

‘We moeten manieren vinden om de omstandigheden licht aan te passen zodat het beter is voor producenten en consumenten om te kiezen voor het milieu’, zegt Poore. ‘Milieulabels en financiële stimulansen zouden een meer duurzame consumptie kunnen stuwen.’





______________________________________________________________________________




Betalen we genoeg voor ons voedsel?

MO*/DANIELLE NIERENBERG EN EMILY PAYNE
 . 31 MEI 2018

Een goedkope tomaat kan in werkelijkheid veel meer kosten dan de prijs doet vermoeden. Danielle Nierenberg van Food Tank en Emily Payne, publicist over voedsel en landbouw, pleiten voor een diepgaande transitie in de landbouw.


Wat kost het om een tomaat te kweken? Dat hangt af van de input (water, bodem, kunstmest, pesticiden, gebruik van machines en arbeid). Het hangt ook af van de energie- en verpakkingskosten en de transportkosten om het product in de winkel te krijgen.

Maar die prijs reflecteert niet altijd hoe de plant gekweekt is, en of daarbij bijvoorbeeld sprake is van watervervuiling door resten van pesticiden of een eerlijk loon voor arbeiders. ‘Goedkoop’ betekent in werkelijkheid vaak dat er hoge kosten zijn wat betreft de gezondheid van mens en planeet.

Landbouwproductie is goed voor 43 tot 57 procent van de uitstoot van broeikasgassen, als ook alle indirecte factoren zoals het kappen van bossen en de productie van kunstmest en verpakkingen, worden meegerekend. Bijna 40 procent van al het voedsel dat geproduceerd wordt, gaat bovendien verloren. Als dat voedsel afbreekt, produceert het methaan, een broeikasgas dat 25 maal zo krachtig is als CO2. Stortplaatsen zijn in de VS de op twee na grootste bron van door mensen veroorzaakte methaanuitstoot.

Ongezond voedsel
Voedselsystemen zijn tegenwoordig vooral gericht op de productie van goedkoop, bewerkt voedsel. Bedrijven en grote producenten krijgen vaak subsidies voor het telen van bepaalde gewassen, die meestal in monocultuur verbouwd worden en de bodem beroven van voedingsstoffen. Het wordt steeds duidelijker dat slechte diëten wereldwijd gezondheidsproblemen veroorzaken.

Zes van de elf belangrijkste risicofactoren voor ziekte, zijn gerelateerd aan voeding. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat de directe kosten van diabetes wereldwijd meer dan 827 miljard dollar per jaar bedragen.

Om in 2050 zo’n 10 miljard mensen te kunnen voeden, moeten we de relatie tussen voedselproductie, gezondheid en klimaatverandering erkennen. Met de groei van de wereldbevolking zijn ook veerkrachtiger voedsel- en landbouwsystemen nodig die tegemoet komen aan de menselijke behoeften met minimale druk op het milieu.

Werkelijke kosten
In een recent rapport van The Economics of Ecosystems and Biodiversity for Agriculture & Food (TEEBAgriFood) is een nieuw raamwerk ontwikkeld waarin de impact in de waardeketen is geanalyseerd, van boerderij tot afval. Het raamwerk is bedoeld om beleidsmakers, onderzoekers en burgers van betrouwbare informatie te voorzien over de werkelijke kosten van ons voedselsysteem, niet alleen delen daarvan.

Dit soort systeemdenken ondersteunt een denkwijze waarin niet meer de opbrengst per hectare gebruikt wordt als maatstaf voor succes. Want als succesvolle landbouw op die manier beoordeeld wordt, blijven veel werkelijke kosten buiten beeld.

Transitie
Wereldwijd houden voorstanders van transformatie zich bezig met de uitdaging van duurzame en herstellende landbouw. Ze erkennen dat de landbouw een periode van transitie is ingegaan. En ze helpen bij het opbouwen van nieuwe systemen die de voedselproductie verhogen, om tegemoet te komen aan de behoeften van een groeiende wereldbevolking en tegelijkertijd de schade voor het milieu zoveel mogelijk te beperken.

Het is nu eenvoudiger dan ooit om te weten te komen welke impact onze alledaagse besluiten hebben, niet alleen op onszelf, maar ook op het milieu en de publieke gezondheid. Door je bewust zijn van je CO2-voetafdruk en watervoetafdruk is het eenvoudiger te begrijpen hoe diep voedselsystemen en klimaatverandering met elkaar verweven zijn.

Individuen of organisaties kunnen het voedselsysteem niet herstellen. Bedrijven, beleidsmakers, boeren en uiteraard consumenten hebben een verantwoordelijkheid om natuurlijke hulpbronnen te beschermen, sociale gelijkheid te bevorderen en een duurzamer voedselsysteem te creëren op basis van doordachte beslissingen en verantwoordelijke consumptie.

Danielle Nierenberg is oprichter en voorzitter van Food Tank. Emily Payne is publicist over voedsel en landbouw in New York.




______________________________________________________________________________




‘Wereldwijde voedselsysteem moet op de schop’

IPS / THALIF DEEN
 . 30 MEI 2018

Met 800 miljoen mensen die honger lijden, is het duidelijk dat het wereldwijde voedselsysteem niet werkt. Maar nooit eerder waren er meer kansen, kennis en vaardigheden om daar iets aan te veranderen, zegt Alessandro Demaio, ceo van de Noorse ngo EAT.

Tijdens het EAT Stockholm Food Forum, dat op 11 en 12 juni plaatsvindt in Stockholm, buigen wetenschappers, beleidsmakers, bedrijven en ngo’s zich over strategieën om de wereldwijde voedselvoorziening te verbeteren.

In 2050 telt de aarde volgens schattingen van de Verenigde Naties 9 miljard mensen. De Wereldbank stelt dat door klimaatverandering de opbrengst van voedselgewassen met 25 procent kan dalen, en dat daarmee de pogingen om honger te bestrijden ondermijnd worden. De voedselproductie zou met 50 procent omhoog moeten, om genoeg te produceren voor de groeiende wereldbevolking.

Het Stockholm Food Forum haalde niet de minste sprekers in huis om zich over deze uitdaging te buigen: onder anderen Kristalina Georgieva (voorzitter van de Wereldbank), Christiana Figueres (mede-architect van het klimaatakkoord van Parijs) en Sam Kass (voedingsdeskundige van de voormalige regering-Obama) zijn aanwezig om hun ideeën te delen.

‘We hopen met hen en voedseldeskundigen uit 29 landen ideeën uit te wisselen en hopelijk te komen tot strategieën om dit niet-werkende systeem te herscheppen’, zegt Demaio.

Een van de zeventien SDG’s (doel 2, nulhonger) wil extreme honger uitroeien voor 2030. Is dit haalbaar?

Demaio: Voedsel heeft op welke manier dan ook een connectie met alle zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Als arts maak ik me ernstig zorgen over het feit dat 800 miljoen mensen honger lijden en dat wereldwijd meer dan 2 miljoen mensen obees zijn. Die cijfers gaan samen met een epidemie van dieetgerelateerde en te voorkomen ziekten, zoals diabetes, hartziekten en kanker.

Toen ik in Mongolië, Sri Lanka en Cambodja werkte, zag ik de vele vormen die honger kan aannemen. Ondervoeding manifesteert zich in kinderen door gevaarlijk ondergewicht voor hun leeftijd, of achterblijvende groei. Aan het andere einde van het spectrum zie je mensen met een calorierijk dieet, dat tegelijkertijd arm is aan voedingstoffen, de groep waar overgewicht en obesitas zich manifesteren.

Er is een grote discrepantie tussen de beschikbaarheid van voedsel en de kwaliteit in de verschillende delen van de wereld. Een derde van alle voedsel dat geproduceerd wordt, gaat verloren of belandt bij het afval. Dat is genoeg om alle hongerigen in de wereld vier keer te voeden!

De trage reactie op de toenemende druk van de klimaatverandering en de toenemende sociale ongelijkheid brengt met zich mee dat niet iedereen het juiste voedsel krijgt. Vorig jaar constateerde de VN dat de honger na een een afname van tien jaar weer aan het toenemen was.

Ik geloof in nulhonger voor 2030. Er zijn veel oplossingen om dat te bereiken, zoals het verbinden van kleine boeren met de markten, het wegnemen van handelsbarrières en het verbeteren van de duurzame voedselproductie. Er is wel politieke wil voor nodig om partijen uit verschillende sectoren en landen te laten samenwerken.

Voedsel is de belangrijkste wereldwijde gezondheidsuitdaging en een klimaatuitdaging. Wat we produceren maakt ons ziek en verwoest de planeet. Maar we blijven het subsidiëren met jaarlijks miljarden dollars. Vooral de armen in de wereld, die daar niet verantwoordelijk voor zijn, dragen de lasten hiervan.”

Hoe moet het wereldwijde voedselsysteem hervormd worden, inclusief een hogere landbouwproductiviteit en recyclage van voedselafval?

Demaio: EAT verbindt wetenschappers, beleidsmakers, zakenlieden en het maatschappelijk middenveld om vijf belangrijke doelen de verwezenlijken: een gezond, smakelijk en duurzaam dieet, het opnieuw afstemmen van prioriteiten in voedselsystemen, het produceren van meer goed voedsel met minder verspilling, het beschermen van land en oceanen, en het drastisch verminderen van voedselafval.

Jaarlijks gaat 1,3 miljard ton voedsel verloren. In armere landen gebeurt dit doorgaans al voordat het voedsel op de markt komt. Dat kan voor een deel met eenvoudige technologie in de toeleveringsketen opgelost worden, zoals bij transport, verpakking en koeling. Technische interventies zoals precisielandbouw of investeringen in processen na de oogst kunnen een groot verschil maken.

In rijkere landen wordt het meeste voedsel verspild ná de markt, in supermarkten en thuis. Hier is iets aan te doen door minder vaak inkopen te doen, impulsaankopen te voorkomen en minder vaak acties zoals ‘twee halen, één betalen’ te houden. Dat soort acties zetten mensen ertoe aan meer te kopen dat ze nodig hebben.

De wereld moet minstens 50 procent meer voedsel produceren om de naar schatting 9 miljoen mensen in 2050 te voeden. Is dit, met het oog op de klimaatverandering, mogelijk?

Demaio: Het slechte nieuws is dat moderne landbouw niet de gehele wereldbevolking voedt, en ons niet goed voedt. Het goede nieuws is dat er nooit een betere kans, meer kennis en vaardigheden zijn geweest om daar iets aan te doen.

Grotere investeringen in infrastructuur die verwerking van de oogst verbeteren, in combinatie met betere toegang tot markten en technologie, kunnen ertoe leiden dat een minimaal deel van de oogst verloren gaat voor boeren in lage- en middeninkomenlanden. Daardoor kunnen miljoenen mensen uit de armoede gehaald worden. In rijke landen is het aan bedrijven en consumenten om zich in te zetten voor transformatie op het gebied van voedselafval.

Via nieuwe businessmodellen, verbeterde productie, verpakking en onderwijs kunnen bedrijven consumenten in de goede richting sturen. Met andere koopgewoonten, aanpassing van porties en betere voedselbereidingstechnieken kunnen consumenten de circulaire voedseleconomie omarmen. Elke kilo voedsel die gered wordt van het afval, creëert dan winst, ook op het vlak van milieu en gezondheid.

Door mijn werk in afgelegen gemeenschappen, met gezondheidsprofessionals, wetenschappers en bedrijven heb ik gezien hoe de trend om plantaardige diëten te volgen, heeft geleid tot de ontdekking van nieuwe gewassen met veelbelovende voedingstoffen. Deze gewassen leveren soms meer voedsel op in relatie tot de input die ze nodig hebben, zoals water, en kunnen onvoorspelbare weersomstandigheden doorstaan. Diversificatie kan dus helpen te voorzien in de behoefte aan voedingsstoffen. Vlees dat in een laboratorium gekweekt wordt kan leiden tot een hogere productiviteit, voedingswaarde en tolerantie voor klimaatonzekerheden.

In essentie ligt de toekomst van de landbouw niet alleen in intensieve expansie – hij ligt in de omarming van holistische, precieze en technologische methoden gericht op de productie van gezond en klimaatbestendig voedsel.

Welke invloed hebben conflicten, in het bijzonder in Azië en Afrika, op de wereldvoedselvoorraden?

Demaio: Grote nationale en regionale conflicten hebben vaak diepe impact op de voedselvoorraden, want ze ontwrichten de samenleving. Conflicten komen vaak ook voort uit de strijd om natuurlijke hulpbronnen zoals land en water, die allebei nodig zijn om voedsel te produceren.

Een groeiende wereldbevolking, lagere opbrengsten en voedingswaarde van sommige gewassen als gevolg van klimaatverandering, veroorzaken ook stress. Dat verhoogt het risico op onrust onder de bevolking of een militair conflict. Landen die de meeste stress ervaren, zijn vaak ook landen die de minste capaciteit hebben om adequaat te reageren op publieke onrust.

Of het nu gaat om klimaatverandering, voedseltekorten, watertekorten, duurzaamheid van de oceanen of geopolitieke conflicten, meestal zijn ze met elkaar verbonden. Verzuring en opwarming van de oceaan bijvoorbeeld, heeft invloed op de visvangst en de distributie van de al overbeviste visvoorraden. Daardoor kunnen geopolitieke spanningen ontstaan. Aangezien veel van deze problemen met elkaar samenhangen, zijn er ook mogelijkheden om ze gezamenlijk te verkleinen.





______________________________________________________________________________




Inheemse gemeenschap in Mexico rekent af met misdaad

MO*,
ARTHUR DEBRUYNE . 27 MEI 2018

Zeven jaar geleden gooide Cherán illegale houtkappers en hun handlangers in politiek en politie buiten. Vandaag is de inheemse gemeenschap een eiland van rust in de turbulente deelstaat Michoacán (Mexico). Een bloeiende kunstscene biedt jongeren een alternatief voor migratie.


Rosi Sanchez (24) en Giovanni Guerrero (25) zijn in feeststemming en met rede. Precies zeven jaar geleden gooide Cherán, een gemeenschap waar ze beiden wonen van zo’n 12.000 inwoners in de Mexicaanse deelstaat Michoacán, illegale houtkappers en hun handlagers in politiek en politie buiten. Sindsdien ademt Cherán opnieuw.

De hele gemeenschap is dit weekend feestelijk uitgedost om dat te vieren. De levenslust is er teruggekeerd. Het gemeentepleintje is één en al bedrijvigheid: vrouwen verkopen tamalesgorditas en atole. Families zetten de deuren open. Op zondag trekt een groot defilé door de straten.

De heropleving van Cherán blijkt nog het meest uit de muurschilderingen: haast geen kale gevel in het dorpscentrum is onbeschilderd gebleven. Het is alsof de verloren tijd is ingehaald. De street art die niet zou misstaan in een grootstedelijke hippe wijk vertelt de mythologie van een gemeenschap in opstand. Beeldend kunstenaar Giovanni ondertekende een aantal van de werken. Bovendien leert hij jongeren in Cherán zijn stiel. Rosi is de fotografe van de gemeenschap, en legt het artistieke proces vast.

Vrouwen in opstand
‘Zeven jaar geleden werd er niet gevierd, kwamen er geen bezoekers en was er geen muurschildering te bespeuren’, zegt Giovanni Guerrero. Angst had de gemeenschap in haar greep. Tegen valavond daalden de illegale houtkappers vanuit de omringende heuvels naar het dorp neer. Ze waren steevast gewapend en eisten de openbare ruimte helemaal voor zich op. Mensen sloten zich thuis op. Vrachtwagens vol kostbaar hout verdwenen dagelijks uit de gemeenschap.

15 april 2011 was een keerpunt: enkele vrouwen hadden knap genoeg van de intimidatie en het geweld. Een aantal van hun vrienden en naasten die het hadden aangedurfd de criminelen aan te spraken op hun wandaden, waren inmiddels definitief het zwijgen opgelegd. De vrouwen kwamen in opstand, die namiddag verhinderden ze dat de vrachtwagens met illegaal gekapt hout de gemeenschap verlieten. De talamontes kregen stenen naar het hoofd geslingerd en moesten de aftocht blazen.

Cherán is overwegend bevolkt door inheemse Purépecha. Het bos is heilig voor hen. De houtkap was al drie jaar aan de gang, de heuvels rond het dorp waren inmiddels kaal. De Purépechas voelden zich alsof ze getroffen waren in het diepst van hun zijn.

De vrouwen werden al snel bijgestaan door honderden anderen uit de gemeenschap. Ook de lokale politie, die samenwerkte met georganiseerde misdaadbendes zoals de Familia Michoacana, moest weg. Lokale mandatarissen en politici ook.

Omdat Cherán overwegend inheems is, laat een voorziening in de Mexicaanse wet toe dat de gemeenschap zichzelf bestuurt volgens haar ‘gewoontes en gebruiken.’ Het dorp werd de facto onafhankelijk.

Cherán heeft geen burgemeester meer. In plaats daarvan bestuurt een Hoge Raad van twaalf bewoners (drie uit elk van de vier wijken) de gemeenschap. Ze worden bijgestaan door stuurgroepen voor onder meer Eer en Justitie, Gemeenschappelijke Goeden, Jeugd en Vrouwen. Binnenkort wordt al een derde bestuur aangesteld. Ook het dagelijks leven en de economie van Cherán zijn sindsdien ingrijpend veranderd. Op die manier is de gemeenschap uitgegroeid tot een oase van rust in de turbulente deelstaat Michoacán, waar tal van misdaadgroepen elkaar naar het leven staan.

Inheems reveil
De revolutie van Cherán wil vandaag vooral de inheemse cultuur en manier van leven redden van de vergetelheid. Na de opstand werd een prioriteit gemaakt van het heilige bos, dat werd geleidelijk heraangelegd. Boswachters waken er nu op dat er geen hout gekapt wordt zonder toelating.

Daarnaast herontdekken bewoners hun inheemse roots. Oude gebruiken krijgen een nieuw leven. De traditionele geneeskunde bloeit opnieuw op. Jongeren zoals Rosi en Giovanni tooien zich graag in de traditionele inheemse klederdracht voor speciale gelegenheden.

Kunst is een belangrijk deel van die inheemse revival. De muurschilderingen vertellen de ontstaansmythe van de gemeenschap, beelden het bos en godheden af. Dat draagt bij tot een bewustwordingsproces. ‘Het zijn allemaal thema’s die tot onze identiteit behoren, en die we vergeten waren voor de opstand’, zegt Giovanni. Zelfs de kerk aan het gemeenteplein heeft een grote muurschildering op een zijgevel prijken: de padre staat te boek als een vurig supporter van de zaak.

Maar al dat jong kunstzinnig geweld viel aanvankelijk niet in smaak bij behoudsgezinde ouderen, zo blijkt. ‘De oudere generatie lag in het begin een beetje dwars: graffiti, is dat geen vandalisme?’, vertelt Giovanni. ‘Maar vandaag heeft de gemeenschap de kunstvorm echt omarmd’, vervolgt hij. ‘Ze willen nu zelf ook een muurschildering thuis. Heel wat jongeren willen leren schilderen, en er misschien zelfs van leven. Dat is belangrijk in een migratiegemeenschap zoals Cherán, dat jongeren alternatieven zien.’

‘Het is geen evidentie dat jongeren zich hier op de kunsten toeleggen’, zegt Giovanni. ‘De gemeenschap is dat niet gewend.’ Cheran is immers een landelijke gemeenschap die leeft van de maïsteelt, houtbewerking en kleine handel.

De jongerenraad van Cherán, voorgezeten door Giovanni, organiseert binnenkort inmiddels de derde editie van een kunstenfestival, Ex Arte. Kunstenaars van binnen en buiten de gemeenschap worden opgeroepen hun werk te presenteren. In juni stelt Giovanni tentoon in het Amerikaanse San Diego, samen met kunstenaars uit andere inheemse gemeenschappen. Ondertussen reist hij rond in Mexico, netwerkt hij en zo groeit gaandeweg een nieuwe generatie inheemse kunstenaars op.

Ongeletterde indianen
Hoewel ze er zelf bescheiden bij blijft, was de zachtaardige Irma Campos (60) bij de eerste vrouwen die stenen en stokken opnamen om de misdadigers te verjagen die dag in 2011. Zondagochtend trekt een groot defilé door de straten: schoolkinderen beelden scenes van de opstand uit, de gemeenschapspolitie paradeert met uniform en wapens. Achteraf zitten we bij een vriendin van Irma Campos rond een houtvuur waarboven een grote pot nopales, cactusvlees, in tomatensaus pruttelt.

Samenzitten rond het houtvuur is een nieuwe traditie die uit de opstand voortkomt. Nadat de illegale houtkappers in 2011 verjaagd werden, keerde de rust niet meteen terug. Anderhalf jaar lang hielden bewoners de wacht op zowat elke straathoek rond een houtvuurtje. Aanvankelijk was er dan ook geen politiekorps meer.

De vrouwen vertellen dat ze naar de provinciehoofdstad Morelia en zelfs Mexico-Stad trokken om bijstand te vragen van beleidsmakers. ‘Keer op keer kregen we het deksel op de neus’, zegt Irma Campos. ‘Jullie ongeletterde indianen zouden zich beter gedeisd houden, kregen we zelfs te horen.’

Daarom richtte Cherán twee jaar na de opstand een eigen gemeenschapspolitiekorps op. ‘In de media, die vooral de belangen behartigen van de overheid, zagen we niets dan leugens’, zegt Campos. Vandaag voorziet de inheemse radiozender XEPUR-AM de gemeenschap van nieuws, in het Spaans én purépecha.

Irma Campos en haar vriendinnen voelen zich opnieuw thuis in hun gemeenschap, zeggen ze. ‘Voor de opstand regeerde de angst onze levens’, aldus Campos. ‘Angst om op de straat te komen. In je eigen, kleine gemeenschap, kan je je dat voorstellen? Vandaag, op deze zevende verjaardag, huilen we niet meer, maar niet zo lang geleden was er nog veel verdriet om al die naasten die we verloren in de strijd.’

re-Migranten
Giovanni Guerrero zei het al: Cherán is een migratiegemeenschap. Tal van bewoners trokken door de jaren naar de Verenigde Staten. In steden zoals San Diego, Los Angeles en Chicago vind je kleine gemeenschappen terug van mensen uit Cherán. Wie droomt, trekt weg. ‘Maar dat verandert’, zegt Rosi Sanchez. ‘Gezinnen komen nu terug op bezoek: ouders willen hun kinderen Cherán laten zien, ze zijn er fier op. Migranten keren zelfs uit de VS terug, en settelen zich opnieuw in Cherán. Dat allemaal omdat dat veiligheid is teruggekeerd, en er leven is.’

Toch is Cherán niet helemaal zonder conflict. In juli houdt Mexico historische verkiezingen: niet alleen wordt een nieuwe president gekozen, ook 30 van de 32 deelstaten houden lokale verkiezingen. En hoewel er in Cherán geen verkiezingsaffiche te bespeuren is - politieke partijen zijn immers verbannen - slaat de verkiezingskoorts toch toe. Politici en partijleden trekken van deur tot deur om bewoners ervan te overtuigen dat Cherán opnieuw verkiezingen moet houden. Ze willen zelfs een referendum forceren om dat te bewerkstelligen.

Dat creëert naar verluidt verdeeldheid binnen families, onder wie niet iedereen altijd even geëngageerd is voor de inheemse zaak. Op deze zevende verjaardag was er ook iets minder animo in Cherán dan de voorbije jaren, waardoor onze gesprekspartners beseffen dat ze niet op hun lauweren moeten rusten.

Toch wordt er ook aan de toekomst gebouwd. Tijdens de feestelijkheden wordt een nagelnieuw handboek voorgesteld, een geschiedenis van Cherán voor en door de gemeenschap, met illustraties van onder meer Giovanni en andere jongeren hun steentje bijdragen door kunst. De purépechacultuur staat centraal. Het handboek zal gebruikt worden in de lokale scholen.

 



______________________________________________________________________________





Voedingswaarde rijst daalt bij hogere CO2 concentraties

MO*/IPS
 . 24 MEI 2018

Meer CO2 in de atmosfeer leidt tot een lagere voedingswaarde van rijst, blijkt uit internationaal onderzoek. Vooral de hoeveelheid ijzer, zink, proteïnen en vitamine B1, B2, B5 en B9 nam af bij rijst die groeide bij CO2-concentraties die verwacht worden in de tweede helft van deze eeuw.


‘Rijst is voor veel mensen in ontwikkelingslanden en voor armere gemeenschappen daarbuiten niet alleen een belangrijke bron van calorieën, maar ook van proteïnen en vitaminen’, zegt Kazuhiki Kobayashi, expert op het gebied van luchtvervuiling en landbouw aan de Universiteit van Tokio en medeauteur van de studie.

In landen met zowel de hoogste rijstconsumptie als het laagste bruto binnenlandse product (bbp) zou meer ondervoeding kunnen ontstaan als de voedingswaarde van goedkope, dagelijks producten vermindert.

De onderzoekers testten achttien rijstsoorten. Niet alle soorten reageerden op dezelfde manier. Uit toekomstig onderzoek moet blijken welke varianten de meeste voedingswaarde behouden bij hogere CO2-concentraties.

Kasteelt
Voor het onderzoek werd rijst in openlucht verbouwd op proefvelden in China en Japan. Via grote pijpen werd het CO2-gehalte beïnvloed. Een netwerk van sensoren en monitors mat de windrichting- en snelheid om te bepalen aan hoeveel CO2 de planten werden blootgesteld.

‘Deze techniek heb ik voor het eerst gebruikt in 1998, omdat we wisten dat planten in een kas anders groeien dan planten in het open veld’, zegt Kobayashi. ‘Met deze techniek kunnen we de gevolgen van hogere CO2-concentraties meten bij planten in omstandigheden waaronder boeren ze over tientallen jaren zullen verbouwen.’

Zo’n 600 miljoen mensen in Bangladesh, Cambodja, Indonesië, Laos, Myanmar, Vietnam en Madagascar halen minstens de helft van hun dagelijkse energie en/of proteïnebehoefte direct uit rijst.





______________________________________________________________________________





Temperatuurstijging beperken tot anderhalf graden Celsius redt massaal veel diersoorten

IPS
 . 22 MEI 2018

Als we de globale temperatuur kunnen beperken tot een stijging van maximum 1,5 graden Celsius zal een groot aantal dieren en planten gered worden. Dat stelt onderzoek van de Britse Universiteit van East Anglia en James Cook in Australië.

Een nieuw rapport dat is verschenen in Science toont aan dat een opwarming tot 1,5 graden Celsius de helft minder risicovol is voor de overleving van planten en dieren en twee derde minder voor insecten dan bij een stijging van 2 graden Celsius.

Met het Klimaatakkoord van Parijs werd een overeenkomst bereikt om de globale opwarming van de aarde niet hoger dan 2 graden Celsius (boven de temperatuur in de pre-industriële tijd) te laten stijgen. Het ultieme streven was zelfs om niet hoger dan een stijging van 1,5 graden Celsius uit te komen.

Insecten
Een stijging van slechts 1,5 graden Celsius zou wereldwijd diersoorten ten goede komen, maar vooral deze in zuidelijk Afrika, het Amazonegebied, Europa en Australië.

Vooral het feit dat insecten meer ontzien worden is belangrijk, benadrukken de onderzoekers. Insecten leveren immers vitale diensten voor het ecosysteem. Ze zijn noodzakelijk voor de bestuiving maar zijn ook een belangrijk onderdeel van het menu van vogels en andere dieren.

Eerder onderzoek focuste vooral op een stijging van 2 graden en keek ook niet naar de gevolgen van de opwarming voor insecten.
Deze studie, de grootste in haar soort, is de eerste die aantoont dat een stijging van maximum 1,5 graden alle soorten wereldwijd ten goede zou komen.

115.000 soorten onder de loep

De onderzoekers bestudeerden 115.000 soorten waaronder 31.000 insecten, 8000 vogels, 1700 zoogdieren, 1800 reptielen, 1000 amfibieën en 71.000 planten.

‘We hebben onderzocht in welke mate verschillende toekomstmodellen het leven van soorten in bepaalde gebieden zou beïnvloeden’, zegt Rachel Warren van de Universiteit van of East Anglia. ‘We ontdekten dat het ultieme doel van het Klimaatakkoord van Parijs, de stijging van de temperatuur beperken tot 1,5 graden, enorme voordelen zou hebben voor de biodiversiteit’, – veel meer dan bij een opwarming tot 2 graden Celsius.

‘Vooral insecten zijn gevoelig aan de klimaatverandering. Bij een stijging van 2 graden zou 18 procent van de 31.000 insectensoorten uit ons onderzoek meer dan de helft van hun leefgebied verliezen. Dat wordt gereduceerd tot een verlies van 6 procent bij 1,5 graden, al verliezen sommige soorten grotere delen van hun gebied.’

Zwarte neushoorn
‘Als landen inspanningen leveren en de uitstoot van CO2 beperken zoals ze dat hebben beloofd, geeft de huidige trend aan dat we ongeveer 3 graden Celsius zullen stijgen’, zegt Warren. ‘In dat geval zal ongeveer 50 procent van de insecten de helft van hun leefgebied zien krimpen. De drie belangrijkste groepen bestuivers zijn daarbij ook het meest vatbaar voor de gevolgen van de opwarming van de aarde.’

Volgens coauteur Jeff Price van UEA zouden ook soorten die als de zwarte neushoorn, de Darwinvink en de grote grondvink enorm gebaat zijn bij een maximale opwarming van maximum 1,5 graden Celsius.

 

 



______________________________________________________________________________





Farmville, maar dan in het echt

MO*/SASKIA KONNIGER . 22 MEI 2018

Elke dag plegen in India twintig boeren zelfmoord. Ze kunnen niet op tegen de lage prijs van de industriële landbouw en steken zich in de schulden om de oogstopbrengst te vergroten door investeringen in werktuigen, zaden, pesticiden en kunstmest. Nu een groeiende middenklasse gezond voedsel op zijn bord wil, heeft ook de IT de landbouw ontdekt en zoekt alternatieven in een getroebleerde sector.


‘Het landbouwsysteem is vastgelopen,’ vertelt Shameek Chakravarty, de oprichter van de app Farmizen.com. ‘We gebruiken zoveel chemicaliën dat mensen ziek worden. Boeren sterven door vergiftiging en consumenten krijgen kanker. Dat moet anders.’

Na een internationale carrière als programmeur voor onder andere Yahoo besluit Shameek Chakravarty (39 jaar, geboren in Calcutta) terug te keren naar India en voor zichzelf te beginnen. ‘Vroeger op school leerden we al dat de Indiase landbouw in crisis was. Er werd destijds een campagne gestart om de agrarische sector te moderniseren, de “Groene Revolutie”. Prioriteit waren schaalvergroting en efficiëntie, zodat alle monden gevoed konden worden. De hervormingen kwamen vanuit goede intenties, maar om de oogst te vergroten is men massaal overgestapt op het gebruik van kunstmest en pesticiden.’

‘Door de jaren heen zijn boeren steeds meer chemische middelen gaan gebruiken met als resultaat dat de akkers uitgeput raken. Ons ecosysteem is vergiftigd. Boeren en consumenten worden ziek. De Verenigde Staten en China zijn grootste vervuilers van de wereld, maar India haalt ze met grote snelheid in.’

Zero Budget Natural Farming
‘Ik hou van tuinieren en omdat we onbespoten groenten wilden eten, gingen mijn vrouw en ik onze eigen gewassen verbouwen. Al snel raakte ik gegrepen door biologisch boeren. En toen ik me in de Indiase landbouw ging verdiepen, realiseerde ik me dat India in een unieke situatie zit. India is na China de tweede fruit en groenten exporteur ter wereld, ondanks de inefficiënte productie. Omdat meer dan de helft van de bevolking boer is, halen we per saldo hoge cijfers. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat de kracht van de Indiase landbouw in de kleinschaligheid zit, omdat je dan juist kunt overschakelen op biologische landbouw.’

Toen de groenten in zijn moestuin door tijdgebrek waren overwoekerd, kreeg Shameek een ingeving: je via een app abonneren op een perceel bij een biologische boer. In juni 2017 startte hij Farmizen.com. De app, een soort Farmville maar dan in het echt, koppelt momenteel 750 abonnees aan tien biologische boerderijen in en rondom Bangalore. ‘De klanten geven via de app aan wat ze willen verbouwen en worden door de boer door middel van foto’s op de hoogte gehouden over de groei van hun gewas. De oogst wordt thuisgebracht.’

Zorgvuldig selecteert Shameek de boeren met wie hij in zee gaat: ‘Ons landbouwmodel is geïnspireerd op Zero Budget Natural Farming (ZBNF), ontwikkeld door de Indiase boer Subhash Palekar. De sleutel van dit model is diversiteit. Per perceel planten we 5 à 6 verschillende gewassen, zodat de grond vruchtbaar blijft. Dit is ook financieel gezonder, omdat je op deze manier de risico’s verspreidt van een eventuele misoogst en prijsdalingen.’

‘En alles is natuurlijk. We maken zelf onze kunstmest, volgens het recept van Kalebar en experimenteren met biologische insectenbestrijding en slimme bewateringsystemen. Via de app geven boeren ervaringen aan elkaar door. Natural Farming betekent mét de natuur samenwerken in plaats van tégen de natuur. Om het ecosysteem te bevorderen, planten we tussen de percelen bijvoorbeeld bloemen die bijen aantrekken. Ook zetten we bepaalde wormen uit die de grond los maken.’

Het ZBNF-model heeft de laatste jaren vooral voeten aan de grond gekregen in Karnataka en is uitgegroeid tot een heuse grassroot beweging, gesteund door een brede boerenbeweging: Karnataka Rajya Raitha Sangha (KRRS). Zo’n 60.000 tot 100.000 boeren hebben inmiddels aan ZBNF-cursussen deelgenomen. Ook ondersteunen enkele lokale overheidsinstanties, met name in Andhrah Pradesh, het ZBNF-model.

Volgens een onderzoek uit 2017 van de internationale boerenorganisatie Via Campesina zijn de meeste cursisten kleine tot middelgrote boeren met toegang tot water en ten minste één koe. Hun voornaamste motivatie is het beschermen van hun gezondheid en het voorkomen van schulden door over te schakelen naar een landbouwmethode die minder zwaar leunt op investeringen. Een kwart van geïnterviewde cursisten waren jonger dan 30 jaar, jongeren die na enkele jaren werken in de stad geïnspireerd door de ZBNF-beweging waren teruggekeerd naar het boerenleven.

Obstakels
De cursisten willen dus graag werken volgens de biologische methode, maar het is niet bekend voor hoeveel agrariërs de omschakeling succesvol is. Er blijven nog veel obstakels. Zo is het voor veel boeren moeilijk om de oogst op tijd naar de klant te brengen. Door slechte wegen en gebrek aan koelcellen gaat een deel van de gewassen al stuk voor ze op de markt verschijnen. Ook marketing en afhankelijkheid van tussenpersonen is probleem. Sommige boeren hebben zelf een winkel opgezet waarin ze hun producten aanprijzen, maar deze initiatieven zijn vooralsnog uitzonderingen.

Shameek wil de kloof tussen klant en de biologische boer overbruggen door enkele belangrijke obstakels weg te halen. ‘De kracht van ons model is dat de boer is verzekerd van een goed maandelijks inkomen. Ook faciliteren wij het transport en het contact met de klant.’

Zo heeft participerende boerin Prathiba Reddy (24 jaar), afgestudeerd microbiologe, samen met haar vader en met behulp van Farmizen van hun familieboerderij een goed lopend biologisch bedrijf gemaakt. Ze heeft plezier in de communicatie met de klanten: ‘Ik ontmoet veel mensen. Ik stuur onze klanten foto’s van de gewassen en leg uit wat we doen. Soms komen klanten langs en dan werken ze samen met hun kinderen op het land.’

‘We stimuleren abonnees om langs te komen, zodat ze enthousiast raken over de methode en hun kennis en ervaring met anderen delen,’ vult Shameek later aan. ‘Ik realiseer me dat onze klanten een voorhoede vormen. Maar verandering start met bewustwording. We richten ons nu op mensen die het kunnen betalen en overtuigd zijn van het doel. En die groep groeit. Steeds meer mensen zijn de vervuiling beu en zien dat het anders moet.’

‘Ik weet dat een abonnement (2500,- roepies per maand, circa 31,- euro - SK) voor veel Indiërs nu nog niet te betalen is. We hebben met opzet een hoge abonnementsprijs, omdat we nog experimenteren. Het is de bedoeling om, als we klaar zijn om te groeien, het abonnement iets goedkoper te maken. Ik geloof in dit model, zeker voor India. Als de kloof tussen consument en boer gedicht is, kunnen al die miljoenen kleine boeren op een natuurvriendelijke manier voor een goed inkomen heel wat steden van gezond eten voorzien. Natuurlijk moeten de wegen dan wel verbeterd worden.’

‘Ik heb momenteel 3000 abonnees op de wachtlijst en word gebeld door boeren uit het hele land die van ons gehoord hebben en mee willen doen. We doen nu de eerste verkenningen om onze app uit te rollen in Hyderabad. Daarna zullen we uitbreiden naar andere steden. Eerst in India en daarna internationaal. Ik ben al gebeld door mensen in Singapore, Costa Rica en Colorado, maar dit systeem werkt vooral in regio’s met veel kleine boeren, in een land als Brazilië bijvoorbeeld.’

‘Ik juich het toe als anderen ons model kopiëren. Hoe meer biologische boeren, hoe beter. Maar het is wel de bedoeling om te zijner tijd met Farmizen naar de aandelenbeurs te gaan. Nee, ik ben niet bang dat investeerders ons model uitkleden en dat boeren tegen de laagste prijs moeten gaan produceren. We zijn anders dan bijvoorbeeld Uber, omdat onze klanten het hele jaar door contact hebben met de boeren. Ze bouwen een band op. Een Uberchauffeur zie je maar één rit.’
***

Bronnen: Ashlesha Khadse, Peter Michael Rosset, Helda Morales & Bruce G. Ferguson,Taking agroecology to scale: the Zero Budget Natural Farming peasant movement in Karnataka, India, in: The Journal of Peasant Studies, 2018 Vol. 45, No. 1, 192–219

 

 

 



______________________________________________________________________________




Groene technologie loont in Afrika

IPS
 . 20 MEI 2018

Verschillende landen op het Afrikaanse continent tonen aan dat technologie en innovatie hen een stap dichter brengen om de uitdagingen van de toekomst te weerstaan. Landen als Kenia, Mali, Senegal, Namibië en Marokko hebben groene klimaatoplossingen met succes omarmd.


Het bevorderen van het gebruik van innovatieve technologie is cruciaal om de nefaste effecten van de klimaatverandering te bestrijden en de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Organisaties zoals het Climate Technology Centre and Network (CTCN) en het World Agroforestry Centre (ICRAF) bieden steun aan landen bij het uitstippelen van beleid dat leidt tot een betere benadering voor mitigatie, aanpassing aan de klimaatverandering en veerkracht.

Afrika kent al enkele succesverhalen die gaan van de overschakeling op biogas tot de installatie van zonne-installaties en een verbeterd waterbeheer. De uitdaging blijft echter volgens experts om die aanpak uit te breiden naar het hele continent.

Enorm potentieel
Volgens het Internationaal Agentschap Duurzame Energie (IRENA) kan de geïnstalleerde capaciteit duurzame energie voor Afrika stijgen met 290 procent tussen 2015 en 2030. Ter vergelijking: voor Azië gaat het om een potentiële stijging van 161 procent, voor Latijns-Amerika om 43 procent.

Sinds het Klimaatakkoord van Parijs is er de belofte van landen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en in te zetten op nieuwe technologieën om de menselijke CO2-uitstoot op aarde te verminderen.

Afrikaanse landen nemen die belofte ernstig en hebben aanzienlijke inspanningen geleverd om deze doelstelling te halen, ondanks budgettaire beperkingen. De Verenigde Naties hebben het continent al geloofd voor de wijze waarop het technologie en innovatie wil omarmen in de zoektocht naar middelen om de klimaatverandering tegen te gaan.

Veldtechnologie
Volgens Jukka Uosukainen, de directeur van het CTCN, heeft technologie het leven van mensen in verschillende Afrikaanse landen al veranderd.

Mali heeft bijvoorbeeld met succes specifieke veldtechnologie toegepast in landelijke gebieden, zoals Koutiala, om afstromend water te verminderen met 20 tot 50 procent, afhankelijk van het bodemtype.

‘Deze innovatie heeft de opbrengst van gewassen verbeterd in een gebied dat eerder ernstige droogte heeft gekend. De kwaliteit van leven en de inkomsten van de bewoners van deze regio is hierdoor gestegen’, zegt Uosukainen.

Verder noemt hij ook Senegal waar massale biogasprojecten met de hulp van het Nationaal Biogasprogramma werden gelanceerd. Door deze techniek te implementeren wordt de doelstelling rond schone energie sneller haalbaar voor het land. Senegal zet ook in op technologie om energie te produceren uit afval.

Zonneparken
Nog een ander voorbeeld is Mauritius, dat het gebruik stimuleert van economische boilers die restwarmte opvangen en opnieuw overdragen naar het water in de ketel.

Deze ingreep heeft de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen op nationaal vlak sterk verminderd, heeft energiekosten naar beneden gehaald en de socio-economische groei van de bevolking doen stijgen.

Marokko heeft dan weer op grote schaal de fotovoltaïsche technologie omarmd. Het zonnepark Noor Ouarzazate IV genereert 582 megawatt aan duurzame energie, goed voor voor 1 miljoen mensen. Het land haalt nu al een indrukwekkende 42 procent van zijn energie uit hernieuwbare bronnen. De luchtvervuiling is er fors verminderd en de levenskwaliteit verbeterd.

Kenia mikt met een geothermische centrale op 630 megawatt en voorziet hiermee in energie voor 500.000 gezinnen en 300.000 KMO’s. Volgens een analyse van Bridges Africa heeft Kenia een potentieel van 10.000 megawatt uit geothermale bronnen.

Biomassa
Volgens Tony Simons, de directeur-generaal van het World Agroforestry Centre (ICRAF) hebben de meeste Afrikaanse landen gekozen voor technologie die tot schone energie leidt als een onderdeel van hun milieuoplossingen. ICRAF steunt deze inspanningen door de ontwikkeling van schonere opties voor energie gegenereerd uit houtachtige biomassa. Simons noemt het een sleuteltechnologie, die op het hele Afrikaanse continent wordt gebruikt.

De expert in boslandbouw is al een samenwerking aangegaan met verschillende Oost-Afrikaanse landen zoals Oeganda, Ethiopië, Rwanda en Burundi rond het project Trees for Food Security (Bomen voor Voedselzekerheid). Binnen dit kader wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar optimale boomsoorten voor elk land.

Het onderzoek omvat het detecteren van zaailingen die geschikt zijn voor specifieke gebieden en het verzorgen van moderne landbouwtechnieken tijdens het planten. Deze vorm van bosbedekking helpt woestijnvorming voorkomen, vermindert de CO2-uitstoot door fotosynthese en is bovendien een troef voor de schoonheid van het land.

Groen en vrouwvriendelijk
Het Green Cooling Africa Initiative (Groen Koelsysteem Afika Initiatief), geïmplementeerd in Ghana en Namibië, omvat moderne airconditioning- en koelapparatuur die het minimum aan elektriciteit verbruiken en minder giftige stoffen in de atmosfeer uitstoten.

Simons benadrukt ook dat al deze initiatieven hand in hand gaan met een oproep naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen, en dat dit een bewuste strategie is om de klimaatverandering aan te pakken. In alle gemeenschappen verschilt de kennis over landbouw en natuurlijke hulpbronnen naargelang het geslacht.

Het is dus van essentieel belang om vrouwen te betrekken op het gebied van kennis over de klimaatverandering, zowel op bedrijfsniveau als meer lokaal.

Ook projecten rond waterbeheer krijgen veel aandacht aangezien de meeste Afrikaanse landen proberen om de overexploitatie van dergelijke hulpbronnen te verminderen.

Satellietbeeldtechnologie
Kenia heeft onder meer technologie geïmplementeerd die groen waterbeleid mogelijk maakt, watertekorten helpt voorkomen en slim gebruik van water stimuleert.

Deze technologie heeft droge en semi-droge gebieden geholpen aan betere watervoorzieningen die worden ingezet voor irrigatie, veeteelt en het onderhoud van woningen. De dagelijkse strijd van de zoektocht naar water werd zo voor veel plattelandsbewoners verlicht.

Ook heeft de regering van Kenia in samenwerking met de Wereldbankgroep, het International Livestock Research Institute en de financiële sector in Kenia een verzekeringsprogramma voor boeren uitgewerkt. Het maakt gebruik van satellietbeeldtechnologie om boeren en veetelers vroegtijdig te waarschuwen voor droogte.

De satelliet meet de toenemende impact van droogte op het verlies van veevoeder in de kwetsbare landelijke gebieden van Kenia. Het zet vervolgens tijdige uitbetalingen van de verzekering in gang om kwetsbare veehouders te helpen om diervoedersupplementen aan te kopen om hun bedrijf gezond te houden totdat de droogte voorbij is.

Het omarmen van technologie en innovatie in de strijd tegen de klimaatverandering heeft geleid tot betere landbouwmethoden, hogere gewasopbrengsten, een lager energieverbruik en een lagere CO2-uitstoot in heel Afrika.

 

 



______________________________________________________________________________




NASA: Watertekorten worden cruciaal probleem

MO*/IPS
 . 18 MEI 2018

Het team van de NASA analyseerde vijftien jaar aan metingen door de GRACE-satelliet, die zoetwatervoorraden over de hele wereld opspoort. Die gegevens combineerden ze met neerslagdata, irrigatiemodellen en onderzoeken over de menselijke activiteiten. Op die manier kregen ze een gedetailleerd overzicht van de trends in 39 gebieden. 

‘Het is de eerste keer dat we observaties van verschillende satellieten combineren in een diepgaande analyse van de veranderende zoetwatervoorraden overal ter wereld’, zegt Matt Rodell, hoofdauteur van de studie in Nature. ‘Een belangrijke doelstelling daarbij was onderscheid maken tussen natuurlijke factoren, zoals droge en natte periodes als gevolg van El Niño en La Niña, en menselijke factoren zoals de klimaatverandering of het oppompen van grondwater.’

Hotspots
Uit de studie blijkt dat de reserves in sommige regio’s weliswaar relatief stabiel blijven, maar in andere snel af- of toenemen. ‘We zijn getuige van grootschalige hydrologische veranderingen’, zegt medeauteur Jay Famiglietti van het NASA Jet Propulsion Laboratory. ‘We zien een duidelijk patroon van natte gebieden die natter worden en droge gebieden die droger worden. Binnen die droge gebieden zien we meerdere hotstpots waar het grondwater wordt uitgeput.’

‘Dat patroon is voorspeld door de modellen van het VN-klimaatpanel, maar we hebben een veel grotere dataset nodig om met zekerheid te kunnen zeggen dat de klimaatverandering hiervoor verantwoordelijk is’, zegt Famiglietti.

China
Onder de hotspots zijn de bekende voorbeelden zoals de Sahara, het Midden-Oosten, Australië en California, maar ook relatief verrassende regio’s zoals de Chinese provincie Xinjiang, die ondanks normale neerslag de grondwaterreserves ziet dalen door overmatig gebruik voor industrie en irrigatie.

Het zijn ook die factoren die de Kaspische Zee doen krimpen, en dus niet natuurlijke variabiliteit zoals tot nog toe werd aangenomen. In het noorden van India slinken de grondwaterreserves voor irrigatie van gewassen zoals tarwe en rijst.




______________________________________________________________________________




Europees Hof: EU mag bijendodende pesticiden verbieden

MO*/IPS
 . 17 MEI 2018

Het Europees Hof geeft de Europese Commissie gelijk wat betreft beperkingen op drie pesticiden die bijen schaden. De fabrikanten van de pesticiden bijten in het zand.

Het Hof bevestigt de beperkingen die Europa in 2013 invoerde op de drie pesticiden imidacloprid, clothianidine en thiamethoxam omdat die bijen schaden. Het verwerpt hiermee de klachten van de bedrijven Bayer en Syngenta, de producenten van de producten. Een schadeclaim van Syngenta van 367,9 miljoen euro werd afgewezen.

Het vonnis komt er amper enkele weken nadat de EU-lidstaten voor een verlenging van de tijdelijke beperkingen uit 2013 hebben gestemd. Het Hof erkent in het vonnis het voorzorgsprincipe van de EU, dat de bescherming van de volksgezondheid, veiligheid en het milieu voorrang geeft op economische belangen.

Precedent

Milieubewegingen zijn blij met het vonnis en spreken van een belangrijk signaal aan de Europese Commissie.

‘Dit vonnis stelt de prioriteiten van de EU duidelijk’, zegt Franziska Achterberg, deskundige Voedselbeleid bij Greenpeace. ‘De belangrijkste plicht is de bescherming van mens en milieu, niet de winst van een bedrijf. Dit zou de commissie moeten aanzetten om ook maatregelen te nemen tegen andere gevaarlijke pesticiden zonder vrees voor een rechtszaak.’

Bijen
Bijenpopulaties gaan er gestaag op achteruit, en dat is niet alleen slecht nieuws voor de honingproductie. De wereldwijde voedselproductie bestaat immers voor driekwart uit planten die minstens deels afhankelijk zijn van bestuiving om vrucht te dragen. Sommige van die gewassen, zoals koffie en cacao, zijn een belangrijke ron van inkomsten voor ontwikkelingslanden.

Op sommige plaatsen in de wereld is nu al meer dan 40 procent van de bestuivende insecten bedreigd. De insecten hebben het moeilijk door verschillende oorzaken, waaronder de oprukkende monoculturen die geen ruimte laten voor wilde bloemen of gewassen die voedsel bieden voor bestuivende insecten.






______________________________________________________________________________






Droogste landen hebben enorm potentieel voor zonne- of windenergie

MO*/IPS
 . 15 MEI 2018

Om stroom op te wekken is vaak veel water nodig, of het nu gaat om het koelen van stoom in thermo-elektrische installaties of om turbines te doen draaien in waterkrachtcentrales. De wereldwijde vraag naar zowel water als elektriciteit zal de komende decennia ook aanzienlijk blijven toenemen.

Hoewel groei over het algemeen wordt gezien als een goede zaak voor de economie, daagt het principe landen ook uit. Vooral dan de landen waar waterschaarste heerst. Zij dienen hun gelimiteerde waterbronnen zorgvuldig te beheren en moeten investeren in de juiste energiesystemen.

Zonne-energie opgewekt aan de hand van fotovoltaïsche cellen (PV) en windenergie zijn schoon en vereisen geen of weinig water. Deze hernieuwbare vormen van energie helpen landen bij hun stijgende vraag naar elektriciteit zonder de nadelen zoals de uitstoot van CO2 of het overmatige gebruik van water.

Deze vormen van energieopwekking zijn met name gunstig voor landen waar de groeiende bevolking, landbouwbedrijven en de industrie concurreren om de schaarse watervoorzieningen. Een recente WRI-analyse toont bijvoorbeeld aan dat India zijn waterverbruik met een kwart kan doen dalen door de doelstellingen voor hernieuwbare energie te halen.

Potentieel

Voor de oprichting van het nieuwe dataplatform Resource Watch analyseerden we gegevens en kaarten van landen die waterschaarste kennen maar tegelijk ook veel potentieel hebben om zonne- en windenergie op te wekken. Deze landen zijn plekken waar zonne- en windtechnologie financieel aantrekkelijk zijn en waar deze technologieën veel water kunnen besparen voor de bevolking.

De top 20 van landen met waterstress en een hoog gemiddeld zonne-energiepotentieel liggen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika; de rest ligt in Azië en de Pacific, Latijns-Amerika en Afrika ten zuiden van de Sahara.

Op de lijst staan landen met verschillende economische statussen: drie zijn ontwikkeld (Australië, Israël en Saoedi-Arabië), vier zijn bij de minst ontwikkelde landen (Afghanistan, Eritrea, Oost-Timor en Jemen) en de rest hoort bij de groep van opkomende markten.

Jemen
Jemen heeft het hoogst gemiddelde zonne-energiepotentieel in termen van globale horizontale bestralingssterkte (GHI), een maat voor de sterkte en concentratie waarmee zonne-energie op een PV-paneel valt. Jemen is daarnaast ook een van de meest waterarme en minst ontwikkelde landen ter wereld.

De Wereldbank heeft net 50 miljoen dollar geïnvesteerd in zonne-energie om voor meer dan een miljoen Jemenieten in elektriciteit te voorzien. Met de aanhoudende burgeroorlog in het land zal de ontwikkeling van hernieuwbare energie echter nog een uitdaging worden.

Eritrea en Saoedi-Arabië hebben het tweede en derde hoogste gemiddelde zonne-energiepotentieel, maar wel een heel verschillende economische situatie. Het is een grotere uitdaging voor landen met beperkte financiële middelen om hernieuwbare technologieën op grote schaal toe te passen.

Maar doordat de kosten voor zonne- en windenergie blijven dalen, worden deze opties overal aantrekkelijker. Zelfs olierijke landen zoals Saoudi-Arabië investeren tegenwoordig zwaar in zonne-energie voor huishoudelijk gebruik, met een streefcijfer van 9,5 gigawatt (GW) aan energie uit zon en wind tegen 2023.

Andorra, België en Kazachstan
Van de 20 landen met waterschaarste maar met het meeste windenergiepotentieel, zijn er acht afkomstig uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika, zes uit Europa (Andorra, België, San Marino, Griekenland, Spanje en Portugal) en de rest uit Azië-Pacific en Noord-Amerika. Acht van de landen zijn ontwikkeld, elf komen uit opkomende economieën en een daarvan behoort tot de minst ontwikkelde landen ter wereld.

Andorra heeft het hoogste potentieel voor windenergie, gevolgd door België en Kazachstan. Maar om wind bijvoorbeeld aantrekkelijk te maken in Andorra, zouden de kosten goedkoper moeten zijn dan die voor de huidige elektriciteitsinvoer uit Spanje.

Zeven landen met waterstress (Algerije, Bahrein, Koeweit, Marokko, Oman, Qatar en Jemen) in de regio Midden-Oosten en Noord-Afrika hebben een hoog gemiddeld energiepotentieel voor zowel zon als wind, net als Australië. Sommige van deze landen hebben plannen om meer over te schakelen op zonne- en windenergie maar velen ook niet. Soms is dat door olierijkdom, of omdat ze vertrouwen op ontzilting voor hun watervoorziening. Sommigen hebben ook op dit moment nog geen probleem met waterschaarste.




______________________________________________________________________________




Landbezit verandert weinig aan rol Afrikaanse boerin

AGNES ANDERSSON DJURFELDT / IPS
 . 15 MEI 2018

Algemeen wordt aangenomen dat het herverdelen van eigendommen ten voordele van vrouwen, deze vrouwen in een sterkere positie brengt. De onderhandelingskracht zou toenemen en het inkomen zou hoger worden. Ook zou de stem van vrouwen meer gehoord worden.


De realiteit is vaak heel anders, blijkt uit ons recente boek Agriculture, Diversification and Gender in Rural Africa, gebaseerd op unieke, omvangrijke dataset over ongeveer tweeduizend gezinnen in zes landen: Ghana, Kenia, Malawi, Mozambique, Tanzania en Zambia. Deze data, gecombineerd met meer gedetailleerd kwalitatief onderzoek in drie dorpen in Malawi, laten de beperkingen zien van benaderingen die zich baseren op herverdeling van land op basis van gender.

We ontdekten dat zelfs als vrouwen land in bezit hadden, hun mannen nog steeds gezien worden als hoofd van het huishouden. Als zodanig hebben zij betere toegang tot bijvoorbeeld gesubsidieerde kunstmest en landbouwvoorlichtingsdiensten.

De bevindingen suggereren dat het versterken van de positie van vrouwen en meisjes in de landbouw interventies nodig heeft die verder gaan dan herverdeling van land. In plaats daarvan zouden beleidsmakers en ontwikkelingsorganisaties een veelzijdige benadering moeten hanteren, die verder gaat dan alleen landbouw. Er moet ook gekeken worden naar seksuele rechten bijvoorbeeld en vrouwen moeten de mogelijkheid hebben zich vrij te maken van de zware en tijdrovende huishoudelijke arbeid in arme plattelandsdorpen.

Genderkloof

Vrouwelijke landbezitters hebben minder land dan mannen in vijf van de zes landen die we bestudeerden. Dat betekent dat ze minder toegang hebben tot een van de belangrijkste bezittingen op het Afrikaanse platteland.

De kwantitatieve data die we verzamelden, bevestigen het bestaan van een genderkloof als het gaat om de omvang van bedrijven. Vrouwen hebben in alle landen kleinere boerderijen, behalve in Kenia. De kloof is in de meeste regio’s sinds 2002, het jaar waarin de studie aanving, gegroeid. In landen waar de gemiddelde omvang van bedrijven groeide – Ghana, Zambia en Tanzania – lijken mannen daar meer van te profiteren dan vrouwen.

In delen van Malawi en Zambia waar erven via vrouwelijke lijnen loopt, maakt dit niet echt een verschil voor het leven van die vrouwen. Dat heeft maken met zowel hun overige verantwoordelijkheden als maatschappelijke vooroordelen en druk.

Verantwoordelijkheden
De verantwoordelijkheden die vrouwen dragen, hinderen hun mogelijkheden om zich te richten op het boerenbedrijf. Via gesprekken in drie Malawische dorpen kwamen we erachter dat er een groot beslag gelegd wordt op de tijd en arbeid van vrouwen buiten het boerenbedrijf. Vrouwen worden geacht voor zieke familieleden te zorgen, vooral kinderen en zuigelingen. Ook moeten ze brandhout sprokkelen en zorgen dat er voldoende water is.

Het is onmogelijk dit te combineren met een volwaardige participatie in de landbouwproductie, zelfs als de vrouw het land in eigendom heeft. Gendernormen op het gebied van taakverdeling maken het voor mannen mogelijk om zich te onttrekken aan het tijdrovende huishoudelijk werk.

Mobiliteit
Dat vrouwen hun positie nauwelijks kunnen versterken, heeft ook te maken met een beperkte mobiliteit. Dat maakt het lastig voor hen om markten te bereiken. Ze zijn gebonden door hun huishoudelijke verantwoordelijkheden, controlerende echtgenoten en de potentiële gevaren die opdoemen als ze alleen op pad gaan, vooral in de avond en nacht.

Dat betekent dat vrouwen in feite geen macht hebben over het inkomen uit de verkoop van producten die verkocht worden op de landbouwmarkten.

De relatieve superioriteit van mannen binnen het huishouden en de plaatselijke gemeenschap wordt versterkt door overheidsbeleid dat uitgaat van de norm dat de man het hoofd van het huishouden is. Regeringen besteden bijvoorbeeld substantiële bedragen aan subsidieprogramma’s ten gunste van het hoofd van de huishouding.

Naar deze programma’s gaat ook geld dat eigenlijk bestemd is voor uitbreiding van de landbouwdiensten voor vrouwen. Dat betekent dat er geld weggehaald wordt uit fondsen die bestemd zijn om de positie van vrouwen te versterken – niet in de zin van landbezit, maar in termen van steun.

Duurzame oplossingen
Deze bevindingen suggereren dat het versterken van de positie van vrouwen om meer vraagt dan alleen landbezit. Vrouwen hebben steun nodig in de omgang met de vele verantwoordelijkheden die een aanslag doen op hun tijd. Als er bijvoorbeeld meer aandacht komt voor de slechte gezondheid van kinderen, kunnen vrouwen die ook moeder zijn meer tijd vrijmaken voor het landbouwwerk. Ook is het van belang dat ze eenvoudiger van a naar b kunnen reizen.

Bron: The Conversation





______________________________________________________________________________




Last van onkruid? Eet het op!

MO*/
LOUIS DE JAEGER . 14 MEI 2018

Ook dol op Superfoods? Het begon allemaal met de reclame voor de heilzame goji-berries. Iedere dag een flinke portie en… gegarandeerd een boost van energie. Wat later een uitnodiging voor een workshop: koken met quinoa, qui-wat? En op dat laatste feestje bij vrienden werden je vergeten groenten voorgeschoteld, die je nog niet kende, of misschien gewoon vergeten was.

Het zijn voornamelijk trends gecreëerd door slimme marketeers, voedsel dat vooral gegeten wordt om er bij te horen of om hip te zijn. Doordat trends wel eens kunnen uitdoven, wat bij quinoa het geval is, worden boeren uit ontwikkelingslanden de dupe van de wispelturigheid van westerlingen. 

Mensen spenderen honderden euro’s aan health food hypes die je het nieuwe wonder beloven, zoals de goji-berries, die niet veel meer zijn dan rode rozijnen, geïmporteerd vanuit een ander werelddeel.

Na het uitstapje naar de biowinkel, waar je trots een bosje vergeten sla hebt gekocht, is het tijd om wat in de tuin te werken, wat om één of andere rare reden synoniem geworden is voor hard werk, onkruid trekken of het perfecte gazon trimmen.

Brandnetels, paardebloemen, madeliefjes, klaver, dovenetel, vogelmuur, zevenblad, kleefkruid… ze moeten er allemaal aan geloven, weg er mee! De composthoop op. Na bloed, zweet en tranen heb je je duur exotisch bioslaatje eindelijk verdiend. 

Jammer dat we nooit op school geleerd hebben dat bovengenoemde “on”kruiden ongelooflijk voedzaam zijn. Dit zijn pas superfoods. Veruit superieur aan slasoorten gekocht in de winkel, die wellicht al serieuze afstanden hebben afgelegd en al even op je lagen te wachten in het winkelrek.

Vraag je je soms ook af waarom wij mensen zo graag dubbel werk doen? We zouden bijvoorbeeld een wandelingetje in onze tuin kunnen doen, wat kruiden knippen, er een slaatje van maken met wat olijfolie, peper, zout en balsamico. Et voilà! Een verplaatsing naar de winkel en een onkruidkarwei minder.

Eens je de eetbare rijkdom in je tuin leert kennen, kijk je heel anders naar wat de natuur je gratis offreert. En… je hoeft er niets voor te doen, het groeit keer op keer terug. 

Heb je zin in een paardebloembrood, brandnetelsoep, vogelmuurpannenkoekjes, zevenbladpesto, quiche met kleefkruid of een klaver-dovenetel-slaatje… ? De mogelijkheden zijn eindeloos. Je kunt je creativiteit de vrije loop laten en jezelf en anderen verrassen. In plaats van je krachten te verspillen in een gevecht tegen de natuur, een gevecht dat je toch niet zult winnen, kan je genieten van wat ze te bieden heeft! Smakelijk!






______________________________________________________________________________




Slimme aanpak van nieuw mijnbouwproject in Peru voorkomt protest

MO*,
LIESBET COLSON EN SAAR FIVEZ . 8 MEI 2018

Mijnbouwbedrijf Southern, de nieuwe eigenaar van de kopermijn Michiquillay, investeert 200 miljoen dollar in sociaal fonds om lokale bevolking aan zijn kant te krijgen.

Koper is hot. De vraag naar het op twee na belangrijkste metaal -na ijzer en aluminium- in de industrie, is de laatste jaren erg gegroeid. Koper vind je in verschillende gedaantes terug: in muntgeld, kunstwerken, computers en andere elektronica, maar ook in elektriciteitsdraden. Doe daar nog eens de groeiende markt van elektrische voertuigen en de snelle groei van China bij en je begrijpt waarom het zo gegeerd is.

Schaars is koper niet. Het zit bijna overal ter wereld in de grond, maar een aantal landen hebben zich ontpopt tot leider in het ontginnen ervan. In Europa zijn dit voornamelijk Polen en Rusland, in Zuid-Amerika Chili en Peru. Decennialang was Chili de absolute koning, maar buurland Peru is aan een heuse inhaalbeweging bezig.

In 2017 onttroonde het Chili zelfs als belangrijkste leverancier van koperconcentraat aan China, dat jaarlijks ongeveer 17 miljoen ton importeert. Peru wilt de grootste zijn en neemt daarom allerlei maatregelen. Zo stelt het zelfs soepelere wetten op om particuliere investeringen te bevorderen. Viceminister van mijnbouw, Ricardo Labó, voorspelt dat de koperproductie in Peru tegen 2021 met 30% zal toenemen.

Kopertijdperk in het noorden van Peru
Om die 30% te halen, zijn er grootse projecten nodig. Een deel van die plannen situeren zich in het noorden van het land. Hoewel hier de vorige decennia vooral gezocht werd naar goud, voorspelt men dat de toekomst dus koper kleurt. De streek wordt zelfs de kopergordel van Peru genoemd, dankzij vier grote mijnen: La Granja, Galeno, Conga en Michiquillay. Conga kent u als uitbreiding van Yanacocha. Zoals in ons vorig artikel gezegd, is dit project stilgelegd vanwege grootschalige protesten. We willen echter even inzoomen op een andere grote mijn die enkele maanden geleden een nieuwe eigenaar kreeg toegewezen: Michiquillay.

Het megaproject Michiquillay zal een oppervlakte beslaan van 4050 hectare tussen de dorpen van Sorocucho, La Encañada en Sucre. Minerale bronnen worden geschat op 1.159 biljoen ton koper. Volgens analisten kan het project bijgevolg 0.5% toevoegen aan de economische groei van Peru de komende jaren…

De toekenning van deze grote kopermijn gebeurde via een openbare aanbesteding. Tien bedrijven solliciteerden, slechts twee ervan presenteerden hun economisch voorstel. De aanbesteding werd vorig jaar wel twee keer uitgesteld. De laatste keer was in december, te midden van politieke onzekerheid; voormalig president Kuczynski werd beschuldigd van fraude. Op 20 februari kwam er dan toch een winnaar uit de bus; niemand minder dan Southern Copper Corp.

Southern onder de loep
Al deze grote mijnbouwprojecten in het noorden van Peru zorgen voor heel wat sociale onrust: welke plaats neemt landbouw hierin, de voornaamste bron van inkomen voor de plaatselijke bevolking? Hoe zit het met de watervoorraden? En vooral, wat met de veelbesproken vervuiling?

Als (gedeeltelijk) antwoord hierop investeert Southern 200 miljoen dollar in een sociaal fonds, toegewijd aan de implementatie van sociale en duurzame ontwikkelingsprojecten in de streek. De overheid heeft de gemeenschappen tevens verzekerd dat het project geen aanslag zal zijn op de watervoorraden. Als we het gekozen bedrijf onder de loep nemen, vragen we ons af of deze beloftes zullen standhouden.

Het bedrijf Southern Copper Corporation Peru (SPCC) werd opgericht in 1952 en in 1999 overgekocht door Grupo México Asarco, waardoor het Mexicaanse bedrijf verantwoordelijk werd voor de mijnbouwactiviteiten van SPCC in Peru.

Southern kent helaas een lange geschiedenis van milieuvervuiling en schending van mensenrechten. In de jaren vijftig vervuilde het zwaar de kust als gevolg van gebruikte smeltprocessen. Daarnaast dumpte het van 1960 tot 1996 een slordige 785 miljoen ton mijnafval in de Tacneña Bay. In 1996 startte het bedrijf met de operaties van het Los Chancas-project in Apurímac.

Door de bouw van een aantal toegangswegen werd heel wat landbouwgrond verwoest en vonden er aardverschuivingen plaats. Tijdens hevige regens werden de basisschool, de kapel en de huizen in het nabijgelegen gebied onder aarde bedolven. Tijdens protesten tegen het geplande Tía María-project in Arequipa vielen er tussen 2011 en 2015 zes doden.

De lange lijst vervuilingen en de slechte relatie met lokale gemeenschappen zorgen ervoor dat het bedrijf heel wat wantrouwen veroorzaakt. Alle reden dus om bezorgd te zijn om dit nieuwste project…

Stilte voor de storm?
Het leek ons logisch dat de nieuwe plannen op felle tegenkanting zouden botsen in deze streek die gekend staat om sterke sociale bewegingen en hevige protesten tegen mijnbouw. Het blijft hier echter verdacht stil. Tijdens een bezoek aan La Encañada, één van de dorpen binnen het mijnbouwgebied, wordt duidelijk dat Southern het slimmer aanpakt dan vorige plaatselijke projecten. Zo biedt het niet alleen jobs aan, maar betaalt het ook de hogere studies van een aantal jongeren; een luxe die vele van deze boerengezinnen zich niet kunnen veroorloven.

We zagen dat Southern in een andere gemeenschap watertanks met zonnepanelen installeerde. Hoewel een aantal stemmen uit de gemeenschappen weigerachtig staan ten opzichte van het megaproject, is er geen echt protest voelbaar. Op dit moment voelt de plaatselijke bevolking namelijk nog geen negatieve ecologische impact en profiteert het van de giften. Een nieuwe keuken, een warme douche, verder studeren… deze arme gemeenschappen kunnen die extra’s erg goed gebruiken.

Er wordt echter voorspeld dat de opstand nog feller zal zijn dan ten tijde van Conga, eens de mijn in werking treedt en de negatieve effecten voelbaar worden…






______________________________________________________________________________




In Zuid Soedan is humanitaire hulp weigeren een oorlogsstrategie

MO*,CHRISTINE MONAGHAN 
. 8 MEI 2018

Tijdens een bezoek aan Zuid-Soedan hoorde onderzoekster Christine Monaghan getuigenis na getuigenis van hulpverleners die hun werk niet naar behoren kunnen uitvoeren, schrijft ze. Hulporganisaties en konvooien worden tegengewerkt zodat hun levensreddende middelen niet tijdig bij burgers in nood geraken.


’Om je hulpgoederen te mogen leveren moet je zitpenningen betalen aan de regering en aan de oppositie’, vertelde een hulpverlener me tijdens een bezoek aan Zuid-Soedan. ‘Er zijn luchthaventaksen om gebruik te mogen maken van de landingsbaan; om meer dan 100 dollar cash geld in te voeren is een autorisatie van ten minste vijf verschillende ministeries vereist. Als je alle nodige documenten verzameld hebt zullen ze zeggen dat er iets ontbreekt of dat er iets is veranderd.’

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van getuigenissen van humanitaire krachten en gezondheidswerkers over de hindernissen die de regering van Zuid-Soedan heeft gecreëerd om te voorkomen dat zij hun essentiële werk in een conflictgebied kunnen doen. Regeringsfunctionarissen - en de oppositie - hebben schaamteloos humanitaire hulp ontzegd, waardoor burgers geen toegang hebben tot essentiële diensten en hulporganisaties niet kunnen functioneren.

De strategie wordt gebruikt als een oorlogstactiek en leidt tot ziekte, letsel en dood.

750 keer humanitaire hulp ontzegd
In een nieuw rapport toont Watchlist on Children and Armed Conflict aan dat in 2016 en 2017 minstens 750 incidenten te maken hadden met het ontzeggen van humanitaire hulp, vaak door toedoen van de autoriteiten.

In tientallen interviews met hulpverleners, gezondheidswerkers en medewerkers van ngo’s in Zuid-Soedan en buurland Oeganda, hoorde ik over de vele verontrustende stappen die door de regeringen worden genomen om deze mensen de pas af te snijden.

De afgelopen jaren heb ik soortgelijke situaties waarbij hulp wordt verhinderd onderzocht in Jemen en Afghanistan. Mijn conclusie is dat de reikwijdte van dit soort praktijken ongezien is in Zuid-Soedan.

Vergunningen en registraties
In maart 2017 dreef de overheid de prijs voor een werkvergunning voor buitenlanders op van 100 naar een onthutsende 10.000 dollar. Twee maanden later werden ook de registratiekosten voor internationale ngo’s verhoogd van 2000 naar 3500 dollar.

Regeringsmedewerkers kwamen ook tussenbeide bij de werving van personeel voor ngo’s door hun personeelslijsten op te vragen en zelfs door present te zijn op sollicitatie-interviews. Soms stelden ze hun veto over bepaalde kandidaten.

Eisen rond vergunningen en registraties worden voortdurend gewijzigd wat het voor personeel van hulporganisaties moeilijker maakt om te kunnen reizen voor hun werk.

‘De overheid heeft minstens drie keer nieuwe nummerplaten, nieuwe rijbewijzen en andere registratieformulieren ingevoerd’, vertelde een humanitaire hulpverlener. ‘Ze kondigen de nieuwe procedure aan op donderdag en zetten je op vrijdag aan de kant van de weg en laten je een boete betalen.’

Dit vindt allemaal plaats in een land dat de humanitaire hulp ontzettend hard nodig heeft. Volgens gegevens van het VN-agentschap voor Humanitaire Zaken (OCHA) zijn sinds december 20 procent van de 1900 ziekenhuizen in Zuid-Soedan gesloten en de helft van de gezondheidsinstellingen die nog functioneren doen dat met een heel beperkte capaciteit.

Geen toegang tot zorg
Strijdende partijen zijn verantwoordelijk voor minstens vijftig aanvallen op medische instellingen in 2016 en 2017 – eveneens een oorlogsstrategie en een wrede manier om te voorkomen dat burgers toegang krijgen tot zorg. Als gevolg hiervan houden ondervoeding, cholera en hongersnood belangrijke delen van het land in de greep.

De strategie achter deze acties is helder: het is een deel van het oorlogsarsenaal. De regering is erin geslaagd om de slagkracht van humanitaire organisaties te verkleinen en een al schrijnende situatie voor burgers nog ellendiger te maken. Humanitaire organisaties doen altijd belangrijk werk, maar in Zuid-Soedan is hun werk essentieel, omdat het veel verder gaat dan het klassieke mandaat om noodhulp te verlenen.

Volgens OCHA hebben humanitaire organisaties sinds 2013 tot 80 procent van alle gezondheidszorg in het land verstrekt.

Zoals vaak het geval is in conflictgebieden, worden vooral kinderen en vrouwen getroffen door deze oorlogstactiek. In totaal vier miljoen mensen zijn ontheemd in Zuid-Soedan. Van hen zijn 85 procent vrouwen en kinderen.

Onze organisatie Watchlist roept de Zuid-Soedanese regering dringend op om haar verplichtingen na te komen en ongehinderde toegang tot humanitaire hulp mogelijk te maken. Een onafhankelijke instantie zou de incidenten rond het verhinderen van hulp moeten onderzoeken en de procedures voor ngo’s en hun medewerkers moeten duidelijk en transparant zijn.

Verraderlijke oorlogstactiek
Zelfs in oorlogstijd zijn er regels die moeten worden gevolgd. Ze zijn ontworpen om de impact van oorlog op kinderen, vrouwen en burgers in het algemeen te beperken en de meest kwetsbaren te verzekeren van humanitaire steun. De regering van Zuid-Soedan heeft deze regels schaamteloos overtreden en het leven van haar eigen burgers in gevaar gebracht.

De internationale gemeenschap moet onmiddellijk actie ondernemen en een einde maken aan deze verraderlijke oorlogstactiek die al verwoestende gevolgen heeft gehad voor de kinderen in Zuid-Soedan.

Christine Monaghan is onderzoeksmedewerkter bij Watchlist on Children and Armed Conflict, een organisatie die opkomt voor de rechten van kinderen in conflictgebieden. De organisatie met standplaats New York tracht geweld tegen kinderen onder de aandacht te brengen en te beëindigen.






______________________________________________________________________________




Milieubewegingen geschokt door voorstel Europese begroting

MO*/IPS
 . 3 MEI 2018

Milieuorganisaties zijn unaniem in hun afkeuring van de Europese Meerjarenbegroting die gisteren (woensdag) door de commissie werd voorgesteld. Het is absoluut onvoldoende om de uitstoot terug te dringen, het verlies van biodiversiteit te stoppen of de economie duurzamer te maken, zeggen ze.

De commissie hamert erop dat de strijd tegen de klimaatverandering een van de topprioriteiten is, en in het begrotingsvoorstel wordt het aandeel voor klimaatactie ook opgetrokken van de huidige 20 procent (2014-2020) naar 25 procent (2021-2027).

Het Wereldnatuurfonds (WWF) spreekt van een ‘al bij al matige’ stijging die niet zal volstaan om de klimaatbeloften van de EU na te komen of de economie te vergroenen, zegt het WWF. De organisatie pleit ervoor om minstens de helft van de begroting in lijn te brengen met de strijd tegen de klimaatverandering en natuurbescherming.

‘Deze begroting is een klap in het gezicht van iedereen die een Europese leidersrol verwachtte op het vlak van het milieu, natuurbescherming of de klimaatverandering’, zegt Andrea Kohl, directeur van het WWF in Europa. ‘Het is ongelooflijk dat er zo weinig aandacht wordt besteed aan de strijd tegen de klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit, net nu de wereld zich begint te realiseren in welke ecologische crisis we verkeren.’

Landbouw
Vooral de voorstellen op het vlak van landbouw stuiten de organisaties tegen de borst. Het Wereldnatuurfonds spreekt van een “stap terug”, omdat de commissie wil snijden in het budget dat voorzien is voor milieubescherming.

In de huidige begroting (2014-2020) is 30 procent van de directe CAP-betalingen naar boeren verbonden aan voorwaarden voor milieustandaarden. Maar in het nieuwe voorstel begroting wordt die bepaling geschrapt.

‘Het is schokkend dat het voorstel de huidige status quo in de landbouw beschermt, waar miljarden gepompt worden aan hulp voor een ecologisch rampzalig landbouwmodel’, zegt Bérénice Dupeux van milieukoepel European Environmental Bureau (EEB).

Onacceptabel
Ook Marco Contiero van Greenpeace spreekt van een ‘schokkend voorstel, zeker gezien de schade die veroorzaakt wordt door industriële landbouw. De EU hinkt al achterop wat de klimaatverandering, water- en luchtvervuiling en milieuschade betreft. Niets opzijzetten om daar iets aan te doen, is onacceptabel.’

Volgens de milieu- en klimaatbewegingen is het nu aan de Europese regeringen en het Europees Parlement om deze begroting te verbeteren, ‘zodat de EU haar beloften kan nakomen van een groenere en eerlijkere landbouw.’

‘De lidstaten moeten nu samenwerken met de commissie om dit voorstel recht te trekken en de prioriteiten te hertekenen’, zegt Andrea Kohl van het WWF. ‘Het is zonneklaar dat de EU zijn internationale verplichtingen niet kan nakomen door lippendienst te leveren.’





______________________________________________________________________________





37 klimaatmodellen voorspellen meest extreme weer in armste landen

BRUSSEL, 3 mei 2018 (IPS)

De rijke landen die het meest hebben bijgedragen aan de klimaatverandering zullen in de toekomst minder temperatuurschommelingen, zoals hitte- en koudegolven ervaren dan arme landen. Een internationaal team wetenschappers spreekt van een “klimaatonrechtvaardigheid” die niet eerder is geconstateerd.

Onderzoekers van de universiteiten van Wageningen, Montpellier en Exeter namen klimaatmodellen onder de loep en concludeerden dat de temperatuurschommelingen buiten de tropen zullen afnemen. Daarentegen zal de variabiliteit toenemen in tropische landen die vaak te arm zijn om deze veranderingen goed aan te kunnen.

Uit de internationale studie blijkt dat de temperatuurvariabiliteit toeneemt tot 15 procent bij elke graad opwarming door het broeikaseffect in het Amazonegebied en zuidelijk Afrika, tot zo’n 10 procent per graad in de Sahel, India en Zuidoost-Azië.

Klimaatonrechtvaardigheid
Voor hun onderzoek analyseerde het team 37 verschillende klimaatmodellen die zijn gebruikt voor het laatste rapport van het VN-klimaatpanel (IPCC).
De resultaten wijzen op een “klimaatonrechtvaardigheid” die niet eerder is geconstateerd, stellen ze.

"De landen die het minst hebben bijgedragen aan de klimaatverandering en het kleinste economische potentieel hebben om de gevolgen op te vangen worden geconfronteerd met de grootste toename in temperatuurvariabiliteit", zegt Sebastian Bathiany van Wageningen University & Research, de hoofdauteur van de studie. Deze toenamen zijn slecht nieuws voor ecosystemen en samenlevingen in de tropen.

Helft van de wereldbevolking
De studie laat ook zien dat de verhoogde temperatuurfluctuaties in de tropen samengaan met droogte, waardoor de bevolking voor sterke uitdagingen zal staan om te voorzien in voldoende voedsel en water.
"De landen die voor de dubbele uitdaging van armoede en toenemende temperatuurfluctuaties staan, herbergen de helft van de wereldbevolking" zegt Marten Scheffer, coördinator van de onderzoeksgroep. "Bovendien is de bevolkingsgroei in deze gebieden ook bijzonder hoog."




______________________________________________________________________________




Verklaring van Berlijn: Een nieuwe visie voor cacao

MO*, BART VAN BESIEN
 . 3 MEI 2018

“De groei van duurzaamheidsinitiatieven heeft niet bijgedragen tot betere leefomstandigheden voor cacaoboeren.” In zijn openingsrede zet Dr. Jean-Marc Anga, Directeur van de Internationale Cacao Organisatie (ICCO) de toon voor de conferentie.

De prijscrash van 2017 en de toename van armoede die daaruit volgde, maakten pijnlijk duidelijk dat de bestaande initiatieven en goede bedoelingen niet volstaan om de cacaosector duurzaam te maken. Nog eens in de woorden van Dr. Anga: “Business as usual is no longer an option”.

Leefbaar inkomen en mensenrechten
De Berlijn-verklaring erkent dat de cacaosector pas duurzaam is als boeren een leefbaar inkomen verdienen. Dat klinkt logisch, maar in de cacaosector kan het voor een kleine revolutie zorgen. Een recente studie van Fairtrade International toont aan dat boeren in Ivoorkust gemiddeld slechts 1/3de van zo’n leefbaar inkomen verdienen.

(Ter verduidelijking. Het gemiddelde inkomen van een huishouden dat cacao produceert in Ivoorkust is $ 7318 per jaar. Slechts 7 procent van de cacaoboeren heeft zo’n inkomen. De rest moet het doen met $ 2707$ per jaar (of ongeveer $ 7,4 per dag)

Met het verhogen van de cacao-opbrengst per hectare en inkomensdiversificatie (door boeren aan te zetten ook andere gewassen te telen) alleen overbrug je de inkomenskloof van 2/3de niet. Daarom wijst de studie van Fairtrade ook naar de nood om prijzen te verhogen. Een piste waar de chocolade-industrie zich al decennialang tegen verzet, zwaaiend met mededingingswetten. Die wetten zijn in het leven geroepen om consumenten te beschermen tegen price-fixing. Daarom roept de vierde Wereld Cacao Conferentie (WCC4) op om mededingingswetten te herzien om zowel consumenten als producenten te beschermen.

De inspanningen om kinderarbeid te bestrijden en ook de grondoorzaken daarvan moeten opgedreven worden. En aangezien kinderarbeid en leefbaar inkomen voor de boer mensenrechten zijn, doet de Berlijn-verklaring een oproep naar overheden. Zij moeten wetgevende instrumenten ontwikkelen om bescherming van mensenrechten te garanderen in de volledige toeleveringsketen.

De cacaoproducerende landen zelf worden opgeroepen tot dringende actie. Bij het begin van de conferentie gaf Dr. Anga al aan dat coördinatie tussen de producerende landen noodzakelijk is. ‘Hoe is het mogelijk dat 4 landen 75% van de cacao ter wereld produceren en toch geen invloed op de prijs hebben?’

Een maand voor de conferentie kondigden Ivoorkust en Ghana, de twee belangrijkste cacaoproducenten, een samenwerkingsinitiatief aan. Het belang van het slagen van die samenwerking valt niet te onderschatten.

De belangrijkste actor in de productieketen van cacao is uiteraard de cacaoboer. Hij verdient nog steeds maar 6% van die hele keten. Of om het anders te stellen: de cacaosector is jaarlijks goed voor 100 miljard $, waarvan de meer dan 5 miljoen boeren samen slechts 6 miljard $ ontvangen.

Boerenorganisaties moeten als gelijke businesspartner beschouwd worden met wie de voorwaarden van cacaohandel onderhandeld worden. Vandaag wordt het welzijn van cacaoboeren nog steeds gezien als liefdadigheidsproject. Het is nodig om boerenorganisaties te versterken zodat verandering van onderuit kan komen.

The time to act is now
De Berlijn-declaratie sluit af met “The time to act is now”. De doelstellingen en aanbevelingen zijn duidelijk, dat is een stap vooruit. Maar zonder duidelijk actieplan en transparante monitoring, vertellen we over twee jaar hetzelfde mistroostige verhaal. WCC4 is daarom nog niet voorbij. Oxfam-Wereldwinkels schaart zich achter de oproep om de principes in acties te vertalen.

Als chocoladeland heeft België een bijzondere rol te spelen om de eis voor een leefbaar inkomen om te zetten van theorie naar praktijk. Heel teleurstellend alweer om geen Belgische initiatieven te horen wanneer 1500 vertegenwoordigers van de chocoladesector zich verzamelen. Waren wij niet het trotse chocoladeland?

 



______________________________________________________________________________




Steeds meer wapengeweld tussen herders en boeren in Sahel


OLAYINKA AJALA (UNIVERSITY OF YORK)
 . MO* 3 MEI 2018

Werden ruzies tussen herders en boeren vroeger nog vaak via dialoog opgelost in de Sahel, sinds enkele jaren komt er steeds meer wapengeweld aan te pas. Een gevolg van oorlogen in omringende landen zoals Libië en Mali, constateert Olayinka Ajala, politicoloog aan de University of York.

Terwijl tijdens de afgelopen jaarwisseling wereldwijd vuurwerk werd afgestoken, klonk in de Nigeriaanse staat Benue geweervuur. In een nacht tijd werden 73 mensen vermoord en raakten honderden gewond door terreur van herders in twee regio’s die hoofdzakelijk bewoond worden door boeren.

Ruzies tussen boeren en herders gaan al terug tot het prekoloniale tijdperk. Maar vorig jaar namen ze alarmerende proporties aan, toen duizenden mensen omkwamen bij meer dan vijftig confrontaties. Dit volgde op een stijging van het aantal confrontaties sinds 2011 in Nigeria, Ghana, Mali, Niger, Mauritanië, Ivoorkust en Senegal.

De dramatische stijging in het aantal aanvallen en de intensiteit daarvan, wordt in toenemende mate gezien als een bron van zorg in de regio. De Global Terrorism Index sprak in 2017 over 2500 doden tussen 2012 en 2016 in Afrika ten zuiden van de Sahara. De meeste doden vielen in Nigeria. Tussen 2007 en 2011 waren er 67 confrontaties tussen boeren en herders in Nigeria. Tussen 2012 en 2018 was dat gestegen tot 761.

Toegang tot land en water, droogte, verwoestijning en etniciteit zijn factoren die allemaal bijdragen aan het geweld. Aanvallen vinden vaak plaats als dieren zich op land van boeren begeven en de gewassen vernielen. De plotseling stijging in het aantal aanvallen en doden suggereert echter dat er meer speelt dan klimaatverandering en een strijd om natuurlijke hulpbronnen.

Er is groeiend bewijs dat de conflicten in andere landen bijdragen aan de sterke stijging van het aantal aanvallen en slachtoffers. Het geweld wordt bijvoorbeeld aangejaagd door de onrust in Libië sinds 2011 en het al zes jaar durende conflict in Mali. Deze regionale conflicten hebben geresulteerd in proliferatie van wapens. Herders zijn bijvoorbeeld vaak bewapend, en soms komen die wapens uit Libië. Diefstal en smokkel van vee zijn ook een nieuwe trend in de hele regio.

Wapenproliferatie

Het conflict in Libië sinds 2011 heeft geleid tot ongekende wapenproliferatie in de Sahel en Afrika ten zuiden van de Sahara en droeg bij aan het conflict in Mali. Terroristische organisaties zoals AQIM en Boko Haram hebben ook geprofiteerd van de wapenmarkt: de regio werd overspoeld met duizenden lichte wapens.

De groei van de illegale wapenmarkt in de regio ging samen met een toename van veediefstal sinds 2011. En die diefstal wordt aangejaagd door kartels die illegaal verkregen rijkdom aanwenden om groepen jonge mannen te bewapenen die vee stelen van nomaden. Dat vee wordt dan verplaatst naar grote ranches of gaat de grens over voor verkoop. De kartels profiteren van een stijgende vleesprijs: een volwassen koe wordt in de regio verkocht voor ongeveer 1000 dollar.

Deze trend heeft ertoe geleid dat steeds meer herders zich bewapenen. Ze gebruiken hun wapens bij de kleinste provocatie ook tegen boeren, want iedereen die hun nomadische activiteiten hindert, wordt gezien als vijand.

Hoewel conflicten tussen boeren en herders soms het etiket ‘etnisch of religieus’ conflict krijgen, spelen er ook economische factoren mee. Volgens berichten zou een onbekende helikopter voorraden gedropt hebben voor herders in afgelegen gebieden. Leiders in de staat Taraba beweerden onlangs iets soortgelijks: helikopters zouden wapens gedropt hebben voor herders. 

Herders zeggen dat ze wapens dragen om zichzelf en hun vee te beschermen tegen toegenomen bedreigingen. En boeren zijn begonnen met het vormen van groepen burgerwachten om zichzelf te beschermen tegen aanvallen van herders. Het gevolg is een cyclus van geweld.  Waar ruzies voorheen werden opgelost via dialoog tussen plaatselijke leiders en herders, worden nu wapens getrokken.

Te langzaam en ineffectief
De reactie van regeringen in de regio verschilt. Nigeria wordt bekritiseerd vanwege zijn lakse houding. In een poging te bewijzen dat het de conflicten serieus neemt, voerde het Nigeriaanse leger onlangs luchtaanvallen uit op diverse dorpen, waarbij onschuldige slachtoffers vielen. Amnesty International uitte stevige kritiek op deze aanvallen en noemde ze “totaal inadequaat, te laat, ineffectief en in sommige gevallen onwettig.”

De Ghanese overheid ziet de herders als de agressors. Politieagenten hebben een mandaat om te schieten als hun vee te dichtbij komt.
 
Niger pakt het weer anders aan. Daar worden mensen met een verwijzing naar hun islamitische geloof gewaarschuwd geen vee te stelen en moorden te plegen. Dit leidde ertoe dat dertig wapens door herders werden ingeleverd bij de politie.

Een regionale, multinationale benadering?
Het geweld in de regio lijkt in snel tempo te escaleren en vraagt om een snel antwoord. De poreuze grenzen en grote, onbestuurde gebieden maken dit een probleem dat gezamenlijk aangepakt moet worden, zoals dat ook gebeurt met de opstand van Boko Haram.

Sommige gouverneurs in Nigeria, inclusief de gouverneur van de staat Benue, zijn van mening dat het houden van vee op vaste plaatsen, in ranches, de enige oplossing voor de crisis is. Hoewel ranching een goed idee is, is het niet gezegd dat dat het probleem oplost, omdat het de cultuur en traditie van de nomaden niet erkent. In plaats daarvan zouden graasgebieden aangewezen kunnen worden die voor zowel boeren als herders acceptabel zijn.

Daarnaast zou het inperken van de wapensmokkel, om het onophoudelijke verlies van levens en bezittingen te voorkomen, bovenaan de agenda moeten staan bij alle betrokken landen.

Olayinka Ajala is politicoloog aan de University of York.

Bron: The Converation





______________________________________________________________________________





Zwitserse natuurgebieden liggen vol microplastics

MO*/IPS
 . 2 MEI 2018

Op plekken in heel Zwitserland blijkt de bodem vervuild met microplastics. Wetenschappers pleiten voor dringend onderzoek naar de gevolgen voor de voedselveiligheid.

Dat oceanen en meren vervuild zijn met minuscule stukjes plastic is al langer bekend, maar steeds meer wordt duidelijk dat ook de bodem er niet aan ontsnapt. Zelfs in het opgeruimde Zwitserland blijkt de bodem vervuild: wetenschappers van de Universiteit van Bern vonden microplastics in 9 op 10 van de onderzochte bodemstalen, zelfs in die van afgelegen, beschermde natuurgebieden.

53 ton
Op basis van het onderzoek schatten de wetenschappers dat er in de Zwitserse riviervlaktes zo’n 53 ton plastic in de grond zit. Ze publiceerden hun bevindingen in het vakblad Environmental Science and Technology.

De meeste microplastics werden gevonden in bodems waar ook grotere stukken plastic voorkwamen. Daar gaat het dan vooral om stukjes van grotere elementen die desintegreren.

Maar er werden ook microplastics gevonden in bodems zonder grotere stukken. De partikels bleken er veel kleiner (< 0,5 millimeter) en hebben een andere samenstelling. Ze blijken zelfs in de meest afgelegen berggebieden voor te komen, en worden dus waarschijnlijk met de wind vervoerd.

De wetenschappers spreken van alarmerende bevindingen, omdat uit eerder onderzoek bleek dat microplastics bijvoorbeeld aardwormen kunnen schaden en zelfs doden. Zo kunnen ze de kwaliteit van de bodem op termijn aantasten.

Maar de echte effecten van de vervuiling zijn eigenlijk niet bekend, onder meer of het plastic zich een weg kan banen naar de menselijke voeding via gewassen. De wetenschappers pleiten dan ook voor meer onderzoek.




______________________________________________________________________________




Waarom beschavingen verdwenen zijn en de onze gevaar loopt

MO*/DIRK BAUWENS
 . 1 MEI 2018

De Chinese en Indiase beschavingen bestaan respectievelijk 5000 en 3500 jaar en hebben allicht nog een hele tijd te gaan. De geschiedenis leert echter dat vele grote culturen op een bepaald moment aan hun eind zijn gekomen. Wat zijn dan de verschillen tussen civilisaties die zich niet konden handhaven en samenlevingen die zich min of meer met goed gevolg wisten aan te passen aan veranderende omstandigheden? Welke vergissingen begingen diegenen die ten onder zijn gegaan ?

In zijn boek Ondergang: waarom zijn sommige beschavingen verdwenen en hoe kan de onze haar ondergang voorkomen? uit 2005 tracht Jared Diamond, professor geografie aan de universiteit van Californië, bovenstaande vragen te beantwoorden.

Jared Mason Diamond (geboren in 1937) is een gelauwerde Amerikaanse wetenschapper en auteur van zes wetenschappelijke werken die onder meer een Pulitzerprijs won.
De problemen die Diamond in Ondergang beschrijft, zijn actueler dan ooit. In deze studie tracht hij na te gaan wat de val veroorzaakte van enkele grote beschavingen en wat onze generatie daarvan kan leren.

Diamond definieert een maatschappelijke ineenstorting als ‘een ingrijpende afname van de menselijke bevolking en/of verarming van de politieke, economische, sociale structuur, over een groot gebied en gedurende een lange periode.’ Diamond erkent wel dat het moeilijk te bepalen is hoe ingrijpend de achteruitgang van een beschaving moet zijn voordat men van ondergang kan spreken.


De wetenschapper heeft vooral het wedervaren van een viertal beschavingen onderzocht: de ecocide of ecologische zelfmoord van Paaseiland en de respectievelijke ondergang van de Anasazi, de Maya’s en Viking-Groenland. Verderop analyseert Diamond ook wel recentere gebeurtenissen zoals de volkerenmoord in Rwanda en de milieuproblematiek in China.

Vijf ondergangsfactoren
Zijn studie maakt komaf met een populaire mythe dat uitsluitend onze generatie leefmilieuproblemen zou veroorzaken. Ook onze verre voorouders schonken te weinig aandacht aan het natuurlijke evenwicht. Niet alleen milieuvernietiging lag aan de basis van de ineenstorting van een cultuur. Andere elementen speelden eveneens een rol.

Als eclectisch onderzoeker onderscheidt Diamond vijf interfererende en complementaire factoren die telkens weer opdoemen bij de ondergang van samenlevingen. Een eerste factor is de ecologische schade die een bepaalde beschaving veroorzaakt evenals de onhoudbare exploitatie van hulpbronnen.

Overbevissing, ontbossing en bodemproblemen zijn verantwoordelijk voor afnemende voedselopbrengsten. Het verlies van handelspartners is niet te onderschatten want kan een plots tekort aan voedsel of andere goederen veroorzaken. Vijandige buurvolkeren vormen eveneens een belangrijke ondergangsfactor en worden vaak aangehaald als de voornaamste reden voor de neergang van een rijk, maar de echte oorzaak ligt vaak elders.

Daarnaast hebben klimaatveranderingen een invloed op oogsten en de hoeveelheid beschikbaar water. Honger door milieuschade leidt bijvoorbeeld tot het verzwakken van het eigen leger en tot een uitnodiging tot invasie. Even doorslaggevend is wijze waarop er gereageerd wordt op de milieuproblemen. hoe een groep omgaat met ecologische uitdagingen. Het oplossen of negeren van het duurzaamheidsprobleem is beslissend. Dat dit zo was in het verleden, vormt een krachtig bewijs dat het vandaag net zo is.

Twaalf milieuproblemen
De grootste milieuproblemen van vroeger en vandaag vallen volgens Diamond uiteen in 12 categorieën. De teloorgang van hulpbronnen zoals natuurlijke habitats en voedselbronnen omwille van onder meer ontbossing was een belangrijke factor bij de ondergang van vroegere samenlevingen. Dit geldt ook voor overbevissing en overbejaging. Het verlies aan biodiversiteit door het verdwijnen van planten, dieren en genetische diversiteit is een derde milieuprobleem.

Bodemdegradatie vormt onrechtstreeks eveneens een gevaar voor het eoverleven van een beschaving. Daarom vormen rosie, verzilting en verlies aan bodemvruchtbaarheid een vierde belangrijke factor. De exploitatie of verwerking van fossiele brandstoffen wordt moeilijker en kost steeds meer (dieper in de grond en meer vervuiling).

Ondergrondse waterlagen worden niet snel genoeg aangevuld, dit leidt tot een gebrek aan drinkbaar water terwijl de ontzilting van oceaanwater geld en energie kost. Een ander milieuprobleem is het hoge tempo waaraan de mensheid de volledige fotosynthesecapaciteit van de planeet consumeert.

De verspreiding van giftige chemische stoffen heeft niet alleen ernstige gevolgen voor lucht, bodem, water en mens, vele van deze stoffen zijn slechts langzaam of niet afbreekbaar. De ondermijning of vernietiging van inheemse flora en fauna door de introductie van uitheemse diersoorten en planten kan catastrofale gevolgen hebben voor een beschaving.

De door de mens veroorzaakte vrijgekomen gassen in de atmosfeer tasten de ozonlaag aan en zorgen voor opwarming. Hierdoor smelten de ijskappen en stijgt de zeespiegel, ontstaan overstromingen en veranderingen in de oceaanstromingen. Overbevolking is een gevaar. Steeds meer mensen betekent meer nood aan voedsel, ruimte, water, energie. De ecologische voetafdruk van de mens is te groot. Er is een toenemende druk op de leefomgeving per capita.

Deze 12 vraagstukken zijn onderling verbonden. Het ene probleem verergert het andere of bemoeilijkt een oplossing. Een toenemende bevolking bevordert de ontbossing, produceert meer giftige chemie, neemt meer ruimte in beslag, consumeert meer vis en veroorzaakt meer vervuiling en afval. ‘Onze wereldgemeenschap bevindt zich op het ogenblik in een niet-duurzame situatie, en de twaalf problemen die daarmee te maken hebben, zouden elk op zich al voldoende zijn om onze levensstandaard in de komende decennia ernstig te verlagen. Het lijken tijdbommen met een lont van minder dan 50 jaar’, stelt Diamond.

Productieve basis aangetast
Ecologische economen onderscheiden vijf essentiële bestanddelen die de productieve basis van een economie inhoudt. Ten eerste is er het financiële vermogen of kapitaalbezit. Daarnaast wordt de waarde van geproduceerde activa in rekening genomen, namelijk de gebouwen, het machinepark en de wegeninfrastructuur. Het menselijke kapitaal, de kennis, vaardigheden, bevolkingsstructuur en arbeidsproductiviteit van een beschaving vormt een belangrijke hoeksteen. De instellingen zoals de regering, de burgerlijke samenleving en de wetgeving zijn essentieel. En ten slotte het natuurlijke kapitaal, ecosystemen, mineralen, fossiele brandstoffen, is onontbeerlijk voor het overleven van de mensheid.

Een economie die haar productieve basis aantast om haar huidige productie te verhogen, kan dat niet tot in het oneindige blijven doen. De niet-duurzame consumptie, vooral in de westerse wereld, maakt dat onze huidige levensstijl onhoudbaar is. Want de ultieme basis van menselijk leven is gezonde lucht, zuiver water en een vruchtbare bodem. De planten-, dier-, insect-, vissoorten en alle andere milieudiversiteit voeren essentiële taken uit, zoals het produceren van zuurstof, het reinigen van water en het bestuiven van planten. De mensheid heeft dus de natuur heel hard nodig om zelf te kunnen overleven.

Vandaag wordt het ecosysteem van de aarde ernstig bedreigd inzake klimaat, biodiversiteit, gezondheid van de oceanen, overbevissing, ontbossing en de huishouding van water, stikstof en koolstof. Vandaar het grote belang om vooral ons natuurlijk kapitaal in goede staat te houden voor nu en later, voor komende generaties.

Milieuaantasting kost zowel op korte als op lange termijn veel geld: de bestrijding van agrarische en niet-agrarische plagen, de kostprijs van tijdverlies in files, de financiële kost van ziekte en dood als gevolg van gifstoffen, de kosten om de gevolgen van schadelijke stoffen op te ruimen, de gestegen visprijs door het uitsterven van vispopulaties en het verlies of verdwijnen van door erosie of verzilting aangetast landbouwland.

De capaciteit van natuurlijke systemen om vervuiling, afval en allerhande verstoringen te absorberen is niet ongelimiteerd. Als het opnamevermogen zijn grens bereikt, kunnen natuurlijke systemen mogelijk onproductief worden. Het Westen kan haar huidige welvaart alleen behouden door te teren op haar milieukapitaal.

Professor Georgina Mace van het University College in Londen schat de totale waarde van de door de natuur geleverde goederen en diensten op zo’n 125 à 145 biljoen dollar per jaar. De economische prestatie van de wereldeconomie zou er minder goed uitzien als de aantasting van dat globale biofysieke kapitaal in rekening zou worden gebracht.

Gevolgen globalisering
Het is een feit dat de milieuproblemen vooral de arme landen treffen, met name landen die snel industrialiseren zoals China en India. De Derde Wereld kampt met te veel ontbossing, watertekort, bodemdegradatie en bevolkingsdruk. Diamond stelt vast dat de globalisering er echter ook voor zorgt dat de rijke landen te maken krijgen met de milieu- en overbevolkingsproblemen van die landen. De eerstewereldlanden confronteren de ontwikkelingslanden met afval, giftige chemische stoffen, ontbossing en overbevissing.

Bovendien moeten inwoners van eerstewereldlanden ook afrekenen met verontreinigd voedsel, slechte luchtkwaliteit en toxische chemische stoffen. Wat mogelijk bijdraagt aan vruchtbaarheidsproblemen, waarbij westerlingen in toenemende mate beroep moeten doen op medische hulp om kinderen te krijgen.

Daarbij komt dat er de laatste jaren een vluchtelingenstroom uit chaotische en kansarme oorlogs- en derdewereldlanden naar Europa komt. Het feit dat Europa slechts 10 procent van de wereldbevolking uitmaakt maar wel 28 procent van de globale rijkdom bezit en naar schatting goed is voor 50 procent van alle wereldwijde sociale uitgaven, speelt in dit migratieproces allicht een belangrijke rol.

Vandaag zijn culturen zo sterk onderling verbonden dat het risico op een wereldwijde ineenstorting niet langer mag worden uitgesloten. In die zin was de financiële crisis van 2008, die een wereldomvattende impact had, een ernstige wake-up call. We zijn inderdaad allemaal zodanig afhankelijk van elkaar geworden, dat een probleem op een plek elders ernstige effecten sorteert.

Onmogelijk ideaal
Het grootste gevaar dat ons bedreigt volgens Diamond is een toename van de ecologische voetafdruk als de bevolking van de derde wereld erin zou slagen om de levensstandaard van de westerse wereld te benaderen. Niemand bij de Verenigde Naties of in westerse regeringen is bereid om te erkennen dat de wereld dit scenario niet aankan en dat een dergelijk ideaal onmogelijk kan worden verwezenlijkt.

De Derde Wereldbevolking wil, net als in de welvarende landen, kunnen beschikken over een comfortabele woning met elektrische toepassingen en de mogelijkheid om op een autonome manier te reizen. Indien dit grote gedeelte van de wereldbevolking dergelijke voordelen zou verwerven, zullen de milieukosten op onze planeet exponentieel toenemen.

Hoe lang kunnen wij, inwoners van rijke westerse landen, onze huidige bevoorrechte levensstijl nog volhouden? ‘Als we geen serieuze poging doen om de problemen op te lossen en als we daar niet in slagen, zal de wereld als geheel binnen de komende paar decennia te maken krijgen met een dalende levensstandaard of erger’, waarschuwt Diamond.

Complexe culturen komen onder meer aan hun einde door het uitputten van natuurlijke hulpbronnen. Maar wat is dan de rol van de mens hierin? Wat is het aandeel van de beslissingsnemers? Waarom worden er soms beslissingen getroffen met rampzalige gevolgen? De auteur wijt dit aan het falen van gezamenlijke besluitvorming, wat uiteraard samenhangt met nefaste individuele beslissingen.

Jared Diamond ziet vier factoren die een rol spelen bij mislukte groepsbeslissingen. Het kan voorvallen dat groepen een probleem niet zien aankomen, zo vergaten de Maya’s in de 9de eeuw het droogteprobleem van de 3de eeuw. Het te laat reageren op een graduele verslechtering van een bepaalde trend, zoals bijvoorbeeld het kappen van de laatste palmboom op Paaseiland. Belangenconflicten, oftewel de strijd om geld en macht door de leidende groepen loopt als een rode draad doorheen de hele geschiedenis. Ten slotte is er de kwestie van irrationeel gedrag, een groot deel van de ontbossing op Paaseiland vond plaats vanuit een religieus motief.

Toekomstige schuldverplichting
Diamond stelt vast dat twee soorten keuzes doorslaggevend zijn gebleken voor het slagen of falen van samenlevingen uit het verleden: langetermijnplanning en de bereidheid om kernwaarden te heroverwegen. 

Langetermijnplanning kan worden beschouwd als het opmaken van een vooruitziend plan op een moment dat een probleem opduikt dat nog beheersbaar is. Deze wijze van besluitvorming is het tegenovergestelde van het kortetermijnbeleid dat vandaag al te vaak door politici wordt gehanteerd. Het denken van politieke beleidsmakers wordt al te vaak beïnvloed door hun wens om te worden herverkozen.

Daarom neigen zij ertoe om maatregelen te treffen die hun kiezers gunstig stemmen maar waarbij langetermijnbehoeften voor de gemeenschap uit het oog worden verloren. Zo is er in de meeste westerse landen geen spaarpot aangelegd om de groeiende vergrijzingskosten van hun bevolkingen, namelijk de pensioenen en de gezondheidszorg, op te vangen. Het gevolg daarvan is dat regeringen (en dus hun burgers) tegen enorme toekomstige en niet-voorziene schuldverplichtingen aankijken.

De vraag die volgens Diamond doorslaggevend is voor succes of mislukking als samenleving betreft de gekoesterde waarden en welke daarvan moeten worden opgegeven en vervangen door nieuwe maatstaven als er andere tijden aanbreken? Een voorbeeld hiervan was de keuze van de Chinese regering om tussen 1979 en 2015 te opteren voor een eenkindpolitiek ter preventie van een catastrofale bevolkingsgroei.

Vandaag staan we collectief voor de uitdaging om de kernwaarden van onze samenleving te herbekijken. ‘Want we staan voor een fundamentele heroverweging: hoeveel van onze traditionele consumentenwaarden en levensstandaard kunnen we ons blijven permitteren? Onze ecologische voetstap moet verminderen. Het alternatief, het handhaven van onze huidige invloed, kan helemaal niet. In die zin is een cultuur die minder druk op onze hulpbronnen uitoefent het meest optimale scenario voor onze toekomst’, aldus Diamond.

Technologie geen oplossing
Vele analisten zijn van mening dat nieuwe technologieën onze problemen zullen oplossen. Vanuit zijn ervaring stelt Diamond vast dat sommige innovaties succesvol waren in het oplossen van problemen, andere echter niet. Bovendien vergt de grootschalige toepassing dikwijls enkele tientallen jaren, denk maar aan elektrisch licht, auto’s en vliegtuigen, televisie, het gebruik van computers.

Nieuwe technieken scheppen ook onvoorziene nieuwe problemen of negatieve bijverschijnselen.

Het bouwen van kerncentrales was een goede manier om een groter deel van de bevolking van elektriciteit te voorzien, maar nog afgezien van het kernafvalvraagstuk, hebben de nucleaire rampen van Tsjernobyl en Fukushima ons ook geconfronteerd met de ernstige gevaren van kernenergie.

Auto’s werden ontworpen om de nadelen van paardenkoetsen en -trams (excrementen, te veel geluid, te traag) te omzeilen. Maar vandaag veroorzaakt het gebruik van auto’s lawaai, schadelijk fijn stof en fileleed. Bovendien leert de geschiedenis dat het veel eenvoudiger is problemen te voorkomen dan ze naderhand met dure technologie te moeten oplossen.

‘Al onze huidige milieuproblemen kunnen worden beschouwd als onvoorziene schadelijke gevolgen van onze bestaande technologie. Er bestaat geen fundamenteel argument om te geloven dat technologie op miraculeuze wijze zal stoppen met het veroorzaken van nieuwe en onverwachte problemen. Zeker als men vaststelt dat technologie problemen moet oplossen die initieel door haarzelf werden gecreëerd’, stelt Diamond.

We beschikken tegenwoordig ongetwijfeld over meer kennis en deskundigheid dan de antieke culturen. Het verschil zit hem in het feit dat we vandaag met problemen op wereldschaal kampen. De wereldbevolking bedraagt vandaag 7,6 miljard zielen, wat heel wat meer is dan bijvoorbeeld in het Romeinse tijdperk. En er is beduidend meer destructieve technologie ontwikkeld dan in vroegere tijden.

Brief aan de mensheid
Jared Diamond is niet bepaald de enige die al jarenlang waarschuwt voor een ecologische catastrofe. In 1992 werd de boodschap van 1700 onafhankelijke wetenschappers genegeerd dat er reëel gevaar dreigde voor de gezondheid en het welzijn van de mens. Vijfentwintig jaar laten lanceren 15.364 wetenschappelijke ondertekenaars uit 184 landen een nieuwe, zeer dringende oproep.
In het artikel World scientists’ warning to humanity: a second notice verschenen in het online vakblad ‘Bioscience’ poneren wetenschappers dat veel van de trends sinds 1992 inmiddels nog verslechterd zijn.

Hun research toont aan dat er sindsdien 26 procent minder drinkwater beschikbaar is per persoon, dat zuurstofarme zones in de oceanen met 75 procent zijn toegenomen, dat het aantal zoogdieren, reptielen, amfibieën, vogels en vissen collectief met 29 procent is teruggelopen, dat de kooldioxide-uitstoot met 62 procent is gestegen en dat de wereldbevolking met 35 procent is toegenomen.

‘We zetten onze toekomst op het spel omdat we onze buitensporige consumptie van ongelijk verdeelde bronnen niet beteugelen en de snelle bevolkingsgroei niet erkennen als oorzaak van ecologische en maatschappelijke bedreigingen.

Het zal weldra te laat zijn om ons falende traject te verlaten en de tijd dringt. We moeten in ons dagelijkse leven, maar ook op overheidsniveau erkennen dat de aarde, met al het leven dat erop te vinden is, onze thuis is’, waarschuwen de onderzoekers.

Voorzichtig optimistisch
We dienen ons olie- en energieverbruik te verminderen, en meer van onze energie moet uit hernieuwbare bronnen komen. We moeten ons waterverbruik en onze productie van broeikasgassen en het broeikaseffect verminderen. De overbevissing moet worden afgebouwd en visserij, bossen en landbouwgrond dienen op duurzame wijze te worden beheerd.

In een interview daterend van april 2014 zegt Diamond dat hij toch ‘voorzichtig optimistisch’ is over de toekomst van de mensheid. ‘Mijn inschatting voor de kans dat we onze problemen onder de knie zullen krijgen en een gelukkige toekomst zullen hebben, bedraagt 51 procent. En de kans op een slechte afloop is niet meer dan 49 procent.’

Dankzij het onverdroten werk van vooral milieugroeperingen -en dit sedert vele jaren- is er een zeker milieubewustzijn ontstaan bij zowel overheden, bedrijven als gezinnen. Met alle bijhorende onvolkomenheden worden er ook op het hoogste beleidsniveau grootscheepse initiatieven ondernomen zoals klimaatconferenties. De westerse wereld evolueert langzaam -met ups en downs- van een op fossiele brandstoffen gebaseerd energiemodel naar een grotere toepassing van groene energie.

Het groeiende succes van bijvoorbeeld de elektrische auto bewijst dit. Lichtpunten zijn ook de vertragende ontbossing en de aandacht die eindelijk besteed wordt aan onze zieke oceanen.

Ook op landenniveau beweegt er een en ander. De denktank ‘Global Footprint Network’ heeft vastgesteld dat de ecologische voetafdruk van de Verenigde Staten tussen 2005 (piekniveau) en 2013 met bijna 20 procent is gezakt. China pakt haar grote vervuilingsproblematiek aan en implementeert op grote schaal projecten rond hernieuwbare energie.

Maximale bevolkingsomvang, welvaart en macht
Uit het uitgebreide onderzoek van Jared Diamond blijkt dat de ineenstorting van een beschaving zich op korte tijd kan voltrekken. ‘Een van de voornaamste lessen die we moeten trekken uit de ondergang van de Maya’s, de Anasazi, de bewoners van Paaseiland en al die andere culturen uit het verleden -en ook uit de ondergang van de Sovjet-Unie- is dat de ondergang van een cultuur plotseling een of twee decennia nadat ze een maximale bevolkingsomvang, welvaart en macht heeft bereikt, kan beginnen.

De reden is eenvoudig, een maximale bevolking, welvaart, consumptie van hulpbronnen en afvalproductie betekenen een maximale invloed op het milieu, totdat de grens nadert waarbij die invloed groter is dan de hulpbronnen aankunnen.

Bij nader inzien is het niet vreemd dat culturen meestal kort nadat ze hun hoogtepunt hebben bereikt ten onder gaan.’

We hebben de meest samenleving verweven samenleving uit de wereldgeschiedenis gecreëerd. Nog nooit tevoren circuleerden er zoveel, mensen, goederen, diensten, kapitaal en informatie over de aardbol.

De vreselijke gevolgen van een mogelijke ecologische meltdown en onze grote onderlinge afhankelijkheid dwingt ons om een ongeëvenaarde empathie, solidariteit en engagement aan de dag te leggen om voor onszelf en de komende generaties een duurzame toekomst te verzekeren.






______________________________________________________________________________




De Cambodjaanse kust verdwijnt onder plastic

MO*/LUKA VAN ROYEN
 . 1 MEI 2018

De Cambodjaan gebruikt jaarlijks gemiddeld 2000 plastic zakjes. Aan de kust van Sihanouk, zo’n kleine 200 km van Phnom Penh, vormt zich daardoor een steeds dikkere laag plastic op de zee. Zal de “plastic attack actie” ooit tot in Cambodja overwaaien?


Cambodja consumeert massaal veel plastic. In Phnom Penh alleen al worden dagelijks tien miljoen plastic zakjes gebruikt volgens een nationale bevraging van de EU en anti-armoede organisatie ACRA in 2015.

In het dorpje Sihanouk baant de berg plastic zich een weg rond de palen van de houten huisje op zee. Het dumpen van plastic vormt een deel van het dagelijks leven van gemeenschappen in armoede. Fotograaf Niamh Peren zei in The Guardian dat ze verbaasd was hoeveel vervuiling er is.

Vuil water
Ze benadrukte wel dat het verhaal van plastic vervuiling ook een andere kant kent. ‘Armere landen worden vaak beschuldigd als de boosdoeners van plastic vervuiling. Het ziet er naar uit dat er geen empathie is voor de inwoners van Sihanouk. Ze hebben namelijk geen water filtersysteem.’ Daaraan voegde Peren toe, ‘Het kraantjeswater is daar zo vuil en ondrinkbaar dat ze flessenwater moeten kopen om te overleven.’

De laatste vijftien tot twintig jaar verbeterde Cambodja’s watersysteem wel sneller dan in de meeste buurlanden. Alhoewel de meeste inspanningen in de hoofdstad Phnom Penh werden geleverd. Volgens Water.Org leven nog steeds vier miljoen mensen zonder toegang tot veilig kraantjeswater. Dat betekent dat een vierde van de bevolking als alternatief eindeloos flessen water moet kopen.

In vergelijking met de Zuid-Aziatische buren Vietnam, de Filipijnen en Indonesië is Cambodja ook niet zo’n grote vervuiler. Onlangs ging het filmpje van de Britse duiker Rich Horner nog viraal. Hij documenteerde hoe hij tussen een zwerm van plastic vervuiling in de zee van Bali zwom.

Het gevolg is volgens haar dat ze zelf slachtoffer worden en leven tussen het vuilnis waar ze nergens mee terecht kunnen. De inwoners van Sihanouk bevinden zich in een vicieuze cirkel dat zich doorheen het hele land afspeelt. ‘Als niemand het vuil inzamelt, als je geen enkele reden hebt om te stoppen krijg je dit scenario. Elke rivier en elk meer is gevuld met bergen plastic.’

Aangezien er geen afvalinzameling service plaatsvindt in het dorp, belandt bijna elk plastic flesje in het water, bovenop het ander vuil. Er wonen honderden families wat maakt dat de berg fenomenaal groeit. Peren beschrijft hoe ze vissersboten zag terugkomen van een lange reis. Ze dumpten direct al hun afval in het water waar ook de families zelf alles dumpen. De meerderheid van het stort op zee bestaat daardoor uit plastic flessen en zakken.

De overheid probeerde eerder al tevergeefs het gebruik van plastic verpakkingen te verminderen. Ze vroeg aan supermarkten om klanten 500 riel (elf eurocent) te laten betalen per zakje en stimuleerde het gebruik van bananen- en lotusbladeren als verpakking.

‘We hebben brieven gestuurd omtrent het verminderen van plastic zakken, maar het werkte niet’, zei Heng Na-reth, directeur van ministerie van Milieu en leefomgeving.

Goed nieuws
De nieuwe regels zullen volgens een studie van ACRA veel effectiever zijn. Door de ban op import, productie en distributie van zakjes die kleiner zijn dan dertig centimeter in breedte en 0.03 in dikte zal de overheid het grootste deel van het probleem elimineren. Op deze manier wil ze het doel behalen om vijftig procent minder plastic zakken te gebruiken tegen 2019.





______________________________________________________________________________




De verbeelding van de hoop

JAN MERTENS . 30 APRIL 2018 MO*.be

Een aantal dagen geleden mocht ik meewerken aan een gastcollege voor een groep studenten. Het debat ging over mogelijke manieren om meer duurzaam gedrag te stimuleren. Om de pret er een beetje in te brengen en het gesprek wat naar het echte leven te leiden, hadden we het over de ecologische impact van vliegreizen en de gevolgen daarvan voor het rechtvaardigheidsdebat (sinds ik over dat onderwerp een stukje schreef, komen fijne discussies over vliegreizen geregeld op mijn weg).

We hadden een discussie in een kleine groep over wat nu eigenlijk onze persoonlijke (ethische) positie is in dit debat. Zeg je dat je het normaal vindt om wat minder te vliegen, zodat je kinderen en kleinkinderen het ook nog kunnen? Zeg je dat de toekomst nog niets voor jou heeft gedaan en dat je daarom niet inziet waarom je je gedrag zou aanpassen ten gunste van mensen die je niet kent of nog niet eens geboren zijn? Of zeg je dat je denkt dat het eigenlijk al te laat is om de planeet nog te redden en dat je het er dus beter nog even goed van kunt nemen?

Sorry meneer
In zo’n discussies heb je een relatief grote kans op sociaal-wenselijke antwoorden. Of op een wat ongemakkelijke stilte. In dit geval was er een studente die zei dat, eigenlijk, als ze eerlijk was, en ze wist dat het niet in orde was, ze dacht dat het toch al te laat is. Het is toch niet meer te redden, dus vlieg ik maar. Daar kwam het op neer. Ze zei nog: ‘Sorry meneer.’ Ik zei haar dat ze niet tegen mij sorry moest zeggen, maar tegen zichzelf. In de min of meer normale orde der dingen zal ik immers waarschijnlijk eerder dood zijn dan zij. Op een bepaalde manier bewonderde ik haar eerlijkheid, al maakte die me ook heel erg droevig.

Het is op zich al droef dat je bij jezelf -in mijn geval: een man van middelbare leeftijd, waarschijnlijk al een stuk over de helft- in je hoofd stiekem gaat rekenen hoe lang je nog hebt in dit leven. Het zet aan tot lichte schaamte. Het is tegelijk heel erg droef dat een jonge vrouw van een jaar of twintig hardop zegt dat ze denkt dat het al om zeep is, basically.
De toestand is natuurlijk ernstig, en eigenlijk weten we dat allemaal. We hebben nog enkele jaren om te voorkomen dat de klimaatverandering een klimaatchaos wordt. Ik denk dat het beter is te leven in waarheid dan in ontkenning. We helpen onszelf en onze jonge mensen niet door te doen alsof er niets aan de hand is. We helpen onszelf niet met een opgefokt en dwangmatig optimisme. Er zijn, denk ik, weinig redenen tot optimisme. Er zijn wel eindeloos veel redenen tot hoop.

Het is soms een dilemma. Wat zeg je? Al snel krijg je dan een batterij argumentaties over je heen, allemaal zogenaamd steunend op wetenschappelijk onderzoek, die moeten bewijzen dat je positieve boodschappen moet geven. Die redeneringen zijn zinvol, maar nemen niet zomaar je ethisch dilemma weg. Wat is immers een positieve boodschap? Het kind in ons –en dat is voor mij niet anders dan voor een ander– wil waarschijnlijk graag dat er iemand zegt dat alles goed zal komen en dat we veilig zijn. Maar we zouden toch een stapje verder moeten kunnen komen.

Voor mij is een positieve boodschap niet: (1) zeggen dat ‘ze’ het allemaal wel op zullen lossen, (2) zeggen dat je er zelf toch niets aan kunt veranderen, (3) zeggen dat je zelf je gedrag niet kunt wijzigen, maar wel hopen dat ‘ze’ strenge wetten zullen maken zodat het in jouw plaats beslist wordt, (4) zeggen dat het misschien toch niet zo’n slecht idee is om een vorm van verlichte ecodictatuur te overwegen, (5) zeggen dat het misschien toch niet zo’n slecht idee is om een technocratische ecodictatuur te overwegen die dan via geo-engineering het klimaat wel even gaat wijzigen (zodat we ons andermaal niet moeten afvragen of we misschien niet beter onze manier van leven aanpassen), (6) zeggen dat Donald Trump waarschijnlijk wel van gedacht zal veranderen waardoor uiteindelijk alles nog goed komt. Een positieve boodschap is dat je deel kunt zijn van de oplossing, ook al is de uitdaging immens.

Koot en Bie
Het gevoel van die jonge vrouw is me niet geheel vreemd. Toen ik een jaar of twintig was, leefden we in volle Koude Oorlog, met de enorme nucleaire dreiging boven ons hoofd. Ik was immens kwaad op de wereld, op de generatie van mijn ouders, omwille van die klotewereld waarin ik geworpen was en waarvoor ik niet gekozen had.

Het heeft me heel wat jaren gepieker en gewroet en tegen de muur lopen gevraagd om te begrijpen dat hoop rust in een houding, in een praktijk, in dingen doen zonder ooit cynisch te worden en zonder zekerheid over het resultaat. Het is een heel ander soort vrede in je hoofd dan een geforceerd optimisme.

Dat brengt me bij het doemdenken. Het is op zich een heel mooi woord, bedacht door de geweldige Koot en Bie, van wie ik altijd een grote fan ben geweest. Ik heb echter altijd het gevoel dat de verkeerde persoon wordt aangepakt. Als je aandacht vraagt voor de inzichten uit de wetenschap over de klimaatverandering en de dingen die zouden kunnen gebeuren als we niet kiezen voor een omslag, dan krijg je soms het verwijt dat je aan doemdenken doet.

Het doet me soms denken aan een situatie waarbij je met enkele mensen naar een brandend gebouw staat te kijken. Jij zegt dat het gebouw brandt. De ander antwoordt dat je niet aan doemdenken mag doen en blijft staan kijken. Jij zegt dat het mogelijk is het gebouw te blussen. De ander zegt dat je er toch niets aan kunt veranderen. Wie is dan de doemdenker? En wie is de realist?

En daar ligt de grond van mijn droefenis, en kwaadheid. Je hoort het zo vaak, en het is weerspiegeld in de uitspraak van die jonge vrouw. ‘Ik weet dat het slecht is, ik weet dat de situatie heel ernstig is, maar je kunt de mensen toch niet veranderen.’ Het blijft me fascineren en pijn doen dat mensen zoiets in volle bewustzijn kunnen zeggen. Misschien is het te vergelijken met een verslaving. ‘Ik weet dat roken slecht is voor mij, ik weet dat ik waarschijnlijk ziek zal worden, ik weet dat ik mijn geliefden daarmee verdriet zal doen, maar ik geloof niet dat ik er iets aan kan veranderen, dus probeer ik het maar niet.’

Solidair en verbonden
Naast vele andere dingen getuigt dit ook van een merkwaardig idee over dingen als vrijheid en autonomie. Dezelfde mensen die in een discussie zeggen dat alle mogelijke ecologische maatregelen een inbreuk zijn op hun vrijheid hebben tegelijk blijkbaar wel een heel trieste inschatting van hun eigen vrijheid als mens. Het is alsof we met zijn allen in een bus zitten die keihard naar de afgrond rijdt, maar we kunnen ons gewoon niet voorstellen dat we niet in die bus zitten, terwijl dat perfect mogelijk is.

Misschien is hoop een vorm van verbeelding. Voor hoop moet je misschien de moed hebben om je een andere wereld in te denken. Maar die verbeelding kan je wel bevrijden. Bevrijden uit wanhoop of cynisme, en zo ook vrij maken in de ware zin van het woord. Jezelf kunnen verbeelden dat er een ander soort welvaart mogelijk is, die niet steunt op steeds meer produceren en consumeren.
Een welvaart waarin we onszelf als individu in de eerste plaats zien als een solidair en verbonden wezen, en niet als een hebzuchtige en calculerende eenheid die wordt aangezet om een grotere SUV te hebben dan haar of zijn buur. Een welvaart binnen planetaire grenzen die wel uitzicht geeft op meer rechtvaardigheid.

Als je jezelf kunt verbeelden dat je niet in een bus hoeft te zitten die naar de afgrond rijdt, kun je ook zien dat het meer dan de moeite waard is om elke dag opnieuw je volle vrijheid te beleven en een deel te zijn van het alternatief. Je hebt daarbij geen enkele zekerheid dat het zal lukken. Er is geen externe instantie die jou zal zeggen dat je optimistisch moet zijn. Het ligt mee in je eigen handen.

Het is een vorm van verzet die elke dag opnieuw vorm krijgt. Je weet nog niet waar je aan zult komen, maar je weet wel dat het zinvol was om het te doen. Het is een vorm van hoop die geen valse illusies nodig heeft, en daardoor misschien wel meer rust kan geven.


______________________________________________________________________________




‘Europa trekt zich terug uit leiderschap rond mensenrechten. Dat is een gevaar voor de hele wereld’

Directeur van Human Rights Watch trekt aan de alarmbel
PIETER STOCKMANS . 28 APRIL 2018 MO*

’De zwakke verdediging van verdraagzaamheid en rechtsstaat is juist zo bedreigend als de aanval daarop door autoritaire populisten.’ ​Bijna een kwarteeuw is Kenneth Roth directeur van de toonaangevende mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch en in 2018 noemt hij de situatie in het naoorlogse Europa ernstiger dan ooit.

Woensdag onthult de Europese Comissie haar voorstel voor het nieuwe EU-budget. Dat zal de prioriteiten bepalen voor de richting van Europa in het komende decennium.

Roth heeft een voorstel: als een lidstaat de criteria van Kopenhagen rond mensenrechten, respect voor minderheden, democratie en rechtsstaat terugschroeft - waaraan het land moest voldoen om lid van de EU te kunnen worden - moeten ook de voordelen van lidmaatschap en dus ook de subsidies worden opgeschort tot het land de criteria weer respecteert.

Human Rights Watch publiceerde zijn Wereldrapport 2018 met een uitgebreid essay van Roth over de pushback tegen de populistische uitdaging. Europa neemt een belangrijke plaats in.

‘Autoritaire populisten zien politiek voordeel in de demonisering van minderheden. En als ze aan de macht zijn, vertalen ze onverdraagzaamheid in beleid: de “moslimban” van Trump, de weigering van Viktor Orbán om “vluchtelingen uit moslimlanden” op te nemen. Maar we zien ook demonsering van immigranten die al generatieslang in Europa wonen. Het is al zo moeilijk om minderheden geconcentreerd in achterbuurten van Parijs of Brussel te integreren. Deze demoniserende retoriek helpt zeker niet.’

In een overzicht van demoniserende retoriek dat Human Rights Watch onlangs maakte, kwam ook de uitspraak van de Belgische minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon voor.

Kenneth Roth: De uitspraak over dansende moslims na de aanslagen van 22 maart in Brussel. De Amerikaanse president Trump gebruikte dezelfde uitspraak na de aanslag in New Jersey. Het is een standaard islamofobe uitspraak. Dat dit met groot gemak uit de mond van een mainstream politicus komt, is zorgwekkend. Het is niet in het belang van België dat hele gemeenschappen die al hier zijn, zich vervreemd voelen.

De Hongaarse premier Orbán zei dat ‘we niet willen dat onze kleur gemengd wordt met anderen’. VN-Mensenrechtencommissaris  Zeid Ra’ad al-Hussein noemde hem een racist. Maar kunnen regeringsleiders ook vervolgd worden voor hate speech?

Kenneth Roth: Dat is moeilijk. De echte vraag is of de EU zal opstaan voor de principes waarop ze gebouwd werd. Orbán haalt politiek voordeel uit de massale subsidies die Hongarije van de EU ontvangt.

Brussel moet benadrukken dat EU-lidmaatschap geen piggy bag is waaruit je vrij kan kiezen, maar een package deal. Als je de voordelen van subsidies wil, moet je je aan de regels houden: geen minderheden demoniseren, de rechtsstaat respecteren, vluchtelingen hervestigen.

De EU komt in een nieuwe budgettaire ronde en zal beslissen over de verdeling van middelen. Er zal minder geld zijn na de Brexit. Moet het geld voorwaardelijk worden?

Kenneth Roth: Ja, dat is toch waar de EU om gaat? De voorwaardelijkheid is inbegrepen in het bestaan van de EU: om lid te kunnen worden, moet je aan voorwaarden voldoen. Of zijn we de criteria van Kopenhagen vergeten?

Landen moeten stabiele instellingen hebben, een robuuste rechtsstaat, de mensenrechten, democratische principes en minderheden respecteren. Waarom gelden die principes niet meer van zodra een land lid is van de EU? Wat de EU nodig heeft, zijn “criteria van Kopenhagen” voor lidstaten. Als je ze terugschroeft, dan moeten ook de voordelen van lidmaatschap worden opgeschort tot je ze weer respecteert.

Extreemrechts light
De partij van Orbán maakte van het plan van de Europese Commissie om vluchtelingen te verdelen over de lidstaten opnieuw een verkiezingsthema. Hoe meer de EU de druk opvoert, hoe meer sommige lidstaten dit gebruiken in verkiezingscampagnes om een nationalistische boodschap te verspreiden.

Kenneth Roth: Vrije media, onafhankelijke rechterlijke macht, zulke principes zouden populair zijn als ze met overtuiging verdedigd zouden worden.

Ook op het vlak van immigratie vraagt de EU niet veel van Hongarije. Er zouden heus geen massa’s vluchtelingen of moslims in Hongarije terecht komen. De meeste Hongaren zijn volgens mij bereid om die “prijs” te betalen voor EU-lidmaatschap. Maar Orbán hitst hen op in de omgekeerde richting.

Wat denkt u van de Europese Volkspartij van Juncker en Tusk? Orbán argumenteert dat de christendemocratie illiberaal moet worden om te overleven.

Kenneth Roth: Kan de christendemocratie wel illiberaal worden in de liberale democratie die de EU is? Orbán is zelf extreemrechts geworden om Jobbik van de macht te houden en hun aanhangers aan te trekken.

De VVD van de Nederlandse premier Mark Rutte en Sebastian Kurz van Oostenrijk passen die strategie nu ook toe. Een soort “extreemrechts light” worden, is misschien electoraal aantrekkelijk, maar je verliest de ideologische strijd. Ideologisch gezien wint extreemrechts.

Orbán hangt het majoritarianism aan, de stroming in de politieke filosofie die zegt dat een meerderheid in de samenleving het recht heeft om beslissingen te nemen omdat ze de meerderheid is. Hij zegt dat dit democratisch is.

Kenneth Roth: Neen. Dat is juist mijn punt. Democratie omvat onafhankelijke instituten en burgerrechten. Verkiezingen worden gematigd door rechten en rechtsstaat. Een onafhankelijke rechterlijke macht is er juist om de regering (en “het volk”) te dwingen om die grenzen te respecteren.

Autoritair populisme gooit rechten en rechtsstaat overboord. En zegt: omdat “de meerderheid” het wilt en ik de leider ben die de meerderheid belichaamt, mag ik niet begrensd worden door rechten en rechters. Majoritarianism is antidemocratisch.

Het is veelzeggend dat u dit in 2018 nog moet uitleggen. Moet een democratie dan mechanismes inbouwen tegen de vorming van een absolute parlementaire meerderheid zoals in Hongarije en Polen?
Kenneth Roth: Neen. Veel landen hebben zulke meerderheden. Het antwoord is niet de vorming van zwakke coalities met veel partijen. Het antwoord zijn sterke en onafhankelijke instituten. En een sterke traditie om rechten af te dwingen.

Maar hoe kunnen die instituten zichzelf beschermen tegen meerderheden in het parlement die allerlei wetten stemmen om de onafhankelijkheid af te schaffen?

Kenneth Roth: Wel, dat is juist de rol van de EU. De EU was toch gesticht op het besef dat in nationale contexten autoritaire tendensen kunnen ontstaan en er een supranationaal niveau nodig is om die tendensen af te stoppen?

Dat is niet realistisch gebleken.

Kenneth Roth: Ik weet het niet. We zullen zien. Als de EU voortdoet zoals nu – massale subsidies geven aan lidstaten die voor het tegenovergestelde van de Europese waarden staan – graaft de EU haar eigen graf. De EU zal niet meer hetzelfde zijn. Ze zal gereduceerd worden tot een handelsblok.

Dat is exact wat eurosceptici willen.

Kenneth Roth: Als de niet-autocratische regeringen van de EU willen dat de EU een democratisch blok is in plaats van een apolitiek handelsblok, dan moeten ze opstaan voor hun waarden.

Is de fase van grote centrumrechtse en centrumlinkse volkspartijen niet voorbij? Italië is een goed voorbeeld: na de recente verkiezingen bewoog centrumrechts naar extreemrechts en kwam extreemrechts het centrum binnen.

Kenneth Roth: De alliantie tussen Berlusconi en de Lega was een onsuccesvol voorbeeld van de Rutte/Kurz-strategie. De oude links-rechtse scheidslijn is verleden tijd. De scheidslijn loopt nu tussen zij die de waarden van de liberale democratie verdedigen en zij die ze aanvallen, of wiens onvrede zo groot is dat ze de liberale waarden overboord willen gooien.

Er is een strijd onderweg voor de waarden van Europa. En de verdedigers van liberale democratie doen niet wat ze moeten doen.

Wat moeten ze dan doen?

Kenneth Roth: Democratische waarden herbevestigen, met volle overtuiging. De Franse president Macron deed dat op de meest succesvolle manier. Hij wees de Rutte/Kurz-strategie af en won het presidentschap en het parlement. Je moet je niet verbergen voor democratische waarden om verkozen te kunnen worden.

Rutte neemt een aantal standpunten van extreemrechts over. Kurz vormt een regeringscoalitie met extreemrechts.

Kenneth Roth: Zeer kwalijk. Liberaal-democratische centrumpartijen zouden partijen, die de regels van de liberale democratie niet erkennen, niet mogen aanvaarden in coalities die een liberale democratie besturen. Ik vind dat partijen die polariseren en bepaalde groepen in de samenleving stigmatiseren niet in een regering thuishoren.

‘Principiële confrontatie eerder dan berekende nabootsing was het effectievere antwoord’, schrijft u over de Duitse verkiezingen in het onlangs gepubliceerde Wereldrapport 2018 van Human Rights Watch.

Kenneth Roth: Het extreemrechtse Alternative für Deutschland deed het goed in Bavarië, een van de rijkste deelstaten. Dat komt doordat de CSU, de zusterpartij van Merkels CDU, Bavarië domineert en de CSU de Rutte/Kurz-strategie volgde in plaats van de Macron-strategie. En wat bleek? Het werkte niet.

De les: AfD werd het grootst daar waar ze niet principieel geconfronteerd, maar nagebootst werden. Waar ze geconfronteerd werden, daar deden ze het niet goed.

Als dat de les is, waarom hebben zo weinig politici ze dan geleerd?

Kenneth Roth: Omdat ze bang zijn? Omdat ze niet overtuigd genoeg zijn van het belang om democratische waarden effectief te verdedigen?

Ze begrijpen niet dat een principiële verdediging van democratische waarden ook pragmatisch gezien de meest effectieve kan zijn.

Wat vindt u van de historisch sterke aanwezigheid van extreemrechts in het Duitse parlement?

Kenneth Roth: De grootste oppositiepartij in Duitsland is extreemrechts. Dat is angstaanjagend. Maar de Grote Coalitie is ook een historische kans voor het politieke centrum om te bewijzen dat het tegemoet kan komen aan de economische bezorgdheden van de burgers én tegelijk democratische liberale waarden kan aanhouden. Dat is dé uitdaging voor de liberale democratie in de EU de komende vier jaar.

De druk van extreemrechts zal sterk toenemen. Als de nationale verkiezingen in Duitsland, Nederland, Frankrijk, Oostenrijk en Italië de richting aanwijzen vande Europese parlementsverkiezingen van oktober 2019, zal het Europese parlement vollopen met eurosceptische partijen, gecombineerd met een centrum dat opschuift naar de extremen?

Kenneth Roth: Dat is een legitieme bezorgdheid. Meer kan ik daar op dit moment niet over zeggen.

Anti-immigratie of anti-ongelijkheid?
Macron, een van de meest uitgesproken verdedigers van de liberale democratie, was erg traag om vluchtelingen te aanvaarden onder de officiële relocatie vanuit Griekenland en Italië. En hij sloot de Frans-Italiaanse grens waardoor de anti-immigratiepartij Lega in Italië stemmen kon winnen.

Kenneth Roth: De Italiaanse verkiezingen gingen inderdaad over de EU. Dat de EU Italië in de steek laat rond migratie, zit veel Italianen hoog: een economische crisis gecombineerd met een geografische locatie aan de frontlijn van de aankomst van vluchtelingen en migranten via Libië. Zoals Griekenland. De verkiezingen waren payback voor het totale gebrek aan solidariteit.

De Belgische staatssecretaris voor asiel en migratie Theo Francken zei dat de Lega won omdat migranten blijven komen en dat de EU daarom een EU-Libië akkoord moet sluiten. U leest de Italiaanse verkiezingsresultaten anders?

Kenneth Roth: Natuurlijk. Met meer solidariteit tussen EU-lidstaten om de verantwoordelijkheid van vluchtelingenopvang eerlijker te verdelen, zouden Italianen geen alarm geroepen hebben door op de Lega te stemmen. Daar ben ik zeker van.

De N-VA, de partij van staatssecretaris Francken, noemt een eventueel akkoord met Libië een “anti-verdrinkingsplan”.

Kenneth Roth: Dan zou hij levensreddende hulpverleners op de Middellandse Zee niet zo demoniseren. Een “anti-verdrinkingsplan” is een “anti-immigratieplan” vermomd als humanitair plan. Trouwens, niemand moet onder de huidige omstandigheden in Libië teruggestuurd worden naar Libië. Een minister die daarvoor pleit, negeert de realiteit. Mensen worden verkocht als slaven en verkracht en gemarteld in detentie.

Italië weet dat het geen mensen kan terugsturen naar Libië, maar betaalt dan Libische milities om mensen daar te houden. Hetzelfde resultaat: mensen dwingen om in die omstandigheden te blijven. Dat is al een soort EU-Libië akkoord. Italië betaalt Libiërs om te doen wat het niet zelf kan doen. Want als een vluchteling op een Italiaanse boot wordt gebracht, dan wordt die naar Italië gebracht.

Van zodra je pleit voor meer solidariteit tussen EU-lidstaten rond vluchtelingenopvang, word je ervan beschuldigd te pleiten voor “open grenzen”.

Kenneth Roth: Asielzoekers met legitieme claims eerlijker verdelen over de lidstaten, betekent niet dat iedereen toegelaten moet worden of dat economische migranten ook op die manier verdeeld zouden worden.

Waarom is anti-immigratie het belangrijkste thema om kiezers te mobiliseren? Waarom niet anti-ongelijkheid?

Kenneth Roth: De meeste mensen die zich tegen immigranten hebben gekeerd, zijn ook zij die zich economisch achtergelaten voelen. Hun inkomen stagneert, ze zien een groeiende ongelijkheid in hun nadeel. Ze zijn al boos. En het is makkelijker om de immigranten de schuld te geven dan de leiders die verantwoordelijk zijn voor de ongelijkheid. Het is makkelijk om terug te denken aan een tijd toen er minder immigranten waren. Het is een associatie die velen maken.

Zolang het debat gedomineerd wordt door immigratie kunnen sociaaldemocraten niet winnen. Sociaaldemocratische partijen slagen er niet in om het debat te verplaatsen naar hun centrale thema, ongelijkheid. Waarom niet?

Kenneth Roth: Goede vraag. Sociaaldemocraten in heel de EU zitten in de problemen. Het is niet meer duidelijk waarvoor ze staan. Ze moeten rekenen op leiders als Macron, maar die is zeker niet links. Toch is hij vandaag veel meer de bron van innovatie dan de sociaaldemocratie.

Dragen de media hier een verantwoordelijkheid? Na de overwinning van Trump ging de focus van de media vooral naar “de witte man” die zich bedreigd voelt door immigratie en de multiculturele samenleving, veel minder naar de ongelijkheid die deze angst veroorzaakt.

Kenneth Roth: In de VS gaat een grotere culturele verandering uit van de opmars van Afro-Amerikanen dan van immigratie: de zwarte minderheid die aan zelfvertrouwen en stem wint. Het presidentschap van Obama was een existentiële crisis voor sommigen die menen dat de “witte arbeidersklasse” economisch achtergesteld is omdat ze gediscrimineerd worden tegenover zwarten. Dat gevoel heeft te maken met het verlies van geprivilegieerde witte sociale status.

De witte arbeidersklasse in de VS is al vertrappeld, maar ze konden zich tenminste nog boven de Afro-Amerikanen wanen. Door het Obama-presidentschap was zelfs dat plots niet meer zeker. Dat sommige Afro-Amerikanen boven hen uitstijgen, voelen zij aan als een schande. En dat is racisme.

Overal ter wereld verbinden leiders economische frustraties met ras, etniciteit of geloof. Sektarisme is nu ook naar het Westen gekomen.

Kenneth Roth: Als een blanke van de ene generatie op de andere in diepe armoede blijft, dan een zwarte president ziet en die andere etnische groep ziet opkomen, dan is het makkelijk voor populisten om van armoede een etnische kwestie te maken in plaats van een economische.

Plots worden wij als burgers van een democratie verondersteld om een vijand te zien in onze medeburgers gewoon omdat ze een andere religie of etniciteit hebben. Maar het onderliggende probleem is de economie.

Dat is waar de populistische retoriek fysiek gevaarlijk wordt.

Kenneth Roth: In de VS is het huidskleur, eerder etnisch. In de EU is het religie, anti-Islam en anti-immigratie. Maar in beide gevallen draait het om dezelfde frustraties van een establishment dat vreest traditionele privileges te verliezen.

Het zijn mensen die voelen dat ze een hogere status hebben in de samenleving, dat zij een sterkere claim kunnen leggen op het land dan anderen. Bij deze mensen komt Trumps majoritarianism goed aan. Zij zijn de meerderheid en zij moeten het voor het zeggen hebben.

Extreemrechts wordt steeds meer een internationaal netwerk. Ze zijn steeds meer open over hun banden met het Kremlin en het Kremlin over hun banden met populisten in EU. Schuilt er een gevaar voor de EU achter?

Kenneth Roth: Poetin wil autoritaire populisten in de EU versterken om de EU autoritair te maken. Uiteindelijk zal het verschil tussen de EU en Rusland vervagen. Poetin wist oppositie uit in Rusland, en in de EU wist hij het alternatief voor Russische autoritarisme uit.

Poetins grootste zorg is dat hij de macht wil houden zonder een façade van legitimiteit te verliezen, wat moeilijk is als je geen echte oppositie toelaat. Dus toont hij dat zijn uitdagers “niet beter” zijn. Als Poetin antidemocratische krachten in het Westen kan promoten en de polarisering in het Westen kan aanwakkeren, dan ondermijnt hij de kracht van het Westen om hem uit te dagen.

Zo goed als alle berichtgeving op de Russische zender RT draait daarom. Het is een voortdurende stroom berichten over wat verkeerd is met het Westen. Het is overal slecht, dus klaag niet over Rusland. Dat is de boodschap.

Is de alliantie tussen Rusland en Europese autoritaire populisten alarmerend?

Kenneth Roth: Het idee dat de EU niet meer zou opkomen voor de liberale democratie is alarmerend. Ja, een echte bedreiging. We zagen al dat de VS zich onder Trump terugtrokken uit wereldwijd leiderschap rond democratie en mensenrechten. De wereld heeft de EU nodig.


______________________________________________________________________________






Europa verbiedt bijendodende pesticiden

BRUSSEL, 27 april 2018 (IPS) -

Neonicotinoïden, de meest gebruikte insecticiden ter wereld, zullen nog dit jaar verboden worden op de Europese akkers. Dat heeft Europa beslist om de teloorgang van bijenpopulaties te stoppen. 

Een meerderheid van zestien Europese lidstaten stemde in met het voorstel van de commissie om drie veelgebruikte neonicotinoïden te verbieden in de buitenlucht. Enkel in gesloten serres mogen de chemicaliën nog gebruikt worden. Het gaat om imidacloprid, clothianidine en thiamethoxam.

“De commissie heeft deze maatregelen maanden geleden voorgesteld op basis van wetenschappelijke advies van het Europees Agentschap voor Voedselveiligheid”, zegt Europees Commissaris voor Gezondheid en Voedselveiligheid Vytenis Andriukaitis. “De gezondheid van bijenpopulaties is van het hoogste belang omdat ze een impact heeft op de biodiversiteit, voedselproductie en het milieu.”

Historisch
Milieuorganisaties spreken van een historische beslissing. “De stoffen een kwarteeuw lang toelaten was een fout die tot een ecologische ramp heeft geleid”, zegt Martin Dermine, van het Pesticide Action Network. “De stemming van vandaag is historisch. Een meerderheid van de lidstaten gaf een duidelijk signaal dat onze landbouw nood heeft aan een transitie. Bijendodende insecticiden gebruiken kan niet meer toegelaten worden, en enkel duurzame landbouwpraktijken zouden nog gebruikt mogen worden om ons voedsel te produceren.”

“Dit is fantastisch nieuws voor onze bestuivers en ons milieu”, zegt ook Franziska Achterberg van Greenpeace. “Nu moet de EU ervoor zorgen dat ze niet gewoon verwisseld worden voor andere schadelijke chemicaliën. De drie verboden stoffen vormen immers maar de top van de ijsberg: er bestaan nog veel andere pesticiden, waaronder andere varianten van neonicotinoïden, die even gevaarlijk zijn voor de voedselproductie.”

Voedselzekerheid

Bijen en andere insecten zijn essentieel voor de voedselproductie omdat ze zo’n driekwart van alle voedingsgewassen bestuiven. Maar de populaties van bestuivers krimpen jaar na jaar, onder meer door het grootschalige gebruik van neonicotinoïden. In 2013 werd het gebruik van de stoffen daarom al verboden op bloeiende gewassen zoals koolzaad. 
Maar twee maanden geleden oordeelde de Europese voedselwaakhond EFSA dat drie veelgebruikte neonicotinoïden nog steeds een gevaar vormen voor bijen, omdat de stoffen de grond en het water vervuilen, en zo ook in wilde planten terechtkomen. Eind vorig jaar bleek uit een Zwitserse studie nog dat driekwart van de honing sporen van de stoffen bevat.



______________________________________________________________________________





Nederland krijgt 'honingsnelwegen'

BRUSSEL, 26 april 2018 (IPS) -

Na Utrecht, Delft en Rijswijk heeft ook Friesland binnenkort een ‘Honey Highway’. Zo’n bloemenberm langs een autosnelweg is nodig omdat Nederland te weinig bloemen heeft en bijenpopulaties krimpen, zeggen de initiatiefnemers.

Studenten hebben gisteren een saaie grasstrook langs de Rijksweg N32 in Friesland klaargemaakt om de metamorfose tot bloemenberm te ondergaan. Na het inzaaien met zaad van 44 streekeigen bloemensoorten zal daar volgend voorjaar een bloemenweide van 10.000 vierkante meter ontstaan. 

Tegen die tijd zal er een bijenhotel worden geplaatst bij de carpoolstrook. Ook wordt gezocht naar een geschikte plek voor een biodynamische bijenkast in de hoop de oorspronkelijke Nederlandse honingbij te kunnen terugbrengen.

Biodiversiteit
De bloemenbermen van Honey Highway poppen op langs autosnelwegen, fietspaden en dijken in Nederland. Ze helpen hommels, bijen en andere insecten in hun zoektocht naar voedsel. Tijdens die tocht gaan insecten andere planten en voedingsgewassen bestuiven.

Rijkswaterstaat stelt de grond beschikbaar. “Hiermee vergroten we de biodiversiteit en zorgen we voor een duurzamere samenleving”, zegt Jan Jozeph Dalstra van Rijkswaterstaat, het uitvoerend agentschap van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in Nederland.

Stichting Honey Highway is een initiatief van imker Deborah Post. Volgens haar is er veel groen in Nederland, maar zijn er te weinig bloemen. Hierdoor ontstaat een massale bijensterfte. “Mensen hebben bijen nodig. Ze staan immers aan het begin van onze voedselketen.”

Bijenpopulaties gaan er wereldwijd op achteruit, en dat is niet alleen slecht nieuws voor de honingproductie. De wereldwijde voedselproductie bestaat immers voor driekwart uit planten die minstens deels afhankelijk zijn van bestuiving om vrucht te dragen.




______________________________________________________________________________




Ook boeren willen de bijen redden

MO*, MEERDERE AUTEURS
 . 26 APRIL 2018

De toekomst van bijen is van groot belang voor boeren. Daarom vragen wij de EU om voor een verbod op bijendodende pesticiden te stemmen.

Voor hen die het debat over het verbod op neonicotinoïden – een groep pesticiden die volgens de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid gevaarlijk zijn voor bijen – gevolgd hebben komt dit misschien als een verrassing. Boeren worden niet vaak gezien als beschermengelen van bestuivers en andere insecten waar onze gewassen van afhankelijk zijn. Vaak wordt aangenomen dat wij voorstanders zijn van intensief chemische landbouw.

Maar voor ons is dit verbod een logische stap. En we staan niet alleen. Recente peilingen laten zien dat meer dan driekwart van de Europese burgers voor een verbod op neonicotinoïden is. Ook wetenschappers op het hele continent maken zich er hard voor. Net als imkers.

Natuurlijk willen boeren hun gewassen beschermen tegen plagen – dat is een essentieel onderdeel van ons werk. Maar wij weten als geen ander wat het belang is van gezonde ecosystemen en hun rol in productieve landbouw. Dat betekent gezonde landbouwgrond en water en allerlei soorten insecten. Het afnemen van wilde dieren en een verminderde kwaliteit van landbouwgrond is in niemands belang, al helemaal niet in het belang van boeren.

Het is een misvatting dat we zouden moeten kiezen tussen oncontroleerbare plagen enerzijds en neonicotinoïden anderzijds. Nadat de EU in 2013 een gedeeltelijk verbod op neonicotinoïden invoerde hebben de meesten van ons al geproduceerd zonder deze chemicaliën en dat ging goed. Ondanks voorspellingen dat de afwezigheid van neonicotinoïden opbrengsten zou verminderen, hebben wij geen achteruitgang gemerkt.

Sterker nog, er wordt steeds meer getwijfeld aan de voordelen van neonicotinoïden bij het beheersen van plagen. Recent onderzoek van de Task Force on Systemic Pesticides, een panel van internationale wetenschappers, suggereert dat ze niet zo effectief zijn in het bestrijden van plagen als ooit werd aangenomen, en dat ze vervangen kunnen worden door duurzamere alternatieven.

Europese boeren hebben inderdaad al laten zien wat gedaan kan worden met minder, of zelfs helemaal geen insecticiden. En niet alleen biologische boeren – conventionele bedrijven hebben ons kennis laten maken met geïntegreerde methodes als gewasrotatie en biocontrole, waarmee plagen buiten de deur worden gehouden met behulp van natuurlijke vijanden. We hebben ook gezien dat verstandiger gebruik van pesticiden effectief kan zijn, hiermee wordt geprobeerd de aanwezigheid van ongedierte onder een drempelwaarde te houden zodat er geen economische schade wordt veroorzaakt.

Duurzaamheid is alles voor boeren. Natuurlijk willen wij een overvloedige oogst. Maar we moeten ook elk jaar opnieuw kunnen oogsten. Als wij zien dat de insectenpopulatie afneemt (met meer dan 75% in Duitsland!) of dat Chinese appelboeren gedwongen worden met de hand te bestuiven, of dat de VN waarschuwt dat we misschien nog maar 60 keer zullen kunnen oogsten, dan zijn wij, meer dan wie ook, bezorgd.

Dit betekent niet dat we terug moeten naar het stenen tijdperk – moderne landbouw heeft het leven beter gemaakt. Maar het betekent wel dat we slimmer moeten omgaan met landbouw. En het betekent dat er een mentaliteitsverandering nodig is, en dat we af moeten van het idee dat we afhankelijk zijn van pesticiden waarvan de effectiviteit in twijfel getrokken wordt en waarvan bewezen is dat ze risicovol zijn. Daarom moet er meer geïnvesteerd worden in alternatieven en in onderwijs over duurzame landbouwmethoden.

Voor de toekomst van landbouw en die van onze planeet moeten we bestuivers beschermen, dat staat buiten kijf. En een volledig verbod op de meest gebruikte neonicotinoïden is een belangrijke eerste stap.

Ondertekenaars:

Peter Lundgren (conventionele akkerbouwer, Lincolnshire, VK), Martin Lines (conventionele akkerbouwer, Cambridgeshire, VK), The Landworkers’ Alliance(VK), The Nature Friendly Farming Network (VK), Coldiretti (confederatie voor boeren, Italië), Guillaume Bodin (wijnboer en filmproducent, Frankrijk), Maxime de Rostolan (oprichter, Fermes d’Avenir and Blue Bee, Frankrijk), Adam Arnesson (biologisch boer, Örebro, Zweden), AIAB (vereniging voor biologische boeren, Italië), Federbio (federatie voor biologische boeren, Italië), Jean-François Vincent (biologische veehouder, Centre-Val de Loire, Frankrijk), GABY (Groupement des Agriculteurs Biologiques de l’Yonne, Frankrijk), Anne-Lise Goujon (Voorzitter van Biologische Wijnboeren uit Nouvelle-Aquitaine, Frankrijk), Jan Overesch (Overesch ecologische landbouw, Raalte, Nederland), Heel Salland Biologisch (vereniging voor duurzame landbouw, Salland, Nederland), Adrian en Nicole Doyle (schapenhouders Schotland, VK), Alison Waugh (medewerker boerderij, Aberystwyth, Wales, VK), Jos Groen en Petra Hageman (Kwekerij De Bolderik, Nederland)

 


______________________________________________________________________________




Greenpeace: EU subsidieert meest vervuilende veebedrijven

MO*/IPS
 . 25 APRIL 2018

Europese landbouwsubsidies gaan naar enkele van de meest vervuilende veeteeltbedrijven in Europa, blijkt uit onderzoek van milieuorganisatie Greenpeace. België is weinig transparant.

Met de hulp van onderzoeksjournalisten vergeleek Greenpeace de directe uitbetalingen van Europese landbouwsubsidies met de lijsten van gerapporteerde vervuiling uit industriële installaties. Daaruit blijkt dat meer dan de helft (51 procent) van de onderzochte boerderijen EU-subsidies ontving, terwijl ze de grootste uitstoters van ammoniak in hun land blijken.

Algen
Ammoniak die wegvloeit uit mest of meststoffen leidt tot snelle algengroei in rivieren, meren en zeeën, waardoor planten en dieren van zuurstof worden afgesneden. Het leidt ook tot luchtvervuiling met fijn stof, die schadelijk is voor onze gezondheid.

Landbouwinstallaties zijn daarom verplicht om gegevens over te maken aan een Europees register (E-PRTR) als ze meer dan 10 ton ammoniak per jaar uitstoten. Dat is vergelijkbaar met de uitstoot van minstens 40.000 kippen, 2000 varkens of 750 zeugen.

België
Voor 2015 telde het onderzoek in het register 64 Belgische veebedrijven die elk meer dan 10 ton ammoniak uitstoten bij hun activiteiten, samen goed voor meer dan 1300 ton. Van die grootvervuilers konden er 42 geïdentificeerd worden, die samen minstens 1,29 miljoen euro Europese landbouwsubsidies kregen in 2016, waarvan zo’n 200.000 euro voor vergroeningsmaatregelen.

Het onderzoek maakt ook duidelijk dat er geen degelijke datamonitoring gebeurt van de landbouwvervuiling in Europa. Ammoniak is de enige vervuilende stof die consistent in het E-PRTR wordt opgenomen, maar de bestaande data beslaan maar een klein percentage van de totale uitstoot uit landbouw. België stootte in 2015 zo’n 65.500 ton ammoniak uit, waarvan 60.000 ton afkomstig van landbouw. Dat betekent dat de rapportering in het E-PRTR slechts 2 procent van de door de landbouw uitgestoten ammoniak in België omvat.

Transparantie

Wettelijk gezien moeten de lidstaten de informatie over ammoniakuitstoot melden bij het Europese milieuagentschap, maar in België worden de namen van de boerderijen vanwege de privacy anoniem gemaakt. In Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Polen en Denemarken zijn alle bedrijfsgegevens gewoon zichtbaar voor wie de E-PRTR-databank raadpleegt.

‘Milieubescherming is een van de doelstellingen van het Europese landbouwbeleid, maar dit rapport bewijst dat wangedrag voortdurend beloond wordt’, zegt Muriel De Pauw, experte landbouw bij Greenpeace België. ‘Ammoniakvervuiling is slechts het topje van de ijsberg. Europa blijft geld pompen in industriële veeteeltbedrijven ondanks hun verwoestende impact op het milieu, het klimaat en de gezondheidszorg. Het Europese beleid zou landbouw moeten ondersteunen die samenwerkt met de natuur, en niet ertegen.’

 


______________________________________________________________________________




Heeft het nog zin om fair trade chocolade te eten?

MO*,
STEFAAN ANRYS . 25 APRIL 2018

Vorige week maakte de Cacaobarometer, een tweejaarlijks initiatief van Europese vakbonden en ngo’s, bekend dat in West-Afrika 2,1 miljoen kinderen werken op de cacaoplantages. De toenemende kinderarbeid was het gevolg van overproductie en te lage prijzen, waardoor de boeren in Ivoorkust en Ghana - samen goed voor 60 procent van de wereldproductie - steeds armer werden en dus almaar vaker goedkope kinderarbeiders inschakelden. Fairtrade België riep zaterdag een aantal experts rond tafel.

MO* vroeg of het überhaupt nog zin heeft om fairtrade chocolade te eten, vermits de cijfers zo alarmerend zijn.

Zijn er echt 2,1 miljoen kinderarbeiders actief in de West-Afrikaanse cacao-teelt?

De meest schokkende vaststelling uit de recente Cacaobarometer was het groot aantal werkende kinderen op cacao-plantages, zowel eigen kinderen van boeren als kinderen uit buurlanden die door “bendes” ter beschikking werden gesteld. In West-Afrika alleen zouden ze met 2,1 miljoen zijn.

‘Of de cijfers kloppen, weet ik niet’, reageert Thierry Noesen van Belvas, een Belgische fairtrade chocolatier die vooral bonen uit Latijns-Amerika in zijn chocolade verwerkt, ‘maar zelfs al gaat het om maar 200.000 of 20.000 kinderen, het zijn er te veel. Echter, zolang we geen eerlijke prijs betalen, kunnen we niet vragen dat alle kinderen naar school gestuurd worden.’

De Ivoriaan Fortin Bley, cacaoboer en president van het Fairtrade West Africa Network, gelooft niet dat het er zoveel zijn, en zeker al niet op plantages die onder het label van Fairtrade cacaobonen telen. ‘In theorie is er geen kinderarbeid op fairtrade plantages’, zegt hij stellig.
‘Een tijd terug was er één geval bij boeren die voor mijn coöperatie werken. Voor die jongen hebben we een vakopleiding gezocht, omdat hij al te oud was om zich in te schrijven voor het reguliere onderwijs.’ Bley gewaagt van jaarlijkse controles, al geeft hij tegelijk toe dat kinderarbeid niet zomaar uit te roeien is.

Kinderarbeid is een rekbaar begrip in Ivoorkust. Volgens Bley maakt de Ivoriaanse regering een verschil tussen “gevaarlijke” en “niet gevaarlijke” taken, waaronder water halen en brengen. Daar bestaan zelfs lijsten van. De niet-gevaarlijke activiteiten mogen door kinderen (lees min-18-jarigen) uitgevoerd worden, zonder dat er sprake is van kinderarbeid.

‘Ivoorkust komt uit een burgeroorlog en dan heb je ook nog de culturele geplogenheden. Wij zetten echter stappen, hoor. Zo helpen wij in onze coöperatie de landbouwers bij het aangeven van hun boorlingen. Vroeger hadden velen niet eens een geboortecertificaat, bijvoorbeeld omdat de dorpen zo afgelegen zijn.’

Zijn fairtrade boeren beter af?
Zeker in West-Afrika, dat wereldwijd de meeste bonen produceert, is de leefsituatie van cacaoboeren bedroevend. Hun inkomen zakte op één jaar tijd met 36 procent. En ook de fairtrade boeren zijn slecht af, geeft Charles Snoeck van Fairtrade België groothartig toe.

Uit een studie die Fairtrade bij 3.200 van zijn boeren in Ivoorkust liet uitvoeren, blijkt dat een gezin met 6 hectaren en 6 kinderen nog niet eens 2.700 dollar per jaar verdient. Dat is omgerekend 1 euro per dag per persoon, terwijl het leefbare inkomen volgens de Wereldbank 6.133 dollar bedraagt, oftewel 2,5 euro per dag per persoon. Een leefbaar inkomen is dus een verre wensdroom, ook voor boeren die onder het label van Fairtrade opereren.

Cacao-telers zijn arm en kwetsbaar, net omdat ze afhankelijk zijn van de schommelende wereldprijs voor cacao, legt Snoeck uit. ‘Een paar jaar terug waarschuwden de grote traders en retailers uit de sector voor een dreigend cacao-tekort. Dat was louter stemmingmakerij, maar het stimuleerde wel de speculatie. De boeren gingen meer produceren en dat liep in Ivoorkust vorig jaar uit op overproductie’.
De marktprijs dook in 2017 van meer dan 3000 dollar tot onder 2000 dollar per ton. Telers kregen plots veel minder geld voor hun bonen. Het waren vooral de industrie en de chocolademerken die hiervan profiteerden, want de consument bleef evenveel betalen voor zijn vertrouwde chocolade.

Betaalt Fairtrade dan wel een eerlijke prijs?
Alleen wanneer de marktprijs onder de 2000 dollar duikt, wat niet vaak gebeurt, schiet het volledige financiële vangnet van het label in actie. En wordt de prijs aan de boer bijgepast, tot op het niveau van 2000 dollar.

Maar let op. Die 2000 dollar wordt nooit volledig aan de telers uitbetaald: het gaat hier om de richtprijs van de cacao-verkoop “aan de boot”: wanneer de bonen het schip opgaan, zeg maar. Om de prijs te berekenen die aan de boeren wordt betaald, moet je van die 2000 dollar nog de (forse) belastingen aftrekken die de Ivoriaanse staat heft, de kosten van het transport, het geld dat opkopers opstrijken, enzovoort.

‘In het beste geval houdt een boer in dit scenario nog 1200 dollar per ton over’, weet Bley. ‘Eigenlijk krijgt een een conventionele cacao-teler zelfs nooit 60 procent van de marktprijs, want opkopers proberen de opgelegde kiloprijs te omzeilen door bijvoorbeeld aan het veld te kopen. Een landbouwer die in geldnood is, zal sneller geneigd zijn de oogst onder de prijs te verkopen, uit schrik dat hij hem misschien helemaal niet kwijtraakt.’

Boerencoöperaties die opereren onder het label Fairtrade houden echter altijd vast aan de minimumprijs van 2000 dollar, zelfs als de marktprijs daaronder duikt. Bovendien wordt er per ton een extra premie van 200 dollar uitgekeerd, soms in cash, al is dat niet de bedoeling. De premie is vooral bedoeld voor gezamenlijke projecten van de boerencoöperatie, zoals scholen of de boven vermelde actie rond geboortecertificaten.

Fairtrade wil tegen het einde van 2018 de minimumprijs die de cacao-coöperaties garanderen, herzien, al zal die wellicht nooit heel fel stijgen. Snoeck: ‘Het objectief is wel degelijk om een leefbaar inkomen te kunnen garanderen, zo snel mogelijk. Alleen is dat een evenwichtsoefening en moeten we – in overleg met de boeren (die meer dan 50% van de stemmen hebben in de algemene vergadering) en stakeholders – bepalen hoe we daar geraken zonder ons uit de markt te prijzen. Want dan verliezen we alle impact.’ Zowel coöperaties als retailers en chocoladeproducenten beslissen over de vijfjaarlijkse prijsverhoging van het label. Eén van hen is Belvas, producent van Fairtrade-chocolade in België. Thierry Noesen, CEO van Belvas: ‘Om een leefbaar inkomen te garanderen, moet de minimumprijs in Afrika minstens verdubbelen, maar de veelal familiale landbouwers zijn bang om bij zo’n forse stijging, hun markt kwijt te spelen. In dat geval zou Fairtrade-chocolade immers veel duurder worden dan pakweg Côte d’Or.’

Wat met andere labels?
Om kort te gaan. Tenzij de marktprijs heel laag staat, onder de 2000 dollar per ton, voelt een boer die fairtrade cacao verkoopt, het niet echt in zijn portemonnee, al geniet hij via zijn lidmaatschap aan de coöperatie van meer steun, zeggenschap en macht ten opzichte van de multinationals die achter zijn bonen hengelen.

En dat zijn voordelen die zelfs labels als Cocoa Life, niet altijd bieden, beweert Bley. ‘Fairtrade is duidelijk bezorgd om de mens achter de chocoladereep. Programma’s ontwikkeld door de industrie, zoals Cocoa Life van Cadbury en Cocoa plan van Nestlé, zijn vooral gericht op productiviteit- en kwaliteitsverhoging.’

Snoeck beaamt: ‘Dergelijke programma’s hebben potentieel meer impact omwille van het grote marktaandeel dat die bedrijven hebben, maar zij zetten veelal enkel in op productiviteit en efficiëntie. En ook al zou de boer zijn productie verdrievoudigen, komt hij vandaag nog steeds niet aan een leefbaar inkomen. Onze studies tonen aan dat het een illusie is om een leefbaar inkomen te willen garanderen zonder betere prijzen te willen betalen. We moeten het onderwerp van de prijs op tafel durven leggen, en we betreuren het dat dit een taboe is voor veel actoren uit de sector’.

Maakt het uit welke chocolade ik eet?
Ja, en het maakt ook uit hoeveel fairtrade chocolade gegeten wordt. Want behalve de lage marktprijs, speelt een te kleine vraag naar fairtrade chocolade de boeren in West-Afrika parten.

‘Ivoriaanse boeren produceerden vorig jaar 1,7 miljoen ton cacaobonen, waarvan 100.000 ton fairtrade’, aldus Snoeck, ‘maar omdat er te weinig vraag is, kunnen zij maar één derde van hun oogst kwijt als gecertifieerd. Dus ondanks de strengere regels waaraan zij moeten voldoen, kunnen zij voor twee derde van hun bonen niet genieten van ons vangnet en van de premie.’

Het marktaandeel van fairtrade chocolade stijgt, maar bedraagt in België, bijvoorbeeld, nog altijd amper 1 procent, ondanks het feit dat almaar meer spelers - zoals Carrefour voor zijn patisserie of Liddl voor zijn Fin Carré - op de kar springen.

Snoeck: ‘Als eerlijke handel echt een verschil wil kunnen maken in het leven van cacaoproducenten, dan moet er een versnelling hoger geschakeld worden.’
Met andere woorden: hoe meer u eet, hoe beter.

Een bitter bedrijfsgeheim
Tot slot moeten we u nog een bitterzoet bedrijfsgeheimpje verklappen.
Niet elke reep fairtrade chocolade is vervaardigd met “eerlijke” cacaobonen.
Vandaag beschikken maar enkele grote spelers over de machinerie om een cacaoboon te verwerken tot het basisingrediënt voor chocolade: de cacao-massa. Barry Callebaut, een Belgisch-Zwitsers fusiebedrijf, is de grootste speler die ruwe bonen vermaalt en verwerkt tot cacaomassa. Veel retailers, chocolatiers en chocolademerken, ook sommige met het Fairtrade-label, doen beroep op zo’n chocoladegiganten.

‘In tegenstelling tot Belvas of het Franse fairtrade-label Ethiquable, dat wél een zogenaamde “fully tracable supply chain” heeft kunnen opeisen, stelt het gros van alle Fairtrade-merken zich tevreden met zogenaamde mass balance’, legt Thierry Noesen van Belvas uit.
Maakt dat uit? Toch niet als je fairtrade koopt ‘omdat je mensen wil helpen’, zoals de meeste de klanten aangeven. Want het label garandeert je wel dat het gewicht in fairtrade chocolade die jij koopt, ook daadwerkelijk ergens op eerlijke wijze werd geproduceerd, al is dat is niet per se de cacao die in jouw reep terecht is gekomen.


______________________________________________________________________________





Veel eilanden mogelijk al rond 2050 onbewoonbaar

MO*/IPS
 . 26 APRIL 2018

Overstromingen hebben niet alleen impact op de infrastructuur en habitat, ze maken zoetwaterbronnen ook onbruikbaar. 

De meeste atollen zijn te vinden in de Pacifische en Indische Oceaan. De onderzoekers baseren hun conclusies op onderzoek op de Marshalleilanden, een eilandengroep die meer dan 1100 laaggelegen eilanden op 29 atollen telt. 

Ze keken naar verschillende klimaatscenario’s en berekenden daarbij de impact van de zeespiegelstijging en overstromingen. De bevindingen zijn volgens hen ook van toepassing op andere eilandgroepen in de wereld, omdat die meestal een soortgelijke morfologie en structuur hebben en in veel gevallen nog lager liggen.

Broeikasgassen
‘Het moment waarop drinkwater op het grootste deel van de eilanden niet meer beschikbaar is, verwachten we al rond het midden van de 21ste eeuw’, zegt Curt Sorlazzi, geoloog bij de USGS, de Amerikaanse Geologische Onderzoeksdienst, een overheidsinstelling.

Op grond van eerdere studies werd geconcludeerd dat laaggelegen eilanden pas tegen het einde van de 21ste eeuw te maken krijgen met minimale gevolgen van overstromingen. Bij die studies is volgens Sorlazzi echter niet gekeken naar extra schade door stormwater en golven die de eilanden overspoelen, en ook niet naar de gevolgen voor het drinkwater.

Hij zegt dat niet alleen bewoonde eilanden van de Marshalleilanden risico lopen, maar ook die van de Caroline-eilanden, Cookeilanden, Gilberteilanden, Line-eilanden, Genootschapseilanden, Spratly-eilanden, Malediven, Seychellen en de Noordwestelijke Hawaïaanse eilanden.

Al deze eilanden dreigen onbewoonbaar te worden als de huidige uitstoot van broeikasgassen niet daalt.

Regenwater
Een belangrijke bron van zoet water voor bevolkte atollen is de regen die wordt opgenomen door de grond en daar als een laag blijft liggen boven het dikkere zoute water. Als atollen in de komende decennia jaarlijks overspoeld worden door zeewater, is de impact dusdanig dat het al tussen 2030 en 2060 moeilijk wordt er te blijven wonen.

Naast de USGS werkten aan de studie onderzoekers mee van Deltares, de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) en de Universiteit van Hawaï.



______________________________________________________________________________




Leiders Gemenebest verhogen klimaatinspanning en nemen “Blue Charter” voor de oceanen aan

MO*/IPS
 . 24 APRIL 2018

Naast een hele reeks groene aankondigingen verklaarden alle 53 leiders van de naties van het Gemenebest opnieuw om ‘de inspanningen voort te zetten om de temperatuurstijging te beperken tot maximaal 1,5 graden Celsius boven het pre-industriële niveau.’ 

Hiervoor, zo verklaarden ze, zijn ze bereid om hun klimaatinspanningen te verdubbelen indien nodig.

Afgelopen vrijdag werd na het einde van de ontmoetingsweek een communiqué ondertekend door alle staatshoofden. Hiermee erkennen de regeringen ‘dat de temperatuur en de stijging van de zeespiegel en andere negatieve effecten van de klimaatverandering, een belangrijke realiteit is en risico’s inhoudt voor veel van de meest kwetsbare lidstaten van het Gemenebest.’

Die kwetsbare naties zijn onder meer de eilandstaten Papoea-Nieuw-Guinea, Saint Vincent en de Grenadines en de Salomonseilanden.

Alle Gemenebest-naties hebben het klimaatakkoord van Parijs ondertekend (om de temperatuur onder 2 graden Celsius te houden), maar afgelopen vrijdag herbevestigden ze dus dat ze streven naar een maximum van 1,5 graden Celsius.

Blauw charter voor de oceanen
Naast die belofte hadden de regeringen ook aandacht voor een nieuw engagement om de oceanen beter te beschermen. Onder leiding van Het Verenigd Koninkrijk en Vanuatu werd door de hele groep het Commonwealth Blue Charter aangenomen. Hierin leggen de landen vast dat ze nauw gaan samenwerken om programma’s voor de bescherming van de oceaan te implementeren. Verbetering is onder meer nodig op vlak van vervuiling, de bescherming van koraalriffen en het behoud van unieke mariene ecosystemen zoals mangroves.

In de tekst van het charter wordt opgeroepen tot ‘wereldwijde gecoördineerde actie om de meest dwingende zaken zoals de zeespiegelstijging, de verzuring van het oceaanwater, verlies van biodiversiteit, overbevissing en plasticvervuiling aan te pakken.’

Het Gemenebest bestaat uit het Verenigd Koninkrijk en de meeste van zijn voormalige koloniën en mandaatgebieden. De Britse koningin Elizabeth II staat symbolisch aan het hoofd. In 1995 trad ook Mozambique toe tot het Britse Gemenebest. Het was voor het eerst dat een land dat geen Britse kolonie was, lid werd van het bondgenootschap.


______________________________________________________________________________




Hotels hebben overtuigende businesscase om voedselverspilling tegen te gaan

BRUSSEL, 6 april 2018 (IPS)

Onderzoek toont aan dat hotels zeven dollar kunnen besparen voor elke dollar die ze investeren in maatregelen om de verspilling van eten tegen te gaan. Vooral de buffetformule moet herbekeken worden.

Er is “overtuigend bewijs” dat hotels die actief inspanningen leveren om voedselverspilling tegen te gaan hiermee zeven keer de som besparen die ze erin investeren. Dat stelt Champions 12.3 na een onderzoek in 15 landen.

Champions 12.3 is een coalitie van belangengroepen die duurzaamheidsdoel (SDG) 12.3 tegen 2030 gerealiseerd willen zien: een halvering van voedselverspilling per hoofd van de bevolking.

Enorme besparing

Het onderzoek analyseert gegevens van 42 hotels in 15 landen en vond in bijna elk hotel een positieve return on investment van de maatregelen genomen tegen voedselverspilling. Het Sukhumvit Sofitel-hotel in het shoppingdistrict in Bangkok kon zich bijvoorbeeld al na 15 weken een nieuwe manier van werken eigen maken die toelaat dat de helft minder voedsel wordt weggegooid. De nieuwe aanpak zal het hotel naar schatting 60.000 dollar per jaar doen besparen.

Hotels die een jaar of langer maatregelen nemen om verspilling tegen te gaan, bespaarden gemiddeld 21 procent voedsel. Zeventig procent van de hotels had hun oorspronkelijke investering in de maatregelen er op dat moment al uit. Na twee jaar was dat het geval voor 95 procent van de hotels.

7:1 return on investment

“Voedselverspilling tegengaan is niet gewoon juist om te doen, het blijkt ook een goede manier om zaken te doen”, zegt Dave Lewis van Champions 12.3. “Zelfs als de morele imperatief je niet echt kan stimuleren, blijft er een groot voordeel op vlak van business. Dat zou elke CEO moeten kunnen overtuigen.”

De investeringen die de studie bespreekt zijn onder meer maatregelen die het personeel in staat stellen om de hoeveelheid voedsel beter te leren inschatten, anders met voeding om te gaan en het te bewaren, en een andere aanpak in de samenstelling van menu’s.


De 7:1 return on investment kwam voort uit een efficiënter aankoopbeleid van voeding en dranken, een slimme samenstelling van de menu’s - rekening houdend met overschotten van de vorige maaltijden, en een lagere kost voor het beheer van het afval van overtollig voedsel.

Ontbijtbuffet
De meeste hotelmanagers zien het ontbijtbuffet en andere buffetformules als de grootste verliespost. Vooral gebakken ei, spek, vers brood en (gesneden) seizoensfruit worden massaal weggegooid.


De onderzoekers benadrukken dat het niet de bedoeling is om de buffetten af te schaffen maar een betere inschatting van de nodige hoeveelheid voeding, een betere opvolging, dagelijks overleg en betrokkenheid van het personeel een enorm verschil kunnen maken.

Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) wordt een derde verspild van al het voedsel dat wereldwijd wordt geproduceerd voor menselijke consumptie. Jaarlijks gaat het om een verlies van 940 miljard dollar.

Voedselverlies en -verspilling is ook verantwoordelijk voor een aandeel van 8 procent van de uitstoot van broeikasgassen per jaar. Mocht voedselverspilling een land zijn, zou het op de derde plaats staan van grootste vervuilers, na China en de VS.



______________________________________________________________________________





Een derde van de Amerikaanse wilde dieren met uitsterven bedreigd

IPS. 4 APRIL 2018

Een derde van de wilde dieren in de VS is met uitsterven bedreigd, stelt een alarmerend rapport van drie grote Amerikaanse natuurbehoudsorganisaties.

Tenzij herstelplannen voor de Amerikaanse natuur de financiering snel rond krijgen, zullen tientallen soorten het risico lopen te worden uitgeroeid, waarschuwen de natuurbeschermers.

Volgens hun rapport, samengesteld door de natuurbeschermingsgroepen National Wildlife Federation, American Fisheries Society en The Wildlife Society, is een derde van de soorten in de VS “kwetsbaar” voor uitsterving. Deze crisis zal wilde dieren uit verschillende soortengroepen aantasten waaronder vlinders, amfibieën, vissen en vleermuizen.

Een op de vijf soorten zal worden geconfronteerd met een “ernstig risico” op uitsterven door de “ernstige achteruitgang” van de Amerikaanse biodiversiteit, waarschuwen de onderzoekers.

Crisis
‘De wilde dieren in Amerika zitten in een crisis’, zegt Collin O’Mara van de National Wildlife Federation in een reactie op het rapport. ‘Vissen, vogels, zoogdieren, reptielen en ongewervelde dieren verliezen terrein. We zijn het onze kinderen en kleinkinderen verschuldigd om te voorkomen dat deze soorten van de aarde verdwijnen.’

Volgens de Amerikaanse federale Endangered Species Act zijn er officieel iets meer dan 1270 soorten ingedeeld als “risicovol voor extinctie”. Het gaat onder meer om de grizzlybeer, de Californische condor, de lederschildpad en de hommel. Het werkelijke aantal bedreigde soorten is volgens het nieuwste rapport echter “veel hoger dan wat formeel wordt vermeld”.

Geen spoor te bekennen
De onderzoekers maakten gebruik van data van het biodiversiteitscentrum NatureServe dat de gezondheidstoestand van soortengroepen bijhoudt. Volgens de analyse zijn meer dan 150 soorten in de VS al uitgestorven en van 500 soorten werd de laatste decennia geen spoor meer gezien, “wat erop zou kunnen wijzen dat ze ook al uitgestorven zijn”, zegt het rapport.

De grootste bedreiging voor de soorten is de verwoesting van hun natuurlijke habitat ten voordele van massalandbouw, verstedelijking, wegen en mijnbouw. Het gebruik van pesticiden wordt gelinkt aan de achteruitgang van de belangrijkste bestuivers waaronder de bij.

Eerder deze maand al toonden vier opmerkelijke rapporten aan dat de teloorgang van de biodiversiteit een bedreiging vormt voor het menselijk welzijn, de economie en de voedselzekerheid.


______________________________________________________________________________





Het échte schandaal over vlees

MO*, BART STAES  30 MAART 2018

Hoe GM-soja massaal de EU binnenkomt en via dierlijke producten op uw bord eindigt.

Sinds enkele weken is er in ons land (en ook in andere Europese landen) veel onrust over de praktijken van vleesbedrijf Veviba. Zonder de feiten die hier opdoken ook maar een grammetje te willen bagatelliseren, is er helaas één aspect van de vleesindustrie dat een veel groter en een veel destructiever schandaal vormt.

De NGO Mighty Earth publiceerde (samen met FERN en Rainforest Foundation Norway) begin deze week een onderzoeksrapport over de ernstige consequenties van de productie van vlees, melk en eieren in de EU. Consequenties vooral voor die in die Latijns-Amerikaanse landen die het veevoeder voor die dieren uit de Europese (én Chinese) bio-industrie produceren.

Het rapport laat zien dat de EU jaarlijks 46.8 miljoen ton soja uit met name Latijns-Amerika importeert. Het laat bovenal zie onder welke verschrikkelijke omstandigheden deze soja wordt geproduceerd in landen als Argentinië en Paraguay. Voor de teelt hiervan worden enorme stukken bos gekapt of plat gebrand – meer dan 8 miljoen hectare in de afgelopen 12 jaar - waardoor het equivalent van 3 miljoen ton CO2 in de atmosfeer kwam en allerlei zeldzame dier en planten soorten nog sterker in hun voorbestaan worden bedreigd.

Volgens de Wereldbank nam het gebruik van agrochemische middelen (vooral glyphosaat) door de teelt van genetisch gemanipuleerde soja, toe met een factor 1000 in de laatste 20 jaar. Dit resulteerde in de vervuiling van water, lucht en bodem én had een desastreuze uitwerking op de gezondheid van lokale bevolkingsgroepen. Een onthutsende 19 % van alle sterfgevallen in Argentinië wordt veroorzaakt door kanker, waarvan opvallend veel in die regio’s waar soja wordt verbouwd.

Het is behalve de bittere nasmaak van onze collectieve honger naar goedkoop vlees ook een uiting van de bijzonder hypocriete Europese politiek ten aanzien van genetisch gemanipuleerde gewassen. Voor de meeste consumenten is de hypocrisie allicht niet zichtbaar omdat er geen labelling van toepassing is op de producten van dieren die gevoederd worden met overzeese GM soja. Het is anders dan met GGO’s die op Europese bodem geteeld worden, tot nog toe beperkt tot slechts één GM-mais en erg beperkt wat betreft oppervlakte.

Je moet om te weten wat er aan de hand is met de import van GGO’s echt onderzoeken hoe het zit met de nu al ruim 70 GGO’s die de EU heeft toegelaten voor verwerking en gebruik voor vooral diervoeder in de EU. De Europeanen willen terecht geen GGO-landbouw op eigen bodem, maar vinden het wél normaal dat er tonnen en tonnen GGO’s elders worden verbouwd voor een weinig duurzame Europese vleesindustrie.

Met één aspect van het nieuwe rapport ben ik het overigens niet eens en dat is dat men stelt dat men er in is geslaagd om de ontbossing in de Braziliaanse Amazone tegen te gaan, ook al wordt ook daar nog steeds massaal veel soja verbouwd. Dat is een vaak herhaald verhaal dat helaas niet klopt. Uit een recent rapport dat ik liet maken, blijkt het tegendeel.

Een sojaboon en twee gevaarlijke herbiciden
Neem het voorbeeld van de sojaboon van het Amerikaanse agrochemisch bedrijf Dow AgroSciences. Deze sojaboon met de “poëtische” naam “DAS68416-4”, werd genetisch gemanipuleerd om overeind te blijven bij besproeiing met twee krachtige herbiciden: glufosinate-ammonium en 2,4D.

Deze twee herbiciden hebben, zoals de meeste herbiciden, een desastreus effect op het leefmilieu en biodiversiteit. En dan vooral als ze worden gebruikt in een context van GGO-landbouw omdat aangetoond is dat boeren al hun gewassen ertegen bestand zijn, ze hogere doses van de herbiciden gebruiken. En dan spreken we nog niet over de toxische cocktail-effecten van het gecombineerd gebruik van glufosinaat en 2,4 D.

Aan deze twee specifieke herbiciden schrijft men negatieve impacten voor de volksgezondheid toe. In een evaluatie uit 2005, benadrukte de Europese Voedsel Veiligheids Agentschap (EFSA) dat glufosinaat toxische effecten heeft op de voortplanting. Het middel wordt daarom uitgefaseerd van Europese markt.

De andere herbicide 2,4 D heeft een eindproduct of metaboliet (2,4-DCP) dat schadelijke genotoxische effecten kan veroorzaken en dat net als 2,4-D zelf, op een lijst staat “als een mogelijk kankerverwekkend middel gebaseerd op onvoldoende bewijs voor mensen en beperkt bewijs uit experimenten op dieren” zoals vastgesteld door het internationaal kankeronderzoeksinstituut IARC van de WHO (IARC kwam met betrekking tot glyfosaat tot dezelfde conclusie in 2015: beperkt bewijs voor mensen en voldoende voor dieren).

Moeten we mensen in andere landen vergiftigen om onze dieren te voeden?
Vertrekkende vanuit deze kennis en wetenschap is het zonneklaar dat deze sojaboon nooit toegelaten zou worden voor teelt op Europese bodem. Veel lidstaten zouden het simpelweg verbieden, zoals ze nu ook doen voor de teelt van de Monsanto mais Mon810.

Maar sojaboon DAS68416-4 mag dus wél in grote hoeveelheden naar de EU worden geëxporteerd, net als vele andere vergelijkbare GM-soja en andere gewassen. Gedurende de laatste drie jaar alleen, werden 18 nieuwe GM-gewassen toegelaten tot de Europese eengemaakte markt!

Gedurende de laatste 36 maanden diende ik namens de Groene fractie liefst 23 bezwaarschriften in tegen deze importvergunningen, die stuk voor stuk met bijna tweederde meerderheid van het Europees parlement werden goedgekeurd. Binnenkort stemmen we weer over de goedkeuring van een genetisch gemanipuleerde suikerbiet.

Ondanks het gebrek aan steun vanuit de meerderheid van de Europese volksvertegenwoordiging en lidstaten, het ondemocratische en weinig transparante besluitvormingsproces (zie hier voor meer uitleg over dat aspect) lijkt de Commissie-Juncker te menen dat ze die enorme import van GGO’s gewoon door onze strot kunnen duwen.

Deze stroom van geïmporteerde GGO’s wordt – in principe – niet gebruikt voor verwerking in producten voor menselijke consumptie, maar wordt gegeten door onze koeien, kippen en varkens. En toch worden de producten hiervan niet gelabeld als GGO-product. Blijkbaar vinden Europese beleidsmakers en zakenlui uit de vleesindustrie het wel verdedigbaar dat andere landen in naam van de exportcijfers hun leefmilieu, boeren en lokale bevolking vergiftigen, opdat wij goedkoop mogelijk vlees kunnen produceren.

Tijd voor een nieuw landbouw- en voedselmodel
Gelukkig zijn er oplossingen voor dit mega-probleem. Om te beginnen moeten we er voor zorgen dat de productie van eiwithoudende gewassen voor onze dieren niet meer afkomstig is van tropisch regenwoud of savanne, maar van Europese bodem. Er bestaan plannen en toezeggingen van Europese landen om hier ook aan te gaan werken. Het komt neer op het steunen en stimuleren om te doen aan gewasrotatie en dus regelmatig eiwithoudende gewassen te telen als afwisseling op hun gewone teelten én om vee vaker te laten grazen.

Zal dat leiden tot meer en goedkoop vlees? Nee, en dat is juist de bedoeling, vlees moet een kwaliteitsvol, luxeproduct worden dat niet langer gigantische schade aanricht. Enkele Europese doelstellingen staan in een rapport (“European strategy for the promotion of protein crops - Encouraging the production of protein and leguminous plants in the European agriculture) sector”) dat binnenkort in het EP gestemd zal worden.

Door een productie van Europese eiwithoudende gewassen (niet ggo) op poten te zetten zouden we veel van de problemen in Latijns-America kunnen oplossen én een positieve bijdrage aan het klimaatbeleid leveren. Bovendien zouden we boeren in de EU een boost kunnen geven door een Europese markt voor duurzaam diervoeder te creëren.
Het zou goed zijn voor consumenten die eindelijk echt een keuze zouden krijgen – het aanbod biovlees is momenteel nog erg beperkt – door melk, eieren en vlees te kunnen kopen dat gegarandeerd GGO-vrij is.

Tot slot blijkt uit dit alles dat we echt ons industrieel landbouwproces moeten herdenken. Het zit in een letterlijk doodlopend straatje, gezien de destructieve effecten op ecocystemen en gezien de negatieve sociaal-economische effecten voor boeren. Dit model steunt alleen maar een puissant rijke en geconcentreerde agrochemisch complex en de internationale handel van grondstoffenbaronnen als Cargill. Dat ongezonde clubje verwerft met verschillende fusies alleen maar méér macht.

 

______________________________________________________________________________





Ethiopië boert goed maar kiest helaas opnieuw voor extensieve landbouw

MO*/STEFAAN ANRYS
 . 27 MAART 2018

In de jaren 1984 — 1985 stierven honderdduizenden Ethiopiërs van de honger. De provincie Tigray (50.000 km²), toen zwaar getroffen, doet het vandaag opvallend goed, nochtans zonder tractoren of buitenlandse agrobedrijven. Maar er zijn voldoende rivieren die de vele vlakten in het voor de rest bergachtige land kunnen bevloeien. Tigray heeft ook een gevarieerd klimaat, waardoor er heel diverse gewassen geteeld kunnen worden, soms met meer dan één oogst per jaar. Ethiopië heeft alles om een landbouwtopland te worden.

‘Het is dat eigenlijk al’, zegt Jan Nyssen, fysisch geograaf aan de Gentse Universiteit. Nyssen is optimistisch over de zevenmijlslaarzen waarmee het land in de Hoorn van Afrika zijn noordelijke provincies herbebost, terraslandbouw geïnstalleerd, dammen en vijvers aangelegd en de nog relatief primitieve landbouw-met-os-en-ploeg “geïntensiveerd” heeft.

Haile Selassie
De Ethiopische landbouw was en is nog steeds uiterst afhankelijk van de regens. Sommige gebieden, vooral in het noorden en oosten van de provincie Tigray, zijn uiterst kwetsbaar. Als één of meer regenseizoenen uitblijven, staat er te weinig gerst of tarwe op de akkers, naast teff, het basisdieet van de Ethiopiër.

‘Bovendien graast er steeds meer vee en is de bevolking sterk gegroeid, met kleinere percelen en een grotere druk op het ecosysteem tot gevolg. Boeren die tot dan vrije bermen hadden of onbebouwde grond, moesten die aansnijden om hun kinderen een lap te kunnen geven.’

Tot de eerste hongersnood van de jaren zeventig had de Ethiopische keizer Haile Selassie wel volop geëxperimenteerd met verbeterde zaden, meststoffen, andere plantafstanden, maar dat leverde weinig op.
De mensen hadden als enige keuze meer bos om te hakken en nieuw akkerland aan te snijden, zodat de bodem verder erodeerde en de watervoorraden uitgeput raakten. De jaren zeventig en tachtig waren een dieptepunt en liepen uit op twee zware hongersnoden. ‘Veel had ook te maken met het beleid’, weet Nyssen. ‘Tot in 1975 waren de boeren eigenlijk lijfeigenen van de feodale heersers, aan wie ze een derde van hun oogst moesten afstaan. Terwijl hun graan werd geëxporteerd, stierven zij van de honger.’

Volksverhuizingen

In 1984 — 1985 beleefde het land, onder het militair-communistische regime van de Derg (letterwoord in het Amhaars voor “Voorlopige Militaire Regering van het Socialistische Ethiopië”), voor de twee keer een trauma van formaat. De Derg had korte metten gemaakt met het keizerrijk, maar spaarde de boeren niet.

Het aantal slachtoffers van de Grote Hongersnood (veroorzaakt door de droogte die toen ook de Sahel teisterde maar aanzienlijk verergerd door het regime) liep op tot twee miljoen, zegt Seppe Deckers, bodemdeskundige in ruste van de KU Leuven en een van Belgiës best geïnformeerde Ethiopië-kenners.

Deckers werkte toen op het Ethiopische ministerie voor Landbouw. ‘De landbouwexperimenten hadden weinig opgeleverd en alweer reageerde het regime met de oude methode’, zegt hij. ‘Honderdduizenden boeren werden hardhandig verhuisd naar zuidelijker gelegen gebieden’, herinnert hij zich. ‘Het waren apocalyptische toestanden. Politie en leger omsingelden bijvoorbeeld een markt en stopten iedereen in bussen. Kinderen zagen hun ouders niet meer terug omdat die naar Gambela of Jimma waren gedeporteerd.’

Regio’s waarvan de bodem door de bevolkingsaanwas was uitgeput, werden manu militari leeggemaakt. Zo werden heel wat hooglanders uit het noorden verhuisd naar regio’s waar de bodem lager én er nog meer water beschikbaar was.

De achterblijvers in onder meer Tigray moesten dus met de steeds sterielere grond aan de slag, die almaar meer geërodeerd en uitgedroogd raakte.

Toch lag in deze woelige jaren het zaad voor een nieuwe landbouwtoekomst, menen Nyssen en Deckers. Want in de nasleep van dit nationale trauma werd een nieuwe landherverdeling uitgevoerd. ‘Het land van keizer, adel en kerk werd verdeeld onder de bevolking, zodat iedereen een drietal akkertjes had, in totaal ongeveer één hectare’, aldus Nyssen. En de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties kwam aanzetten met een grootschalig “Voedsel-voor-werk”-programma’. Ethiopische boeren uit provincies als Tigray, die gratis gemeenschapswerk verrichten, konden rekenen op voedselhulp.

Deckers: ‘In plaats van business as usual heeft de overheid het toen over een andere boeg gegooid. Soms heb je een dip nodig om het anders aan te pakken. Wel, Ethiopië heeft dat buitenlandse hulpprogramma slim aangepakt.’ In ruil voor zakken graan liet het de boeren in het noorden dammen bouwen, heuvels herbebossen, vijvers aanleggen. ‘Vandaag gaat er in het noorden veel minder water verloren. Zeer veel wordt opgevangen met terrassen en dammen.’

Geen Groene Revolutie
Het regenwater sijpelt nu ook door tot dieper gelegen aquifers. Grond wordt geconserveerd en de bossen groeien weer aan. ‘Ook de landbouw is veel holistischer geworden. Vee bijvoorbeeld wordt zoveel mogelijk op stal gehouden zodat de productiviteit verhoogt qua vlees- en melkproductie en de mest wordt gerecycleerd.’

Nyssen beaamt dat volmondig, al wil hij de Ethiopische landbouwpolitiek van de voorbije dertig jaar zeker geen “Groene Revolutie” noemen. ‘De Groene Revolutie is eigenlijk een filosofie, gestuurd door Amerikaanse financiële instellingen, voor het eerst op grote schaal toegepast in India, die focust op inputs als betere zaadvariëteiten, meststoffen, pesticiden, en kredietverlening. Die heeft landbouwers eigenlijk erg afhankelijk gemaakt.’

In Ethiopië is eerder sprake van een ecologisch herstelbeleid, gepaard met landbouwintensivering, al is dat meestal nog altijd met handenarbeid en het eergetouw, de traditionele voorganger van de ploeg met één schaar, zoals vroeger in het hele Middellandse Zeegebied. Nyssen: ‘Tractoren zijn vaak geen optie in regio’s die te bergachtig zijn voor gemechaniseerde landbouw, tenzij men op grote schaal gemotoriseerde bodemfrezen zou gebruiken.’

Nyssen wijst echter ook op nadelen van de Ethiopische landbouwpolitiek. Zo dringt de overheid aan op het gebruik van kunstmest, soms op erg domme en agressieve wijze, weet de hoogleraar uit eigen onderzoek.

‘Met satellietbeelden en teledetectie denkt de overheid in de hoofdstad te weten welke lap grond zink of andere nutriënten nodig heeft. De boer krijgt dan via een van de 66.000 ambtenaren van het ministerie van Landbouw meststoffen opgedrongen, en koopt hij die dure producten niet, dan krijgt hij misschien later geen voedselhulp als de regens uitblijven. Gevolg is dat vele boeren de producten wel kopen, maar ze niet altijd nodig hebben en dus voor halve prijs doorverkopen op de zwarte markt.’

Of soms worden vijvers aangelegd op terreinen die daar niet geschikt voor zijn, alleen omdat de lokale overheidsvertegenwoordiger boeren afrekent op het al dan niet uitvoeren van zulke werken. ‘De Ethiopiërs bewerken al eeuwen, zelfs al vijfhonderd jaar voor onze jaartelling, dezelfde velden en heuvels, nog steeds met die ossenploeg. Beter dan wie ook kennen zij de bodem en weten zij wanneer de regens komen of wat ze moeten planten als die regens langer uitblijven.’

Extraatje
Het vangnet van de VN is echter nog altijd in bedrijf, al is dat nu stevig in handen van de autocratische regeringspartij van het EPRDF (Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front). Wie arm is, hulpbehoevend en/of wie werk verricht voor de gemeenschap – zoals het herbebossen van heuvels – kan bij nood nog altijd rekenen op een aantal kilo’s graan die uit andere regio’s of zelfs uit het buitenland worden ingevoerd om de nood te lenigen wanneer de regen is uitgebleven.

Toch is dat in Tigray steeds minder nodig, nu het groener is dan ooit. ‘In 1994 at een boer nog twee keer per dag’, vertelt Nyssen. ‘Om tien uur en rond vier à vijf uur in de middag. Vandaag eet hij drie keer per dag. En iedereen heeft nu een golfplaten dak. Akkoord, dat ziet er niet uit, maar je hoeft alvast niet telkens je dak te herstellen als het hard regent.’

Er bestaat zelfs een bier dat Azmera heet, wat zoveel betekent als “goede regens en dus goede oogst”, aldus Nyssen. Dit commerciële bier mag dan maar de helft kosten van het bier dat je in steden vindt, toch is het een stuk duurder dan de gerstebieren die boeren zelf brouwen. ‘Dat landbouwers zich nu zo’n extraatje kunnen permitteren en dat een brouwer geld ziet in de boerendorpen, is anekdotisch bewijs dat het steeds beter gaat’, zegt Nyssen.

Maar ook de statistieken van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) laten een duidelijke trend zien. De FAO heeft berekend dat tussen 1961 en 2011 de graanproductie gestegen is van 4,2 miljoen tot 17,8 miljoen ton, met tussenin een sterke inzinking in de jaren tachtig. Ethiopië telt vandaag zo’n 105 miljoen inwoners, dus dat de productie stijgt lijkt logisch. Maar ook per inwoner steeg de opbrengst, van 170 kg tot 210 kg, en dat ondanks die forse bevolkingsaanwas.

Abayameer
In de toekomst hoopt Ethiopië 30 procent van zijn landoppervlakte te bebossen. Overal worden rivieren afgedamd, voor het opwekken van elektriciteit of het aanleggen van irrigatiesystemen. Nyssen: ‘Ethiopië loopt nogal snel warm voor moderne, nieuwe dingen en duurzaamheid vormt daarop geen uitzondering. Maar 30 procent bos lijkt me toch wel heel optimistisch. Ik schat het huidige bosareaal op maximaal 7 procent.’

Het totaalplaatje van de Ethiopische landbouw is trouwens niet zo rooskleurig. De centrale en zuidelijke regio’s, die veel geschikter waren voor landbouw dan het noorden, raken juist verder uitgeput door slecht grondgebruik. ‘In die streken is de grond zo vruchtbaar dat je maar een kuiltje hoeft te graven en je zaaigoed gaat schieten. De bodem is er zo dik dat als er een laagje wegspoelt, je nog steeds vruchtbaar akkerland hebt. Dus wordt er weinig aandacht geschonken aan bodemconservering. Een beetje zoals in de leemstreek in België.’

Dekkers beaamt: ‘De streek van het Abayameer in Zuid-Ethiopië is een schoolvoorbeeld van regionale degradatie in een groot landbouwgebied ten zuiden van Addis Ababa. Als er niets gedaan wordt aan deze ecologische ramp, dan stevent Ethiopië binnen vijftien jaar af op een hongersnood die niet te overzien zal zijn!’

Andere regio’s doen het, onder meer door conflicten, nog slechter. Eind januari zette de VN nog een humanitaire missie op, om aandacht te vragen voor de honger aan de grens tussen de regio’s Somali en Oromo.

Heineken en qat
Ethiopië wedt qua landbouw eigenlijk op twee paarden: intensieve landbouw in het noorden, met veel aandacht voor ecologie, en extensieve, commerciële landbouw elders.

Afgezien van bosbeheer en de aanleg van dammen, vijvers en terrassen heeft de huidige EPRDF-regeringspartij immers sinds 2007 massaal grond geleasd aan buitenlanders. Zonder om te kijken naar de achtergestelde en gediscrimineerde inwoners van provincies als Gambela of Benishangul-Gumuz werd grond ingepikt en voor een appel en een ei verpatst aan de diaspora (Ethiopische hooglanders die eerst naar het buitenland trokken en nu in Ethiopië investeren) of Indische bedrijven, die zoveel hectaren kregen dat ze niet eens weten wat ermee aan te vangen. Nyssen: ‘Ik ken Indische bedrijven die 50.000 hectaren hebben geleased en er maar 5.000 van gebruiken; de rest beschouwen ze als reserve, maar ze hakken er wel de bomen om. Zo kun je natuurlijk geen landbouwpolitiek voeren!’

De plantages van bedrijven zoals Heineken, dat gerst teelt op een uur rijden van hoofdstad Addis Abeba, of de bekende bloemenbedrijven, die tulpen telen en per vliegtuig naar Europa exporteren, zijn de zeldzame succesverhalen van deze grootschalige landbouw, zegt Nyssen. ‘Want al consumeren die Nederlandse bloemenbedrijven aardig wat water, om nog te zwijgen over de airmiles die de bloemen vreten; ze zijn nog altijd milieuvriendelijker dan de waterslurpende teelt van de drug qat, na koffie het belangrijkste exportproduct van de Ethiopische landbouw.

Nyssen: ‘In de ogen van de gemiddelde Ethiopiër uit de stad, en zeker voor een afgestudeerde landbouwingenieur, is het perfecte landbouwsysteem grootschalig en met tractoren. De Italianen probeerden dat in te voeren in de jaren dertig en in de jaren tachtig kwam het Derg-regime met grote staatsbedrijven. Die waren veel minder productief dan de precisielandbouw die de kleine boeren op hun akkertjes al eeuwen plachten te beoefenen. Helaas zet het huidige regime ook opnieuw in op grootschalige landbouw.’

 



______________________________________________________________________________




Watervoorziening wereldwijd steeds problematischer

IPS . 27 MAART 2018

Regeringsleiders hebben tijdens het Wereldwaterforum in de Braziliaanse hoofdstad Brasilia opgeroepen tot samenwerking en kennisuitwisseling op het gebied van waterbeheer. In steeds meer landen ontstaan problemen met de watervoorziening, onder meer als gevolg van droogte.

Grote rivieren en grondwater zijn niet meer voldoende om grote delen van de wereld van water te voorzien. Intense en langdurige droogte veroorzaakten in de afgelopen tien jaar steeds vaker watercrisissen. In de afgelopen jaren ontstonden onder meer problemen in Brazilië, India, Zuid-Afrika en Australië.

Brasilia, waar het achtste Wereldwaterforum werd gehouden, is daar een voorbeeld van. Niemand had een aantal jaren geleden verwacht dat de Braziliaanse hoofdstad, die vanwege drie grote bekkens de bijnaam ‘geboorteplaats van het water’ heeft, sinds begin vorig jaar water moest rantsoeneren.

‘De snelle bevolkingsgroei, schaarse investeringen in infrastructuur en drie jaren met minder neerslag dan gebruikelijk, hebben een watercrisis veroorzaakt’, zei Rodrigo Rollemberg, gouverneur van het Federale District, bij de opening van het forum.

Vliegende rivieren
Gerard Moss, een piloot die tussen 2007 en 2015 het Flying Rivers Project uitvoerde, zegt dat luchtvochtigheid vaak over het hoofd gezien wordt als waterbron, omdat die niet direct zichtbaar is. Flying Rivers bestudeerde luchtstromingen die waterdamp meevoeren via het Amazonebekken.

Bossen zijn volgens hem onmisbaar om vocht van de oceanen te helpen het binnenland te bereiken. ‘Oceaanwater reist niet 2500 of 3000 kilometer om regen te produceren die de boeren in Mato Grosso nodig hebben om twee of drie oogsten per jaar te produceren’, zegt hij.

Moss ontdekte in zijn onderzoek “vliegende rivieren” in het Amazonewoud, die toeleverancier bleken voor verschillende steden. Het onderzoek kreeg geen vervolg, maar wordt momenteel wel gebruikt voor natuureducatie voor kinderen en volwassenen. Moss’ echtgenote Margi Moss houdt zich daarmee bezig en er zijn plannen dit ook in Europa te gaan doen.

Natuurlijke oplossingen
Kennis van het verschijnsel vochtige luchtstromen die water naar regenwouden transporteren, kan van belang zijn voor het vinden van natuurlijke oplossingen voor watertekorten. Op de natuur gebaseerde oplossingen zijn volgens VN-Water een antwoord op veel problemen op het gebied van water, zoals droogte en overstromingen die elkaar steeds vaker afwisselen in de wereld, en vervuiling.

Herbebossing en natuurbehoud, het herstellen van moerassen en opnieuw verbinden van rivieren met uiterwaarden zijn enkele aanbevelingen van VN-Water. ‘We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden’, zegt Glauco Kimura, een consultant van het Wereldwaterforum. ‘Er is al een natuurlijke infrastructuur, zoals mangroven en andere ecosystemen die de impact van orkanen en excessieve neerslag verminderen. Zonder bossen rondom bronnen en waterlagen, is er minder water beschikbaar. Dat bleek in 2014 en 2015 in São Paulo, dat getroffen werd door ernstige tekorten.’

Om te leren omgaan met droogte, zegt Kimura, is het aan te raden te leren van de inwoners van het droge noordoosten van Brazilië, die regenwater opvangen in tanks om het droge seizoen door te komen. ‘In het midden en zuiden van Brazilië bestaat die cultuur niet.’

Plundering
In het noordoosten heerst al sinds 2012 droogte, maar er volgde geen massale exodus van wanhopige mensen naar steden in het zuiden, waar mensen zelfs winkels plunderden tijdens minder ernstige droogtes. Dat komt grotendeels door sociale programma’s zoals Bolsa Familia en pensioenen voor arbeiders en gehandicapten, maar ook doordat meer dan een miljoen mensen watertanks hebben, zegt hij.

Een andere natuurlijke oplossing kwam van Itaipú Binacional, het bedrijf achter de op een na grootste waterkrachtcentrale in de wereld (in termen van geïnstalleerde capaciteit) in de rivier Paraná. De centrale wordt gedeeld met Paraguay.

Op de oevers van de rivier werden 23 miljoen bomen geplant en 30.000 hectare land aan de Braziliaanse kant van de rivier kreeg bescherming, zegt Newton Kaminski, coördinator in Itaipu. ‘De sleutel was het beheer van het rivierbekken en een geïntegreerde aanpak. Alleen herstel van waterbronnen is niet voldoende. Herbebossing zonder bodembeheer levert te weinig resultaat op. Daarnaast is ook sociale participatie, onderwijs en duurzame landbouw die de bodem niet uitput belangrijk’, zegt Kaminski.

Kennisuitwisseling
Bij aanvang van het Wereldwaterforum rolden verschillende cijfers over tafel: voor bijna 700 miljoen mensen in de wereld is geen veilig water beschikbaar. Twee miljard mensen drinken vervuild water, 3,5 miljard mensen moeten het stellen zonder sanitaire voorzieningen en dagelijks sterven 1000 kinderen als gevolg van slechte waterkwaliteit.

De aanwezige regeringsleiders riepen op tot samenwerking en kennisuitwisseling, aangezien 40 procent van de wereldbevolking afhankelijk is van grensoverschrijdende waterbronnen.

 



______________________________________________________________________________





Versneld verlies aan biodiversiteit bedreigt menselijk welzijn, economie en voedselzekerheid

MO*/IPS
 . 26 MAART 2018

Biodiversiteit - de essentiële variatie in de levensvormen op aarde - blijft achteruitboeren in de hele wereld. Vier diepgaande rapporten die vandaag zijn voorgesteld waarschuwen dat de capaciteit van de natuur wordt bedreigd als basis voor menselijk welzijn, economie en voedselzekerheid.

De vier rapporten werden gepubliceerd op een wereldtop rond biodiversiteit in het Colombiaanse Medellín. Ze beschrijven hoe het staat met de soortenrijkdom in Europa en Centraal-Azië, de Amerika’s, Azië en Afrika, wat de belangen en bedreigingen zijn en welke stappen de overheid kan nemen. Meer dan 550 toonaangevende wetenschappers uit meer dan 100 landen werkten eraan mee.

Daaruit blijkt dat, afgezien van enkele positieve uitzonderingen, in alle regio’s de soortenrijkdom schade lijdt door gemeenschappelijke oorzaken: druk op de habitats, overexploitatie en onduurzaam gebruik van natuurlijke rijkdommen, vervuiling van lucht, grond en water, de opmars van invasieve soorten en de klimaatverandering.

Ver van mijn bed
‘Biodiversiteit en de bijdrage van de natuur aan mensen klinkt voor veel mensen academisch en ver van mijn bed’, zegt Robert Watson, voorzitter van het Intergovernmental Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (Ipbes), dat de rapporten coördineerde. ‘Maar niets is minder waar: ze vormen de absolute basis van ons voedsel, schoon water en energie. Ze zijn cruciaal voor ons overleven maar ook voor onze cultuur, identiteit en levenskwaliteit.’

Alle wetenschappelijke kennis wijst in de richting van één conclusie: we moeten snel handelen om het schadelijke gebruik van de natuur te stoppen, zo niet riskeren we niet alleen problemen in de toekomst maar ook nu al in ons dagelijks leven, zegt Watson. ‘Gelukkig is er ook goed nieuws: de onderzoeken tonen ook aan dat we weten hoe we waardevolle natuur kunnen beschermen en deels herstellen.’

Europa en Centraal-Azië
De belangrijkste bedreigingen zijn de opmars van industriële landbouw en de houtkap. Veel heeft te maken met de subsidiesystemen die gebaseerd zijn op productiequota.

In de Europese Unie blijkt amper 7 procent van de vissoorten en 9 procent van de zeehabitats er goed aan toe. Op land is twee derde van de habitats in gevaar.

Belangrijk is ook de impact van de Europese regio op regio’s elders in de wereld. ‘De mensen in deze regio consumeren meer grondstoffen dan de regio produceert’, zegt hoogleraar Markus Fischer, die het onderzoek leidde.

Maar er zijn ook positieve voorbeelden op het vlak van duurzame landbouwpraktijken en beter bosbeheer, die de biodiversiteit ten goede komen. De economische groei kan in principe bijdragen aan een betere bescherming van de biodiversiteit, maar enkel als die groei ontkoppeld kan worden van een grotere druk op de natuurlijke rijkdommen.

Amerika’s en Afrika
In de Amerika’s bijvoorbeeld levert de rijke biodiversiteit immense voordelen op: het helpt armoede te bestrijden en versterkt de economie en het inkomen van gezinnen. De natuur op land levert er volgens het rapport meer dan 24.000 miljard dollar per jaar op aan de economie.

Maar 65 procent van die bijdragen staan onder druk, en een vijfde daalt zelfs snel. Dat is vooral het gevolg van de klimaatverandering, veranderende neerslag en toenemend extreem weer.

Ook in Afrika is de rijke natuur van strategisch belang: het is de laatste plaats op aarde met een brede waaier aan grote dieren. Toch zijn steeds meer planten, vissen amfibieën, vogels en zoogdieren er bedreigd. Uit het rapport blijkt dat al 500.000 vierkante kilometer land er gedegradeerd is door onder meer overexploitatie en bevolkingsdruk. Die druk zal enkel toenemen als de bevolking verdubbelt tot 2,5 miljoen in 2050.

Azië en de Pacific
Biodiversiteit en ecosysteemdiensten droegen in belangrijke mate bij aan de snelle economische groei in de regio, maar die groei had op zijn beurt ook een sterke impact in de andere richting. ‘De biodiversiteit in de regio is ernstig bedreigd door onder meer extreem weer, zeespiegelstijging, invasieve soorten, afval en intensieve landbouw’, zegt Madhav Karki die de studie leidde.

Ook hier zijn enkele voorbeelden van hoe het beter kan, met name in beschermde gebieden. In de laatste 25 jaar steeg de biodiversiteit in die gebieden op zee met 14 procent en op land met 0,3 procent.

Op zich zijn die cijfers lang niet genoeg om het verlies van diversiteit te keren in de regio. Aquacultuur en overbevissing bedreigen kustregio’s, en zonder ingrepen zullen er geen commercieel exploiteerbare visbestanden meer zijn tegen 2048.
Ontwikkelingsdoelen
‘Een van de belangrijkste bevindingen in de vier regionale rapporten is dat, als we niet ingrijpen, we de kansen om de ontwikkelingsdoelen te halen van elke regio en bijna elk land doen slinken’, zegt Anne Larigauderie, uitvoerend secretaris van Ipbes.

‘Zowel de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s), het Strategische Plan voor Biodiversiteit en het klimaatakkoord van Parijs zijn afhankelijk van een gezond en vitaal milieu in al zijn variatie en complexiteit. De biodiversiteit beschermen is minstens even belangrijk voor het menselijk welzijn als de strijd tegen de klimaatverandering.’

 



______________________________________________________________________________




Handelsakkoorden bedreigen gezondheid

MO*, VERSCHILLENDE AUTEURS
 . 26 MAART 2018

Handelsovereenkomsten kunnen schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid. Ze zorgen voor meer onzekere banen, ondermijnen de arbeidsomstandigheden en zetten de gezondheidszorg op grotere schaal open voor de markt. Dat is de analyse van de werkgroep “Determinanten van internationale gezondheid” van Be-cause Health en het Actieplatform Gezondheid en Solidariteit.

Sinds de mislukking van de “Doha-ronde” (2004), bedoeld om belemmeringen voor de wereldhandel in een aantal sectoren te weg te nemen en de landbouwsubsidies te verminderen, verlopen de onderhandelingen over de internationale handel in een logica die afwijkt van wat de Wereldhandelsorganisatie (WTO) voor ogen had.

Politieke en geografische entiteiten zoals de VS of de EU sluiten vrijhandelsovereenkomsten (FTA’s) met elkaar of afzonderlijk met individuele landen of groepen van landen. Deze zogenaamde “bilaterale” of regionale overeenkomsten, die veeleer een aanvulling zijn dan een vervanging van de multilaterale verplichtingen sinds de oprichting van de WTO (1995), hebben betrekking op een aantal sectoren die veel verder reiken dan alleen de producten: diensten, beleggingen, intellectuele eigendomsrechten, overheidsopdrachten, enz.

Vakbonden en organisaties uit het maatschappelijke middenveld verzetten zich hevig tegen de opgang van dergelijke bilaterale en regionale handelsakkoorden. Ze bevorderen immers de zakelijke belangen ten koste van het sociale en ecologische beleid van de staten, en herschrijven de regels van de wereldeconomie. Ze gaan soms ook verder dan de “loutere” opheffing van tarifaire belemmeringen voor de import en export en hebben een aanzienlijke invloed op de regelgeving inzake de productie van goederen en de sociale bescherming.

De voorstanders van FTA beweren doorgaans dat deze een bijdrage leveren aan de economische groei en het scheppen van banen en daarmee het welzijn van allen verbeteren. Dit wordt grotendeels door de feiten weerlegd, en wel om verschillende redenen.

De staat wordt verzwakt of machteloos gemaakt
De eerste reden is dat vrijhandelsovereenkomsten systematisch resulteren in lagere overheidsinkomsten door de afschaffing of vermindering van de douanerechten. Resultaat: arme en/of kwetsbare landen zijn niet meer in staat om te investeren in het sociale beleid of het gezondheidsbeleid. Ook de dekking van de gezondheidszorg door de staat (voor zover die bestaat) wordt verzwakt, wat de toegang tot de gezondheidszorg en betaalbare geneesmiddelen beperkt.

De tweede reden is dat de clausules van vrijhandelsovereenkomsten heel vaak de gezondheidszorg voor concurrentie openen, wat leidt tot verschijnselen zoals de privatisering van ziekenhuizen, de groeiende macht van de particuliere verzekeringen, een exodus van gezondheidswerknemers naar rijke landen, “medisch toerisme”, enz.

Derde reden: een fundamentele gezondheidsdeterminant, de levenswijze, wordt ernstig verstoord door de openstelling van de markten. Zo werden tussen 1985 en 2000, toen de gemiddelde douanetarieven in Midden-Amerika daalden van 45% naar 6%, de deuren van verschillende landen snel geopend voor de import van andere voedingsmiddelen die minder voedzaam waren en aan de basis lagen van verschillende pathologieën: diabetes, hart- en vaatziekten, hypertensie, obesitas… Deze verspreiden zich nu in een razendsnel tempo in de Zuiderse landen.

Vierde reden: vrijhandelsovereenkomsten dragen enorm bij aan milieuvervuiling en hebben zo een negatieve invloed op de gezondheid van iedereen.

Hoewel het causale verband minder zichtbaar is, wegen de impact van de geliberaliseerde handel op de werkgelegenheid en de arbeidsvoorwaarden zwaar op de gezondheid. De globalisering van de handel draagt bij aan de toename van informele banen, onzekere contracten en slechte arbeidsomstandigheden. De effecten op de gezondheid zijn evident.

Neem het voorbeeld van de werknemers in bananenplantages in Ecuador, de grootste exporteur van bananen in de wereld. De meesten onder hen werken onder precaire of tijdelijke contracten, zonder sociale zekerheid. Ze werken onder ongezonde en gevaarlijke omstandigheden: werkdagen van 14 uur leiden tot fysieke uitputting, overmatig gebruik van pesticiden leidt tot vergiftiging en diverse gezondheidsproblemen, het gebrek van de juiste beschermende kleding resulteert in arbeidsongevallen, enz.

En dat alles voor een salaris dat vaak niet eens in de basisbehoeften van het gezin kan voorzien. Werknemers die zich organiseren in vakbonden worden geïntimideerd en gecriminaliseerd.

In 2016 tekende Ecuador een vrijhandelsakkoord met de EU, Colombia en Peru. De export naar Europa zal nog intensiever worden, wat zeker ten koste zal gaan van de gezondheid van werknemers.

Cosmetische aanpassingen
In de afgelopen twintig jaar werden inderdaad diverse bepalingen inzake arbeid geïnspireerd door de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) opgenomen in vrijhandelsovereenkomsten. Het verdrag tussen de EU en Ecuador, bijvoorbeeld, bevat een hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling. Dergelijke bepalingen hebben een aantal positieve effecten gehad, zoals efficiëntere inspecties.

Maar in de meeste gevallen gaat het slechts om cosmetische of theoretische aanpassingen, omdat ze zijn opgesteld zonder de betrokkenheid van de belanghebbenden (in de eerste plaats de sociale partners) of omdat de controlemechanismen voor bestendiging en generalisatie ontbreken. Geen controle op de normen? Geen sanctie mogelijk!

Indien de groei van de werkgelegenheid als gevolg van vrijhandelsakkoorden resulteert in het handhaven van precaire of informele arbeidssituaties, zal dit de gezondheid van de werknemers niet ten goede komen. De liberalisering van de gezondheidszorg mag nooit worden opgenomen in dergelijke verdragen of in enige vorm van handelsovereenkomsten.

Laatstgenoemde zijn alleen wenselijk als ze gepaard gaan met reëel bindende sociale en ecologische clausules die worden ondersteund door een sterk stelsel van sociale bescherming en worden gecontroleerd door het maatschappelijke middenveld en de vakbonden. Alleen fatsoenlijk werk voor iedereen kan de gezondheid van de werknemers en hun families te waarborgen.

Dit artikel is een samenvatting van een hoofdstuk geschreven door de werkgroep “Determinanten van internationale gezondheid” van Be-cause Health en het Actieplatform Gezondheid en Solidariteit voor Global Health Watch 5. (Maken deel uit van de werkgroep: G3W, FOS, CM, AEFJN, Le Monde selon les Femmes, Memisa, Living Health Systems, Dokters van de Wereld, Oxfam-solidariteit)

 



______________________________________________________________________________




Acute honger neemt toe in de wereld

IPS . 22 MAART 2018

Het aantal mensen dat te kampen heeft met acute honger is in het voorbije jaar met 11 miljoen gestegen, blijkt uit een nieuw rapport van het Wereldvoedselprogramma.


Wereldwijd hebben nu 124 miljoen mensen in 51 landen te maken met acute honger, stelt de laatste editie van het Global Report on Food Crises. Dat is een stijging met 11 miljoen tegenover het jaar ervoor. Acute honger is zo ernstig dat ze een onmiddellijke bedreiging vormt voor mensen.

Conflict en klimaat
Nieuwe of toenemende conflicten zijn de belangrijkste motor achter de stijging in achttien landen, waaronder Myanmar, het noordoosten van Nigeria, de Democratische Republiek Congo (DRC), Zuid-Soedan en Jemen. Daarvan liggen vijftien landen in Afrika of het Midden-Oosten. Conflicten zijn verantwoordelijk voor 60 procent van de acute honger in de wereld, of 74 miljoen mensen.

Klimaatimpact, met name droogte, is een andere belangrijke oorzaak, verantwoordelijk voor voedselcrises in 23 landen, waarvan twee derde in Afrika. Het klimaat duwt wereldwijd nu al 39 miljoen mensen in acute honger.

Complex
Uit het rapport blijkt dat de voedselcrises in toenemende mate veroorzaakt worden door een complexe mix van die factoren. Daardoor hebben hele gemeenschappen en meer kinderen en vrouwen dan vorig jaar behoefte aan voedselhulp, en er zijn oplossingen op lange termijn nodig om die trend te keren, zegt het rapport.

Makkelijk wordt dat niet: conflicten zullen naar alle waarschijnlijkheid ook dit jaar een belangrijke oorzaak blijven in landen als Afghanistan, de Centraal-Afrikaanse Republiek, de DRC, Nigeria, Zuid-Soedan, Syrië en Jemen.

Het conflict in Jemen blijft naar alle waarschijnlijkheid de meest ernstige crisis. Het Wereldvoedselprogramma verwacht dat de crisis zich nog zal verdiepen, met name door de slechte toegankelijkheid, de instortende economie en de uitbraak van ziektes.

Ook de impact van extreem weer zal eerder toenemen, met name in de graasgebieden van Somalië, het zuidoosten van Ethiopië, het oosten van Kenia en Sahellanden als Tsjaad, Niger, Mali en Burkina Faso.

Internationale aanpak
‘De consequenties van conflict en de klimaatverandering zijn hard: miljoenen mensen meer die ernstig, zelfs wanhopig honger lijden’, zegt David Beasley, directeur van het Wereldvoedselprogramma. ‘Om de crisissen die zich voor onze ogen afspelen een halt toe te roepen, moeten de gevechten onmiddellijk stoppen en moet de wereld de handen ineen slaan. Het rapport toont de omvang van het probleem, maar toont ook dat de combinatie van politieke wil en de huidige technologie een wereld kan opleveren die vreedzamer en stabieler is, waar honger geen plaats meer heeft.’

Ook EU-commissaris voor Internationale Samenwerking en Ontwikkeling Neven Mimica hamert op de noodzaak van gemeenschappelijk antwoord. ‘Door de huidige trends zullen voedselcrises naar alle waarschijnlijkheid steeds acuter, complexer en hardnekkiger worden’, zegt hij in een reactie op het rapport. ‘Ik ben ervan overtuigd dat een internationale dialoog, gemeenschappelijke planning en een gecoördineerde respons de EU, partnerlanden en de internationale gemeenschap in staat zullen stellen om de oorzaken van het probleem beter aan te pakken.’

 


______________________________________________________________________________




Vogelpopulatie op Franse platteland daalt catastrofaal

IPS
 . 22 MAART 2018

De vogelpopulatie op het Franse platteland is in de afgelopen vijftien jaar gemiddeld met een derde afgenomen. Dat concluderen Franse onderzoekers op basis van twee onderzoeken.


Van tientallen soorten namen de aantallen af, in sommige gevallen zelfs met twee derde. De onderzoekers keken naar vogeltellingen op landelijk niveau en naar die in een grote landbouwregio in het midden van Frankrijk.

De  populatie van de grasmus, ortolaan en de veldleeuwerik nam met minstens een derde af. Het aantal graspiepers zou zelfs met 70 procent zijn gedaald.

‘De situatie is catastrofaal’, zegt Benoît Fontaine, een van de biologen die meewerkte aan de studie. ‘Onze akkers zijn echte woestijnen aan het worden.’

Intensivering landbouw
De massale verdwijning van vogels valt volgens de deskundigen samen met de intensivering van de Franse landbouw in de afgelopen vijfentwintig jaar, met name sinds 2008.

De onderzoekers vermoeden dan ook dat monocultuur van graan en mais en het gebruik van pesticiden bijdraagt aan de afname van het aantal vogels. De vogels worden daar zelf niet door vergiftigd, maar het gebruik ervan zou leiden tot een sterke afname van het aantal insecten waarmee ze zich voeden.

In oktober vorig jaar constateerden Duitse onderzoekers dat in Duitse natuurgebieden het aantal insecten in bijna dertig jaar tijd met 76 procent was afgenomen.

Het Franse Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS) en het Muséum National d’Histoire Naturelle brachten de cijfers over de Franse vogelpopulatie gisteren naar buiten. Die cijfers zijn gebaseerd op informatie van een netwerk van honderden vrijwilligers.



______________________________________________________________________________




Wie zal zorgen voor de dagelijkse chapati van 1,7 miljard Indiërs?

MO*, GIE GORIS
 . 21 MAART 2018

Begin maart stapten tienduizenden Indiase boeren honderden kilometers om in Mumbai hun gram te halen op een beleid dat hen –naar eigen zeggen- bedriegt en/of links laat liggen.

Deze boerenmars was georganiseerd door communistische organisatie, maar deed verder in alles denken aan eerdere boerenmarsen die door de gandhiaanse beweging Ekta Parishad opgezet werden. ‘Ik ben een boer, dit is mijn strijd / ik voed heel India, maar leef zelf in miserie’, schreef Jyoti Shinoli toen het einde van de mars aangekondigd werd, omdat de deelstaatregering beloofde de eisen van de boeren te bestuderen. ‘Voordat ik sterf, luister eens naar mij / want anders dreigt mijn hele India te verhongeren / dat is waarom ik deze lange tocht aanvatte.’

India is booming is een slogan die de voorbije jaren met veel nationale trots en niet minder nationalistisch tromgeroffel verkondigd wordt. De economische betekenis van die groei verdringt de demografische realiteit – toch is ook die op zijn minst, neutraal uitgedrukt, opmerkelijk. In 1900 waren er 240 miljoen Indiërs, in 1950 400 miljoen en vandaag staat de teller ergens tussen 1,3 en 1,4 miljard. Tegen 2050 zal India China voorbij zijn gegaan en zo’n 1,7 miljard inwoners tellen.

Meer: stedelingen, rijkdom
India behoort tot de minder verstedelijkte landen, zeker onder groeilanden. Van de 1,3 miljard Indiërs woont anno 2018 nog zowat 65 procent op het platteland. Ter vergelijking: in China is dat 45 procent, in Brazilië 15 procent en in Zuid-Afrika 35 procent. Toch telde India in 2011 al meer dan vijftig steden met meer dan een miljoen inwoners. De verstedelijkingsgraad is misschien laag, het absolute aantal stedelingen ligt vandaag toch bij de 455 miljoen, en zou tegen 2030 aangroeien tot zeker 600 miljoen.

India wordt niet alleen langzaam stedelijker, maar ook welvarender. In 2000 was het gemiddelde bnp per inwoner 463 dollar. In 2025 zou dat 1765 moeten zijn en in 2050 zelfs 6735, als alles verloopt zoals een paar jaar geleden berekend door het nationale planbureau. Die groeiende welvaart is extreem ongelijk verdeeld: driekwart van de Indiase bevolking moet leven van twee dollar per dag, of minder.

Toch zal de vraag naar voedsel naar verwachting stijgen én van aard veranderen: van granen naar vlees, fruit en zuivel. Een artikel in Researchers World, A Situational Analysis of Agricultural Production and Food Security in India, geeft enkele cijfers: tussen 1950 en 2010 vervijfvoudigde de productie van voedselgranen, voor tuinbouw bedroeg die stijging 800 procent, voor melk 600 procent en voor vis 900 procent. Daarnaast stijgt ook de vraag naar granen: van 181 kg per jaar per inwoner in 2010 naar 215 kg in 2020.

Minder: bodem, water, voedsel
Het enige wat niet groeit in India is het territorium, en al zeker niet het landbouwareaal. In 1986 was dat 131 miljoen hectare groot, vandaag nog 120 miljoen, zegt het Report on India’s Global Resources Footprint in Food, Energy and Water. Bovendien verliest de Indiase landbouwbodem zijn vruchtbaarheid. Jaarlijks gaat 0,8 ton stikstof, 18 ton fosfor en 26,3 ton kalium verloren.

En terwijl de vraag naar voedsel en calorieën per inwoner stijgt, daalt de consumptie ervan, zeker op het platteland. In 2000 at de gemiddelde plattelandsbewoner elke maand 15,3 kg voedselgranen. Tegen 2050 zal dat naar verwachting gedaald zijn tot 13,8 kg.

De stijgende vraag naar granen komt dan ook op de eerste plaats van de veehouderij, die meer veevoeder nodig heeft om aan de stijgende vraag naar vleesproducten voor de welvarender Indiërs te voldoen. Ook de komst van biobrandstoffen – wereldwijd verdrievoudigd tussen 2000 en 2008 – veroorzaakte concurrentie om grond en gewassen. De FAO vreest dat ongeremde groei van deze biobrandstoffen tegen 2050 in Zuid-Azië kan leiden tot 1,7 à 3 miljoen extra ondervoede kleuters en peuters. Opvallend: de daling van de gemiddelde beschikbaarheid van voedingsgranen in India loopt parallel met de stijging van het bnp.

Ook water is een probleem: India is de grootste waterverbruiker ter wereld, en 90 procent van het water wordt gebruikt in de landbouw. Volgens overheidscijfers wordt er twee tot drie keer zoveel water verbruikt om een ton graan te produceren als in China, Brazilië of de VS. In 1991 was er gemiddeld 2209 m³ water voorhanden per inwoner, in 2011 was dat nog maar 1545 m³. Volgens het International Food Policy Research Institute zou tegen 2015 niet minder van 45 procent van het Indiase bnp bedreigd worden door waterschaarste.

Ongeveer de helft van de werkende bevolking van 500 miljoen Indiërs verdient vandaag zijn inkomen door het land te bewerken of voor vee te zorgen, hetzij als kleine landeigenaar (119 miljoen Indiërs), hetzij als landarbeider (144 miljoen). De belangrijkste teelten zijn die van rijst, tarwe, maïs, sorghum, parelgierst en vingergierst.

Maar het aandeel van de landbouw in het bnp is volgens het rapport State of Agriculture in India teruggelopen van 50 procent in de jaren 1950 tot 15,4 procent in 2015. Nochtans stelt het FAO-rapport How to Feed the World ondubbelzinnig: ‘Groei die gebaseerd is op landbouw, en met name op kleinschalige gezinslandbouw, is minstens tweemaal zo effectief in het verbeteren van de situatie van de armsten als groei in andere economische sectoren.’

Hoge subsidies, lage productiviteit
De groei van de landbouwsector is teruggevallen sinds het aantreden van de hindoe-nationalistische regering-Modi. In de periode 2004-2014 was de gemiddelde groei 4 procent, vorig jaar nog 2,4 procent. Een van Modi’s campagnebeloften in 2014 was het inkomen van de boeren te verdubbelen.

Om de productiviteit te verhogen, geeft de Indiase regering enorme sommen uit aan kunstmestsubsidies – bijna 9 miljard euro per jaar, een verviervoudiging tegenover 2000. Alleen: die subsidies gaan niet naar de boeren, maar naar de kunstmestproducenten. En als om te bewijzen dat een subsidiërende overheid echt álle hefbomen fout kan gebruiken, wordt de hoogte van het subsidiebedrag berekend aan de hand van de productiekosten van het bedrijf, niet a rato van kwaliteit of kwantiteit, waardoor de stimulans om zo efficiënt mogelijk te produceren nul is.

Niettemin kan India, zoals altijd, indrukwekkende cijfers voorleggen: 25 procent van de wereldproductie aan peulvruchten, 22 procent van die van rijst, 13 procent van die van tarwe. De totale hoeveelheid voedselgranen steeg van 51 miljoen ton in 1950 naar 252 ton in 2015. Maar de opbrengst per hectare blijft laag in vergelijking met andere belangrijke producenten, en groeit trager. Twee voorbeelden: in India wordt gemiddeld 2713 kg tarwe geoogst per hectare. In België is dat 8980 kg. In India wint een boer 2041 kg maïs per hectare, in België is dat 12.820 kg.

Een van de redenen voor die slechte productiviteit is de snel krimpende omvang van het gemiddelde landbouwbedrijf. “Marginale boerderijen” van minder dan 1 hectare, in 1970 samen goed voor de helft van de bewerkte oppervlakte, legden in 2010 beslag op twee derde van het beschikbare areaal.

En het slechte nieuws is: volgens het Indian Institute for Agricultural Research zal de klimaatverandering resulteren in verdere daling van productiviteit. Vooral de landbouw die afhangt van regen in plaats van irrigatie – 60 procent in India – is kwetsbaar. De opbrengst van rijst en maïs per hectare zou bij verder gelijkblijvende aanpak met 5 tot 10 procent dalen tegen 2050, maar in cruciale graanstaten zoals Punjab en Haryana zou het verlies oplopen tot 15 à 17 procent.

Niettemin zou de voedselzekerheid van de groeiende bevolking toch verbeterd kunnen worden, door te werken aan minder verlies: wereldwijd gaat ongeveer een derde van alle geproduceerde voedsel verloren, en dat is in India zeker niet minder. De FAO berekende die voedselverspilling, in India vooral door verrotting en verlies bij oogsten en transport, mondiaal op een financiële strop van een biljoen dollar per jaar, maar ook een verspilling van water ter grootte van de waterbehoeften van heel Afrika en goed voor een CO2-uitstoot even groot als die van alle auto’s op de weg.

______________________________________________________________________________





Klimaat drijft in volgende decennia 140 miljoen mensen op de vlucht

IPS
 . 21 MAART 2018

De toenemende impact van de klimaatverandering in drie dichtbevolkte regio’s in de wereld kan in de volgende dertig jaar 140 miljoen mensen op de vlucht drijven. Dat bedreigt de stabiliteit en de voortgang die geboekt is op het vlak van ontwikkeling, waarschuwt een rapport van de Wereldbank.

Het rapport is het meest diepgaande studie tot nog toe over de relatie tussen de impact van de klimaatverandering, migratiepatronen en ontwikkeling in drie ontwikkelingsregio’s: Afrika ten zuiden van de Sahara, Zuidoost Azië en Latijns-Amerika.

Het concludeert dat, als de klimaatverandering niet wordt aangepakt, de drie regio’s samen tientallen miljoenen interne klimaatmigranten zullen genereren tegen 2050. Dat zijn mensen die gedwongen worden binnen eigen land te verhuizen omdat hun regio niet meer bewoonbaar is door bijvoorbeeld waterschaarste, mislukkende oogsten, zeespiegelstijging of stormen. Die klimaatmigranten komen bovenop de miljoenen mensen die nu al verhuizen om economische, sociale of politieke redenen.

‘We hebben nu een kleine periode waarin we ons kunnen voorbereiden op die nieuwe realiteit, voor de klimaatverandering in volle kracht toeslaat’, zegt Kristalina Georgieva, hoofd van de Wereldbank. ‘De maatregelen die steden nemen om met de toestroom van het platteland om te gaan en de toegang te verbeteren tot onderwijs, opleidingen en banen zullen zich op termijn ruimschoots terugbetalen. Het is ook belangrijk mensen te helpen juist te beslissingen over of ze blijven wonen waar ze wonen of beter kunnen verhuizen naar een minder kwetsbare locatie.’

Hotspots
Voor de studie werkte de Wereldbank samen met onder meer de Universiteit van Columbia en het Potsdam-Instituut voor Klimaatonderzoek. De auteurs onderzochten de migratiestromen in drie verschillende klimaatscenario’s. Daardoor konden ze de ‘hotspots’ van klimaatmigratie identificeren: plekken waar naar alle waarschijnlijkheid veel mensen zullen vertrekken.

‘Zonder de juiste planning en steun zullen mensen die van het platteland naar de steden trekken geconfronteerd worden met nieuwe en mogelijk nog meer gevaarlijke risico’s’, zegt auteur Kanta Kumari Rigaud. ‘We kunnen te maken krijgen met toenemende spanningen en conflicten als gevolg van de druk op schaarse middelen. Maar de toekomst hoeft niet zo te zijn: hoewel interne migratie een realiteit aan het worden is, hoeft het geen crisis te worden als we ons er nu op voorbereiden.’



______________________________________________________________________________




Gezonde en eerlijke voeding is een recht

MO*, Tim de Roeck & Lieven Bauwens, 19 MAART 2018

Onze voedselketen, die tegen 2050 bijna 10 miljard mensen moet voeden, staat onder druk. Niet alleen is de uitdaging voor de voedingsnoden van de toekomstige wereldbevolking torenhoog, de huidige productie duwt landbouwers en verwerkingsbedrijven naar ongeziene maffiapraktijken om winsten te kunnen boeken in deze keten.

Recent was er de besmetting van onze eieren met Fipronil en hoorden we onze overheid vertellen dat er meer en betere controles zouden worden uitgevoerd op onze voeding. Dit beloofde het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), dat in februari 2002 werd opgericht als antwoord op een andere voedselcrisis, namelijk de aanwezigheid van dioxine in ons kippenvlees.

Nu, 19 jaar later, moeten we vaststellen dat controle alleen niet genoeg is. Denk maar aan het paardenvlees in onze lasagna en de vele de wantoestanden in onze slachthuizen. Dit keer gaat het opnieuw over de productie en verwerking van vlees door een grote speler op onze markt, namelijk Viveba.

Door te sjoemelen met de houdbaarheidsdata van het vlees kwam er minderwaardig vlees in de winkelrekken terecht dat mogelijk besmet was en frauduleus de stempel bio meekreeg. De overheid, bij monde van het FAVV liet het aanvankelijk begaan. Voor federaal minister van Landbouw Ducarme (MR) is er slechts één oplossing. We doen een audit van het FAVV die hun tekortkomingen zal blootleggen, waarna er een herstructurering zal volgen. De meest essentiële vraag wordt echter niet gesteld: hoe gaan we onze voedselproductie hervormen?

Mythes ontkrachten
De huidige landbouwbedrijven streven naar massaproductie om de lage voedselprijzen van de internationale markten het hoofd te bieden, waardoor de landbouw gericht is op monocultuur met ecologische uitputting van de grond en een groot gevaar voor de biodiversiteit als gevolg.

Daarnaast worden landbouwproducten de hele wereld rondgestuurd terwijl de meeste producten gewoon voorradig zijn in het eigen land. Zo gaan onze peren en aardbeien naar Rusland, Franse uien gaan naar Burkina Faso, Chileense appels komen naar België. Hierdoor wordt de markt verstoord en gaan de prijzen dalen.

De inkomsten voor de landbouwers zijn vaak onvoldoende en worden gecompenseerd door subsidies van de Vlaamse overheid (170 miljoen euro) en de EU (720 miljoen euro). Tenslotte ontkrachten experten dat de industriële landbouw noodzakelijk is om de wereld te voeden. Deze mythe moeten we echt loslaten.

Geen keuterboerkes
De bevolking ziet steeds meer in dat deze voedselproductie haar einde kent en we recht hebben op gezonde voeding. De overheid moet een gezonde voedingsproductie stimuleren in plaats van deze te marginaliseren of te bestempelen als het werk van “keuterboerkes.” Gezonde voeding is een basisrecht dat niet alleen moet worden gecontroleerd door het FAVV, maar omgezet worden in daden en ondersteuning van agro-ecologische landbouwmodellen.

Op de website van Voedsel Anders Vlaanderen staat dat agro-ecologie een nieuwe vorm van voedselproductie is die echt duurzaam is. Er gaat aandacht naar een lokale, ecologische (rekening houdend met natuur en kringloop), eerlijke en sociaal verantwoordelijke voedselproductie. Zo wordt er respectvol omgegaan met de rechten, de kennis en de noden van mensen in plaats van het huidige economisch denken van de landbouw.

Om een echte ommekeer te kunnen maken naar een nieuw landbouwsysteem en dito voedselketen moet de landbouw weer aansluiting vinden bij de consument. Hiervoor is meer overleg en samenwerking nodig tussen de producent en de consument.

De landbouwer dient een eerlijke prijs te ontvangen voor het geleverde werk en de consument moet de garantie hebben dat de voeding gezond is en duurzaam geteeld. Kan het recht op gezonde voeding dan wel voor iedereen gegarandeerd worden? Kunnen we de producent en consument samenbrengen en zo alle kostelijke schakels ertussen vermijden? Welke rol speelt de overheid in dit systeem om voeding betaalbaar te houden voor iedereen?

Voldoende alternatieven
Al verschillende jaren probeert de biologische en agro-ecologische landbouw aan terrein te winnen met beperkte steun van de overheden. Zo is de coöperatie  De Landgenoten ontstaan uit de gedachte dat biologische landbouw wel mogelijk is en de transitie naar een meer eerlijke en gezonde landbouw noodzakelijk is. De schaarste aan landbouwgronden maakt dit onmogelijk, daarom worden gronden aangekocht in een coöperatie om deze agro-ecologische landbouw mogelijk te maken.

Beweging voor gezonde landbouw Wervel, het World Agroforestry Centre (ICRAF), Mark Shepard, Martin Crawford en vele anderen ijveren voor agroforestry als meer weerbare landbouwoplossing en alternatief voor de conventionele landbouw.

Een ander voorbeeld is het recent opgerichte coöperatieve boslandbouwbedrijf Pomonacoop.be dat nog een stap verder wil gaan. Dit landbouwbedrijf wil door middel van boslandbouw (of herstellende landbouw) boeren en consumenten samenbrengen in een landbouwbedrijf.

Zij kiezen hier voor agroforestry omdat dit momenteel gezien kan worden als de meest efficiënte vorm van herstellende landbouw. De landbouwers en de consumenten bepalen daarnaast ook in evenwaardigheid welke producten geteeld worden en welke de prijs is die hiervoor betaald wordt.

Agroforestry staat volgens de website van Agroforestry Vlaanderen voor boslandbouw, het betreft een landgebruiksysteem waarbij het telen van landbouwgewassen of veehouderij gecombineerd wordt met de productie van houtige gewassen op eenzelfde perceel. In de praktijk vertalen agroforestrysystemen in Vlaanderen zich meestal in een landbouwgewas tussen bomenrijen of hoogstambomen in combinatie met begrazing.

Uiteindelijk resten ons nog enkel vragen. Hoe lang kunnen overheden nog blijven bijdragen aan deze verouderde vorm van productie, verwerking en distributie van onze voeding? Wanneer gaat de internationale gemeenschap inzien dat investeren in een zowel ecologisch als financieel ziekmakend systeem zinloos is en zal ze eindelijk kiezen voor een gezonde voeding door middel van lokale, agro-ecologische landbouw? Wij zijn alvast overtuigd van de noodzaak, jij ook?

Tim De Roeck is directeur van Solidagro, een organisatie die agro-ecologie centraal stelt als model voor duurzame landbouw, zowel in België als in de landen waar de organisatie actief is. Lokale partnerorganisaties wisselen onderling ervaringen uit en proberen in samenwerking met de lokale bevolking en de steun van Solidagro het lokale en nationale beleid te beïnvloeden.

Lieven Bauwens is voorzitter Pomona vzw, deze vereniging ondersteunt op alle mogelijke manieren Pomona cvba, een coöperatieve vennootschap die lokale gebruikers voorziet van een ruim aanbod aan ecologisch geproduceerde, kwalitatieve voeding en dit via herstellende landbouw realiseert.


______________________________________________________________________________

 



Biodiversiteit het vergeten broertje naast de klimaatverandering

IPS/MO*,
 17 MAART 2018

Van 17 tot 24 maart komen in de Colombiaanse stad Medellín 750 deskundigen en beleidsmakers uit 115 landen samen om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen. Het gaat om het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten, kortweg IPBES. De instelling verzamelt de laatste wetenschappelijke kennis om beleidsmakers te informeren. De werking is vergelijkbaar met wat het veel bekendere IPCC voor de klimaatverandering doet.

Waarnemers kijken vooral uit naar de publicatie van vijf belangrijke rapporten. ‘Samen zullen die vijf rapporten de belangrijkste bijdrage geven tot ons begrip van biodiversiteit en de ecosysteemdiensten die het milieu de mens biedt’, zegt voorzitter Robert Watson. ‘Ze zullen een nieuwe inkijk geven in de status van onze wereldwijde biodiversiteit en landkwaliteit, twee factoren die essentieel zijn voor onze kwaliteit van leven en gezonde, productieve ecosystemen.’

De rapporten die in de volgende dagen gepubliceerd worden, namen drie jaar aan studie in beslag. Ze zijn opgesteld door 550 wetenschappers uit meer dan honderd landen.

Vier van de studies schetsen een beeld van de biodiversiteit in de verschillende regio’s in de wereld: de Amerika’s, Azië en de Pacific, Afrika, Europa en Centraal-Azië. Het vijfde rapport gaat over landdegradatie en de verschillende remedies die daarvoor bestaan.
Op basis van die vijf rapporten wil IPBES tot een omvattende conclusie komen, die begin volgend jaar gepubliceerd moet worden. Het zal de eerste wereldwijde analyse zijn sinds het invloedrijke 2005 Millennium Ecosystem Assessment.

‘Biodiversiteit en de bijdragen die het milieu ons levert zijn essentieel voor onze economische vooruitgang, voedselzekerheid en levenskwaliteit’, zegt Watson. ‘Als een van de meest biodiverse landen ter wereld vormt Colombia het ideale decor voor IPBES.’

Povere staat
Een rapport van de VN-organisatie Unep uit 2016 doet weinig goeds vermoeden. Uit analyse van veertigduizend diersoorten over de hele wereld bleek dat de biodiversiteit er overal ter wereld zo sterk op achteruit gaat dat het functioneren van ecosystemen en daarmee de stabiliteit van de menselijke samenlevingen in gevaar komen. 



______________________________________________________________________________




De vergroening van India is goed voor de hele wereld (Opinie)

SEOUL, 12 maart 2018 (IPS) -

Als we vandaag inspanningen doen om India mee te begeleiden naar een ecologisch duurzame en sociaal inclusieve natie, zal dat meer dan 17 procent van de wereldbevolking ten goede komen, zegt Frank Rijsberman, directeur van het Global Green Growth Institute (GGGI). “Een duurzame toekomst voor India heeft impact op de hele wereld.”

Bij het Global Green Growth Institute (GGGI) wordt onze aandacht getrokken door de indrukwekkende economische prestaties van India en de vooruitgang die de meer dan 1,32 miljard mensen maken op het vlak van inkomsten en algemeen welzijn. Met een jaarlijkse groei van het bbp van ongeveer 7 procent wordt duidelijk dat dit gepaard moet gaan met een visie op duurzaamheid en sociale inclusie. Het moet onze grootste prioriteit zijn.

Groeipotentieel
Gezien het enorme groeipotentieel van India is het belangrijk om in groene oplossingen te voorzien om dit groeitempo te ondersteunen. Groene, CO2-arme oplossingen zijn van groot belang bij de uitbouw van de diensten die voorzien in schoon water, sanitaire voorzieningen en energie voor iedereen. Dit gaat hand in hand met de garantie op een veerkrachtige Indiase ecologie, het vermogen van het land om zich aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering en de mogelijkheid voor de armste mensen om ook deel te kunnen nemen aan economische activiteiten en daartoe kansen te kunnen grijpen.

Beleidskeuzes zijn belangrijk om veerkrachtige ecosystemen te bereiken. Sterke en groeiende economieën zien hun energiebehoefte immers mee stijgen. Als derde grootste energieverbruiker ter wereld doet India belangrijke pogingen om de toegang tot energie te verbeteren door middel van programma’s die elektriciteit naar het platteland brengen en gezinnen van elektriciteit voorzien.

Maar naarmate het energieverbruik in India groeit en de toegang tot elektriciteit van ongeveer 50 miljoen extra gezinnen werkelijkheid wordt, zullen de beslissingen van de overheid om de economie van het land te versterken, verregaande gevolgen hebben voor de duurzaamheid van India.

Innovatieve technologie
Het gebruik van moderne technologie om de uitstoot van broeikasgassen in toom te houden zal een groot verschil kunnen maken in het bereiken van een inclusieve en duurzame groei. De samenwerking tussen het GGGI, de Metropolitan Transport Corporation in Bangalore, en andere stakeholders om de eerste elektrische bussen in India te lanceren, is een mooi voorbeeld van hoe innovatie op lokaal niveau positieve resultaten kan teweegbrengen op vlak van energie-efficiëntie. Het succes van dit project is in lijn met de Intended Nationally Determined Contribution (INDC), de door het land vooropgestelde inspanningen om de CO2-uitstoot te verminderen en de energie-efficiëntie te verbeteren.

Succesvolle groene groeiprojecten, zoals het busproject in Bangalore, hebben impact op minstens twee belangrijke gebieden: het zijn succeservaringen en ze tonen de waarde aan van nationale overheden die prioriteit verlenen aan duurzaamheidskwesties; en wat nog belangrijker is, zij wijzen op de voordelen op langere termijn en op het rendement van groene projecten. Dit laatste is belangrijk omdat het meer investeringen kan aantrekken, en dus meer groei mogelijk maakt.

Zonne-energie
GGGI onderschrijft het belang van financiering van programma's die de voordelen van groene technologieoplossingen aantonen om het land van elektriciteit te voorzien. We ondersteunen de oprichting van een schuldfonds voor de realisering van een energiesector naast het elektriciteitsnet. We zullen doorgaan met de ontwikkeling van innovatieve financieringsmodellen om meer actoren te overtuigen om zich te engageren, met name de kleine en middelgrote ondernemingen die meestal enkel de enorme risico's zien.

Ontwikkelingsorganisaties en overheden kunnen samenwerken om hun gezamenlijke doel te bereiken. Zo heeft India een lovenswaardige stap gezet met de International Solar Alliance. Onze ervaring leert ons dat samenwerken met verschillende partners enorme voordelen biedt om een land te elektrificeren, in het bijzonder om de aanwezigheid van zonne-energiesystemen te vergroten, zelfs tot bij de meest marginale huishoudens.

Bij GGGI zien we een gezond ecosysteem wanneer investeerders, geldverstrekkers en ontwikkelingsinstellingen de financiële lasten delen. We streven er daarom naar om het aantal investeerders en fondsen dat zich inzet voor klimaatbestendige investeringen nog te vergroten. Het rapport Nieuwe Klimaateconomie bevestigt dat het Investeringsplatform voor Klimaatactie investeerders heeft aangetrokken met een gezamenlijk vermogen van 125.000 miljard dollar. Dit kan regeringen over de hele wereld inspireren om niet alleen op budgettaire middelen te vertrouwen.

Groene ambities waarmaken
De belangrijkste taak vandaag is om ervoor te zorgen dat landen gedurfde maatregelen nemen om de vermindering van de CO2-uitstoot te bereiken. We moedigen ambitieuze doelstellingen aan en voorzien in ondersteuning voor de implementatie ervan. India hecht veel belang aan duurzaamheid, technologieoverdracht en capaciteitsopbouw. Dit zijn essentiële ingrediënten om de groene ambities waar te maken. De International Solar Alliance is er om kennis te delen.

GGGI zal nauw samenwerken met de landen binnen deze zonne-alliantie. We zullen onze kennis en ervaring over duurzame energie delen met India en een platform aanbieden waar ook andere landen in de regio en de rest van de wereld informatie kunnen krijgen. Met deze inspanningen en de steun van de overheden om groene beleidskeuzes te maken, stellen we ons een duurzame, groenere planeet voor.

We hebben hoge verwachtingen van de alliantie maar zien erin ook een duurzame toekomst voor India, en voor de wereld, vervat. Want de duurzame groei schakelt vast en zeker een versnelling hoger door dit wereldwijde partnerschap.

Frank Rijsberman



______________________________________________________________________________




Overgewicht en obesitas zijn alarmerend hoog in Latijns-Amerika

MONTEGO BAY, 7 maart 2018 (IPS) -

Overgewicht en obesitas hebben een alarmerend niveau bereikt in Latijns-Amerika. De VN-voedselorganisatie vraagt dringend actie.

José Graziano da Silva, directeur-generaal van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de VN, vraagt de regeringen van Latijns-Amerika en de Caraïben dringend actie te ondernemen tegen overgewicht en obesitas.

“De honger uitbannen mag niet de enige bezorgdheid zijn in een regio waarin overgewicht 7 procent van de kinderen jonger dan vijf jaar treft en 20 procent van de volwassenen in 24 landen obees is,” zei hij bij de opening van de Regionale Conferentie voor Latijns-Amerika en de Caraïben. Die vindt deze week in Jamaica plaats en brengt vertegenwoordigers van 33 landen samen.

SDG 2
“We moeten tot echt duurzame voedselsystemen komen waarin productie, commercialisering, transport en consumptie van voedingsmiddelen een voedzame voeding garandeert”, aldus da Silva.

SDG 2, een van de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals of SDG’s) die de VN tegen 2030 willen halen, gaat niet enkel over honger en ondervoeding maar ook over andere vormen van slechte voeding. “De consumptie van lokale, verse producten die sterk bewerkte voedingsmiddelen vervangen, is eveneens van fundamenteel belang.”

Wereldwijde epidemie
Volgens de laatste gegevens van de FAO lijden wereldwijd meer dan 1,9 miljard mensen aan overgewicht. Daarvan zijn er 650 miljoen obees.

De Voedsel- en Landbouworganisatie spreekt van een “wereldwijde epidemie”, die ook ontwikkelingslanden steeds meer treft.

Vooral in Latijns-Amerika is de situatie zorgwekkend, zegt de FAO. Daar lijden 96 miljoen mensen aan obesitas.

Honger terugdringen
Bij de millenniumdoelen, de VN-doelstellingen voor 2015, was Latijns-Amerika een voorbeeld voor de wereld op het vlak van voeding. De regio haalde toen de twee doelstellingen om honger terug te dringen.

Volgens het Vooruitzicht voor Voedselzekerheid in Latijns-Amerika en de Caraïben 2017 is het aantal mensen met honger in de regio opnieuw gestegen, van 40 naar 42,5 miljoen.

Ondanks die achteruitgang maakt de FAO-topman zich sterk dat er voldoende politieke wil is om die trend te keren.



______________________________________________________________________________





Europa bevestigt: veelgebruikte pesticiden groot gevaar voor bijen

BRUSSEL, 28 februari 2018 (IPS) -

Drie veelgebruikte neonicotinoïden vormen wel degelijk een gevaar voor bijen. Tot die conclusie komt de Europese voedselwaakhond EFSA vandaag in een rapport.

De European Food Safety Authority consulteerde meer dan 700 studies over de impact van de stoffen op zowel honingbijen als hommels en solitaire bijen. Ze besluit dat zowel imidacloprid, clothianidine als thiamethoxam een groot gevaar vormen. Bovendien, stelt het rapport, zijn de beperkingen die de EU in 2013 instelde op het gebruik van de stoffen onvoldoende om de risico’s te vermijden.

Verbod
“De bewijzen zijn overweldigend dat bijen, en daarmee ook de planten en gewassen die ze bevruchten, groot gevaar lopen voor neonicotinoïden”, zegt Franziska Achterberg van Greenpeace in een reactie op het nieuws. “De nationale overheden moeten nu stoppen met aarzelen en een Europees verbod op de stoffen steunen als eerste stap om de catastrofale achteruitgang van de bijenpopulaties te stoppen.”

Vijf jaar geleden had de Europese Commissie al een tijdelijk verbod ingesteld op de stoffen, nadat enkele studies op de schade voor bijen hadden gewezen. Met het verbod wilde de commissie tijd kopen voor meer onderzoek, en daar is het nieuwe rapport het resultaat van.

De duidelijke conclusies van het rapport betekenen niet automatisch dat de stoffen ook verboden worden. EFSA heeft enkel een adviserende functie. Eind volgende maand bespreken de Europese lidstaten het dossier.

Bestuivers
Bijenpopulaties gaan er gestaag op achteruit, en dat is niet alleen slecht nieuws voor de honingproductie. De wereldwijde voedselproductie bestaat immers voor driekwart uit planten die minstens deels afhankelijk zijn van bestuiving om vrucht te dragen. Sommige van die gewassen, zoals koffie en cacao, zijn een belangrijke inkomstenbron voor ontwikkelingslanden.

Op sommige plaatsen in de wereld is nu al meer dan 40 procent van de bestuivende insecten bedreigd. De insecten hebben het moeilijk door verschillende oorzaken, waaronder de oprukkende monoculturen die geen ruimte laten voor wilde bloemen of gewassen die voedsel bieden voor bestuivende insecten.

Ook de klimaatverandering heeft een impact, vooral op hommels. Door de opwarming van de aarde verandert het territorium van zowel de planten als de insecten, en ook de bloeitijd van planten.

 


______________________________________________________________________________





Twee derde van Zuid-Soedanezen riskeert honger

BRUSSEL, 26 februari 2018 (IPS) -

Zonder humanitaire hulp riskeren zeven miljoen mensen in Zuid-Soedan ernstige honger. Daarvoor waarschuwen drie agentschappen van de Verenigde Naties.

Meer dan zeven miljoen Zuid-Soedanezen – bijna twee derde van de bevolking – lopen ernstig risico om de komende maanden onvoldoende eten te vinden. De kans op een hongersnood is hoger dan ooit, waarschuwen de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), Unicef en het Wereldvoedselprogramma (WFP) in een rapport vandaag.

Grootste voedselcrisis ooit
Als er niet snel wordt ingegrepen, zal dit de grootste voedselcrisis worden die Zuid-Soedan ooit heeft gekend, stelt het rapport.

In januari hadden 5,3 miljoen mensen – bijna de helft van het land – moeite om elke dag voldoende te eten te vinden. Volgens het rapport is dat een stijging van 40 procent ten opzichte van januari 2017.

De voedselproblemen in bepaalde delen van Zuid-Soedan zijn begonnen in februari vorig jaar. Humanitaire hulp en verbeterde toegang tot noodhulp hebben ertoe geleid dat een hongersnood werd afgewend. Maar een jaar later heeft de situatie zich niet hersteld en ziet ze er volgens de drie VN-organisaties momenteel heel slecht uit.

Zij vrezen vooral voor de moeilijke maanden, van mei tot juli, wanneer er weinig te oogsten valt.

Boeren ondersteunen
“Als we niet snel reageren op de signalen die we nu zien, wordt het een tragedie”, zegt Serge Tissot van de FAO in Zuid-Soedan. “Als we de boeren nu ondersteunen, kunnen ze zich nog voorbereiden en kan de verhoging van de lokale productie erger voorkomen.”

Voedseltekort in Zuid-Soedan is een probleem door het aanhoudende conflict dat het land in de ban houdt en wordt versterkt door de economische crisis, die de handel heeft afgeremd waardoor het tekort van lokale voedselproductie niet voldoende kan worden gecompenseerd.

Zuid-Soedan heeft naast deze problemen ook af te rekenen gehad met droogte en overstromingen. Ook de legerworm heeft een groot deel van de recente oogsten verwoest.

Als geen hulp wordt geboden, verwachten de VN-organisaties dat het aantal mensen met honger tussen februari en april zal stijgen tot 6,3 miljoen, en tussen mei en juli tot 7,1 miljoen. Hiervan zijn 1,3 miljoen kinderen jonger dan vijf jaar.

 


______________________________________________________________________________




Chefs zetten duurzaamheid op het menu

BRUSSEL, 26 februari 2018 (IPS) -

Met One Planet Plate wil de Sustainable Restaurant Association chefs overal ter wereld aansporen om een duurzaam gerecht op de menukaart te plaatsen. Klanten moeten zich zo meer bewust worden van de impact van hun dieet op de planeet.

De Sustainable Restaurant Association (SRA) is een Britse organisatie die wereldwijd ijvert voor meer duurzaamheid in de culinaire sector. Sinds de oprichting ervan in 2009 heeft de SRA de werkzaamheden uitgebreid van traditionele restaurants naar eethuizen, cafés, bedrijfsrestaurants en andere cateraars.

One Planet Plate
Met de nieuwe campagne, One Planet Plate, wil de SRA chefs overal ter wereld aansporen om een damn delicious maar duurzaam gerecht aan hun menukaart toe te voegen. Op die manier wil de SRA klanten meer bewust maken van de impact van onze voeding op de planeet.

De campagne wordt officieel gelanceerd op 24 maart maar krijgt nu al de aandacht en steun van grote namen waaronder de Israëlisch-Britse kok en auteur van kookboeken Yotam Ottolenghi.

Impact
Volgens de SRA geraakt de interesse van het publiek voor duurzaam eten in een stroomversnelling nu chefs meer experimenteren met vegetarische gerechten en wetenschappers meer en betere alternatieven voor vlees ontwikkelen. Met name de jonge, aankomende generatie stelt zich meer vragen bij de impact van de voedselproductie op de planeet en het ethische aspect van vleesconsumptie.

Als restaurants meegaan met die trend, is het voor hen een manier om een nieuwe generatie consumenten aan hen te binden.

Seizoensgebonden en traceerbaar
Chefs die een One Planet Plate op het menu plaatsen moeten volgens de SRA-campagne aan minstens één van de grote uitdagingen voor ons voedselsysteem voldoen: gebruik maken van lokale en seizoensgebonden producten, overwegend vegetarisch zijn, gebruik maken van kleinere porties vlees dat werd gekweekt volgens hoge ethische normen, duurzame vis serveren waarvan de afkomst traceerbaar is, in een oplossing voorzien voor eventuele voedseloverschotten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen zo laag mogelijk houden van de boerderij tot op het bord.

De lancering van de campagne op 24 maart valt samen met WWF’s Earth Hour, waarbij gezinnen en bedrijven worden opgeroepen om de verlichting en elektrische apparatuur die dag gedurende een uur te doven.



______________________________________________________________________________





Veel steden hanteren verkeerde klimaatdoelen

BRUSSEL, 19 februari 2018 (IPS) -

Veel steden hanteren verkeerde klimaatdoelen. Ze kijken alleen naar de uitstoot van wat er op hun grondgebied gebeurt, terwijl ze vooral naar die van hun consumptie moeten kijken, zeggen Britse onderzoekers.

Steeds meer steden schuiven eigen klimaatdoelen naar voren. Maar meestal kijken ze alleen naar de uitstoot van wat er op hun grondgebied gebeurt, de auto’s die er rijden, de huizen die verwarmd worden, de elektriciteit die nodig is.

Het Onderzoeksinstituut voor Duurzaamheid van de Universiteit van Leeds zegt dat deze productie-uitstoot maar een deel van het verhaal is. Ook de uitstoot van de consumptie door al die stedelingen speelt een grote rol, vaak zelfs een grotere rol dan de productie-uitstoot.

Fossiele brandstoffen
“We zien onze bijdrage aan klimaatuitstoot vaak in relatie tot onze directe consumptie van fossiele brandstoffen”, leggen de onderzoekers uit in een artikel op nieuwssite Medium. “De benzine waarmee we onze auto's voltanken, het gas dat onze verwarmingsketels voedt, de elektriciteit die onze lichten doet branden.

“Maar dit vertelt slechts een deel van het verhaal. We moeten ook rekening houden met de energie en uitstoot die nodig zijn om de goederen, diensten en infrastructuur te produceren op de plaatsen waar we wonen – zelfs als deze uitstoot aan de andere kant van de wereld plaatsvindt.”

Uitstoot migreert
Bij de productie van bijvoorbeeld al het eten dat een stad dagelijks consumeert, of van de materialen waarmee straten worden aangelegd en huizen worden gebouwd, komen elders in de wereld broeikasgassen vrij. In Londen is deze consumptie-uitstoot bijvoorbeeld dubbel zo groot als de productie-uitstoot.

Zeer weinig steden hebben deze consumptie-uitstoot berekend. En dat is gevaarlijk, zeggen de onderzoekers.

“Dit kan een probleem worden voor stedelijke beleidsmakers als de consumptie-uitstoot gaat stijgen terwijl de productie-uitstoot daalt, en ook voor de klimaatmitigatie in meer algemene zin als de uitstoot effectief migreert naar gebieden zonder doelstellingen of capaciteit om de uitstoot de verminderen.”

Rijkere steden, meer consumptie
De onderzoekers vergeleken de productie- en consumptie-uitstoot van steden in China, Groot-Brittannië en de VS.

Steden met een rijke dienstensector hebben een lagere productie-uitstoot dan steden met een stevige industriesector. Maar als je gaat kijken naar de consumptie-uitstoot, dan zie je net het tegenovergestelde. In industriesteden liggen de lonen lager dan in dienstensteden. Lagere lonen betekent minder consumptie, dus een lagere consumptie-uitstoot.

Steden met een rijke dienstensector mogen dus wel een lage productie-uitstoot hebben, door hun hogere consumptie zorgen ze elders voor een hogere productie-uitstoot.

Voor steden volstaat het daarom niet om het autoverkeer terug te dringen en huizen beter te isoleren, het is nog belangrijker om te kijken naar wat al die stadsbewoners bijvoorbeeld eten, welke kleren ze dragen en hoe ze zich van hun afval ontdoen.



______________________________________________________________________________




Toenemende behoefte aan melk in China heeft wereldwijde gevolgen

BRUSSEL, 16 februari 2018 (IPS) -

China heeft een toenemende honger naar melk. De melkconsumptie zal er in 2050 naar verwachting drie keer hoger liggen dan nu. Waar die melk geproduceerd moet worden is nog niet helemaal duidelijk.

Bijna een kwart van alle voedsel voor menselijke consumptie wordt vandaag internationaal verhandeld. Die handel in landbouwproducten heeft wereldwijd negatieve gevolgen voor het landgebruik en de uitstoot van broeikasgassen. De handel in veevoer (vooral soja en mais) is verantwoordelijk voor een groot deel van de wereldwijde ontbossing en de afname van biodiversiteit.

Tegen deze achtergrond is het dus niet alleen belangrijk om te bepalen waar de melk voor China wordt geproduceerd, maar ook waar het benodigde veevoer vandaan komt, stelt een internationaal onderzoeksteam uit China, Nederland, Nieuw-Zeeland, Groot-Brittannië en Oostenrijk. Als alle extra benodigde melk bijvoorbeeld in China zelf wordt geproduceerd, zal de invoer van veevoer zo ongeveer verviervoudigen, en de uitstoot van broeikasgassen verdubbelen.

Broeikasgassen en stikstof
Het team van onderzoekers onder leiding van Lin Ma van de Chinese Academy of Sciences, heeft berekend wat de toenemende melkconsumptie betekent voor onder andere de internationale handel in melk en veevoer, het landgebruik, en de uitstoot van broeikasgassen en stikstof.

Een eerste scenario dat de onderzoekers bekeken was dat waarbij 75 procent van de benodigde melk in China wordt geproduceerd (volgens de huidige werkwijze) en 25 procent wordt geïmporteerd uit Europa, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. Dat zou als resultaat hebben dat er in 2050 wereldwijd 30 procent meer grond nodig is om veevoer voor de melkveehouderij te verbouwen, met als gevolg dat de uitstoot van broeikasgassen uit de melkveehouderij met 35 procent zou toenemen, en die van stikstof uit de melkveesector met bijna 50 procent.

40 procent extra land
Een ander scenario houdt in dat alle extra benodigde melk in andere delen van de wereld zou worden geproduceerd en naar China geëxporteerd. Dat zou echter in Europa, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten leiden tot een gigantische toename van het benodigde areaal voor veevoer.

Alleen al in Europa zou daarvoor bijna 40 procent extra land in gebruik moeten worden genomen. Maar zo veel ruimte is niet beschikbaar zonder grote wijzigingen in het totale landgebruik in Europa. Bovendien zou de uitstoot van broeikasgassen en stikstof met enkele tientallen procenten toenemen, waardoor niet voldaan kan worden aan internationale milieurichtlijnen.

“Dat zijn dus geen realistische scenario’s”, zegt Gerard Velthof van Wageningen Environmental Research. “Als je de effecten op het milieu en het landgebruik zoveel mogelijk wil beperken, moet de efficiëntie van de melkproductie in China toenemen tot een niveau dat vergelijkbaar is met dat van toonaangevende landen op het gebied van de melkproductie, zoals Nederland.

“In vergelijking met de huidige werkwijze leidt dat tot een reductie van de uitstoot van broeikasgassen met zo’n 10 procent, en van het landgebruik met 30 procent. En hoewel dat grote uitdagingen met zich meebrengt, is het wel degelijk mogelijk”, stelt Velthof.

Graslandbeheer en mestproblematiek
Volgens Velthof  zijn er concrete verbeteringen mogelijk in het graslandbeheer en de omgang met de mestproblematiek in China.

Toch zullen ook na deze verbeteringen de mondiale emissies van broeikasgassen en stikstof uit de melkveesector met 20 tot 25 procent toenemen. “De voorspelde toename in de melkbehoefte in China zal hoe dan ook wereldwijd grote gevolgen hebben”, concludeert hij.





_____________________________________________________________________________






Overheden wereldwijd verwaarlozen hun steden

BRUSSEL, 9 februari 2018 (IPS)

Nationale overheden over de hele wereld verwaarlozen de noden van hun grootste steden. Dat blijkt uit onderzoek door het Stockholm Environment Institute (SEI).

Grote steden over de hele wereld kampen met een snelle bevolkingsgroei, toenemende mobiliteitsproblemen en groeiende ongelijkheid. Ze worden ook bedreigd door de klimaatverandering in de vorm van droogte, overstromingen en een stijgende zeespiegel.

Om die steden duurzamer te maken, is het beleid van het stadsbestuur niet voldoende, zegt het SEI. De steden hebben ook nood aan het juiste beleid van hun nationale overheden. Maar uit onderzoek van het instituut blijkt dat amper een kwart van de onderzochte landen expliciete plannen heeft om hun steden bij te staan. En als ze die al hebben, is het meestal niet voldoende om de steden echt klaar te maken voor de vele uitdagingen.

Nationale steun
Het rapport kijkt onder meer naar maatregelen op het vlak van energieproductie, transport, afvalbeheer en infrastructuur. Zo kunnen nationale investeringen in openbaar vervoer de levenskwaliteit van stedelingen enorm ten goede komen en de klimaatimpact van die steden aanzienlijk verminderen. Hetzelfde geldt voor steunmaatregelen voor elektrische auto’s.

“Het is tijd dat nationale overheden steden centraal stellen in hun nationale strategie”, zegt Derik Broekhoff, hoofdauteur van de studie. “Nationale overheden moeten nadenken over het beleid dat nodig is om hun landen en steden klaar maken voor de snelle urbanisatie en de uitdagingen van de klimaatverandering.”

“Stadsbesturen hebben steeds meer aandacht voor klimaatactie in sleutelsectoren zoals transport, energiebesparing en huisvesting”, zegt Amanda Eichel, directeur van het Global Covenant of Mayors for Climate & Energy. “Dit rapport toont aan dat een sterk partnerschap met het nationale niveau, en steun vanuit dat niveau, de steden nog beter positioneert om te werken aan een klimaatvriendelijke toekomst en economische groei in het hele land.”




______________________________________________________________________________




Wat Zuidelijk Afrika kan leren van andere landen over droogte

SASKATCHEWAN, 9 februari 2018 (IPS)

Landen in Zuidelijk Afrika moeten geïntegreerde plannen doordrukken om met de toenemende watertekorten om te gaan. Ze kunnen daarbij veel leren van de manier waarop landen als Israël en Australië dat hebben gedaan, schrijven Andrew Slaughter en Sukhmani Mantel, waterdeskundigen aan de universiteiten van Rhodes en Saskatchewan.

De neerslagpatronen zijn altijd erg wisselvallig geweest in Zuidelijk Afrika, met grote verschillen tussen de jaren en de verschillende regio’s.

De totale hoeveelheid jaarlijkse neerslag lijkt de voorbij eeuw niet erg veranderd in het gebied. Maar de neerslag is wel nog onvoorspelbaarder en meer veranderlijk geworden: droogte en overstromingen komen frequenter voor. Stadsbesturen, landbouwers en burgers moeten zich aanpassen aan die omstandigheden.

Specifieke situatie
De ervaringen van andere landen kunnen daarbij belangrijke lessen leren. Niet alle ideeën zijn toepasbaar, gezien de beperkte financiële middelen in de regio. Zo kunnen de landen in Zuidelijk Afrika zich geen dure infrastructuurprojecten veroorloven. En ook van de individuele gezinnen in de regio kan niet verwacht worden dat ze dure waterbesparende technologie aankopen. De regio moet dus kiezen voor eenvoudige, maar efficiënte oplossingen.

Sommige droge landen zijn gedwongen om nieuwe technologieën en strategieën te ontwikkelen om met de extreme droogte om te gaan. Australië en Israël bijvoorbeeld zijn veerkrachtiger geworden naarmate de klimaatverandering meer frequente droogtes heeft gebracht.

Twee derde van de oppervlakte van Israël bestaat uit woestijn en de rest van het land is aride. Toch heeft het land manieren gevonden om met watertekorten om te gaan. Hetzelfde geldt voor Australië, waar een aanhoudende droogte tussen 1997 en 2009 Melbourne dwong maatregelen te nemen om water te besparen. De inwoners begonnen anders met water om te gaan en doen dat nog steeds: ze gebruiken gemiddeld een kwart van het water in vergelijking met de gemiddelde inwoner van Californië.

Israël
Israël heeft gedurende meerdere decennia een gecentraliseerd waterbeheersysteem opgebouwd. Het heeft continu geïnvesteerd in technische innovaties, beter watergebruik en de ontwikkeling van plannen op lange termijn.

Onder de innovaties zijn een systeem waarbij het noorden water levert aan alle andere delen van het land, extreem diepe waterputten en ontziltingsinstallaties aan de kust. Israël recycleert ook afvalwater en spoort burgers aan om waterbesparende technologie te gebruiken.

Maar de grootste innovatie is te vinden op het vlak van irrigatie. Israël heeft een efficiënt druppelsysteem ontwikkeld dat het waterverbruik met 75 procent vermindert tegenover andere technieken.

Australië
Australië heeft dan weer wetten aangenomen die de federale overheid toelaten om Melbourne de nodige middelen te geven voor een geïntegreerd antwoord op de droogte. Er is ook meer macht voorzien voor een regionale waterbeheerder die samenwerking tussen de waterbedrijven, stedelijke instellingen en beheerders van reservoirs kan opleggen.

De overheid investeerde ook in infrastructuur, waaronder een pijpleiding en een ontziltingsinstallatie.

Gezinnen werden aangemoedigd om water te besparen met technologie en gedragswijzigingen. Er kwamen ook subsidies voor grijswatersystemen (met water dat relatief schoon genoeg is om opnieuw gebruikt te worden voor bijvoorbeeld een bad of de wasmachine - in tegenstelling tot afvalwater van het toilet) en regenwatertanks.

Er kwamen ook beperkingen op het watergebruik en simpele marketingelementen zoals grote bilboards met de stand van de reservoirs.
Tegen 2010 gebruikten de inwoners van Melbourne nog maar de helft van wat ze in 1997 gebruikten. En dat gedrag is niet meer veranderd: de stad is nu beter bestand tegen toekomstige periodes van droogte.

De weg vooruit voor Zuidelijk Afrika
Het is duidelijk dat ook Zuidelijk Afrika op verschillende fronten actie moet ondernemen. De landen moeten nieuwe wetgeving goedkeuren die een geïntegreerde aanpak mogelijk maakt.
Ze moeten investeren in infrastructuur en alternatieve bronnen van watervoorziening.
 
Onze eigen studie over hoe watermaatschappijen kunnen veranderen, hield rekening met de toekomstige klimaatverandering en ontwikkelingsnoden. We raden een adaptief beheer aan in combinatie met continue monitoring.

Een adaptief beheer draait om een beslissingsproces dat de manier van werken evalueert en aanpast aan de veranderende omstandigheden. Het houdt bijvoorbeeld voortdurend rekening met het beschikbare water door het variabele klimaat (aanbod) en de verbruikte hoeveelheid (vraag). Op die manier kunnen trends op het vlak van vraag en aanbod voorspeld worden op basis van de wetenschap, en kan met meer vertrouwen infrastructuur ontwikkeld worden.

Gedragsverandering
De regio moet ook investeren in innovatieve manieren om water te besparen. Dat houdt ook gedragsverandering in. Voorlichtingscampagnes op televisie of via reclamepanelen kunnen daarbij erg effectief zijn. Ook eenvoudige technologieën zoals regenwatertanks vormen een deel van de oplossing.

En landen in Zuidelijk Afrika moeten ook beter en efficiënter omgaan met het water dat ze hebben. Ze kunnen beter plannen, het afvalwater hergebruiken en de infrastructuur beter onderhouden om lekken en verspilling te vermijden.

De landbouw gebruikt grote hoeveelheden water: tot 70 procent van al het waterverbruik ter wereld. Overschakelen op technieken zoals druppelirrigatie kan heel wat water uitsparen.

Bron: The Conversation

Andrew Slaughter en Sukhmani Mantel

 

______________________________________________________________________________






Zuid-Soedan stevent af op grootste humanitaire ramp van Afrika

NEW YORK, 6 februari 2018 (IPS)

Zuid-Soedan is op weg om de grootste vluchtelingencrisis van Afrika te worden, zegt de VN-vluchtelingenorganisatie (Unhcr). “De humanitaire kosten van het conflict in Zuid-Soedan hebben epische proporties bereikt”, zegt VN-commissaris Filippo Grandi.

“Het conflict berooft Zuid-Soedan van de mensen die de belangrijkste pijler zijn voor een jong land. Ze zouden het land moeten opbouwen, niet het ontvluchten”, zegt Unhcr-hoofd Filippo Grandi.

De oorlog in Zuid-Soedan gaat zijn vijfde jaar in en heeft een op de drie mensen ontheemd en meer dan 2 miljoen mensen het land uit gejaagd.

Het aantal vluchtelingen zal aan het einde van het jaar waarschijnlijk de 3 miljoen overschrijden. Daarmee zou Soedan volgens de VN de grootste Afrikaanse vluchtelingencrisis worden sinds de genocide in Rwanda.

Oeganda
Op 30 januari riep de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) op dit jaar een bedrag van 103,7 miljoen dollar bijeen te brengen voor levensreddende hulp, herstel en migratie van de mensen die slachtoffer zijn van de oorlog in Zuid-Soedan.

De onveiligheid en het geweld dat in 2013 uitbrak heeft geleid tot honger en een humanitaire crisis waarbij 7 miljoen mensen hulp nodig hebben.

De Unhcr deed op zijn beurt een oproep voor 3,2 miljard dollar om zowel de intern ontheemden (IDP’s) als de vluchtelingen die in buurlanden zoals Oeganda verblijven, hulp te bieden.

Opendeurbeleid
Grandi prees het Oegandese “opendeurbeleid” waarbij dagelijks bijna vijfhonderd vluchtelingen het land binnenkomen. “Oeganda heeft het meest progressieve vluchtelingenbeleid van Afrika, en misschien wel de wereld”, zegt hij.

Oeganda telt inmiddels de grootste vluchtelingenpopulatie van Afrika, waaronder veel Zuid-Soedanezen. Deze vluchtelingen krijgen vaak een stukje land toegewezen waar ze voedsel kunnen verbouwen, hebben toestemming om te werken en toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en gerechtelijke diensten.

Vrouwen en kinderen
Als het conflict niet wordt opgelost, kan Oeganda echter eindigen met nog eens een kwart miljoen vluchtelingen extra en verdere druk op de al beperkte middelen.

“Werk alstublieft aan vrede”, zo riep Grandi onlangs de vechtende partijen op toen hij vluchtelingenkampen in Oeganda bezocht. “We kunnen deze hulpvaardigheid van het Oegandese volk niet onbeperkt voor vanzelfsprekend aannemen. Alle vluchtelingen die ik gesproken heb, hebben aangegeven terug te willen als er vrede is.”

Bijna 90 procent van de ontheemden zijn vrouwen en kinderen en bijna 65 procent is jonger dan achttien jaar. Vrouwen melden gevallen van seksueel geweld en andere vormen van geweld, inclusief ontvoering van kinderen.

Het Zuid-Soedanese vluchtelingenprogramma ontving tot nu toe slechts 33 procent van het benodigde geld voor 2017. “Zo lang het volk van Zuid-Soedan wacht op vrede, moet de wereld te hulp komen”, zei Grandi.

Tharanga Yakupitiyage





______________________________________________________________________________




“Klimaatslimme landbouw komt niet van de grond”

JOHANNESBURG, 11 januari 2018 (IPS) -

Klimaatslimme landbouwtechnieken, zoals het niet ploegen van de grond, vinden maar langzaam ingang in de wereldwijde landbouw. De VN-Voedsel- en Landbouworganisatie FAO pleit voor een stimuleringsbeleid.

De Zimbabwaanse boer Handrixious Zvomarima was verrast dat zijn bonenplanten het goed deden op grond die hij niet geploegd had. Sterker nog, zijn oogst verdriedubbelde, terwijl andere boeren nauwelijks opbrengst hadden als gevolg van droogte door El Niño.

 
Zvomarima woont in het district Shamva, 120 kilometer ten noordwesten van de hoofdstad Harare. Hij stapte over op niet-kerende grondbewerking, een methode uit de klimaatslimme landbouw die gestimuleerd wordt door de VN-Voedsel-en Landbouworganisatie (FAO). De FAO wil op deze manier de productiviteit verhogen en boeren weerbaarder maken tegen de klimaatverandering. Daarnaast moeten de klimaatslimme methoden waar mogelijk de uitstoot van broeikasgassen terugdringen.

Beleid blijft achter

“Beleidsmakers hebben een rol in het stimuleren van innovatie in de landbouw. Dat kan bijvoorbeeld door belastingvoordelen te introduceren om de kosten te verlagen en het rendement voor boeren te verhogen”, zegt Federica Matteoli, projectmanager bij de afdeling Klimaatverandering en Milieu van de FAO in Rome.

Het beleid moet volgens haar in overeenstemming gebracht worden met de doelen van klimaatslimme landbouw. Italië loopt volgens Matteoli voorop met onderzoek en het ontwikkelen van wetenschappelijk ondersteund beleid in relatie tot klimaataanpassing. Om klimaatslimme landbouw te laten slagen, moeten boeren volgens haar tijdig betrokken worden bij het innovatieproces en goede informatie krijgen. Ook ontbreekt het aan goede opleidingsprogramma’s en bewustwordingscampagnes.

Trage innovatie
Onderzoekers zeggen dat de klimaatslimme landbouwtechnieken effectief zijn en dat er een noodzaak is om ze snel te introduceren, omdat de klimaatverandering de landbouwproductie bedreigt. Tot de innovatieve technieken behoort ook de introductie van zaden en veerassen die beter tegen klimaatverandering kunnen, tijdige weersinformatie en weerindexverzekeringen. Maar voor het opschalen van klimaatslimme landbouw is beleid nodig en daaraan ontbreekt het.

Een andere Zimbabwaanse boer, Fugisai Masanga (44), bespaarde 150 dollar aan arbeidskosten door conservatielandbouw, wat valt onder klimaatslimme landbouw. Ze plantte maïs samen met bonenplanten (cowpea) die stikstof fixeren, duivenerwt en lablab. “Op deze manier telen we meer gewassen op hetzelfde veld”, zegt Masanga, moeder van vijf kinderen. “Een deel van de cowpea hebben we geoogst en zelf gebruikt. Binnenkort beginnen we aan de maïsoogst. Het komt allemaal van hetzelfde veld, dat we niet geploegd hebben.”

Zimbabwe heeft een nationaal investeringsraamwerk waarin conservatielandbouw erkend wordt als een duurzame methode voor klimaataanpassing. In Zuidelijk Afrika vinden de innovatieve technieken echter maar langzaam ingang, tot ergernis van wetenschappers. Enkele oorzaken daarvan zijn het gebrek aan goede machines en de extra tijd die het wieden van onkruid in de eerste jaren na de overstap vraagt.

Wereldwijde agenda
Diverse landen die het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 ondertekenden, hebben landbouw  opgenomen in hun nationale ontwikkelingsplannen en klimaatstrategie. Maar als er eenmaal een beleid is dat klimaatslimme technologie ondersteunt, moeten er bredere beleidsmaatregelen worden genomen, zegt Bruce Campbell, directeur van het CGIAR-Onderzoeksprogramma voor Klimaatverandering, Landbouw en Voedselzekerheid (CCAFS).

Hij wijst op het verbeteren van raamwerken voor weerindexverzekeringen, ICT-regulering zodat de verspreiding van mobiele telefoons en connectiviteit verbetert, en verbeteren van het ondernemersklimaat, zodat de private sector goed kan functioneren.

Wat levert het op
Voedselzekerheid heeft prioriteit, maar de landbouw is vergeleken met andere sectoren traag als het gaat om investeringen in zowel onderzoek als innovatie, zegt Campbell. De sector loopt volgens hem achter als het gaat om enthousiasme voor innovatie. “Als aan klimaatoplossingen wordt gedacht, denken mensen aan elektrische auto’s en windenergie. De landbouw moet beter zijn best doen en ook beter communiceren over de geweldige innovaties die er al gaande zijn.”

Maar daarvoor is geld nodig, en dat is er niet in de sector. De wereldwijde kosten voor klimaataanpassing in de landbouw worden geschat op 7 tot 12,6 miljard dollar per jaar, maar slechts 2,5 procent van de publieke financiering voor het klimaat gaat naar landbouw. Het grootste deel van de financiering zal moeten komen uit private bronnen, waardoor het dringend noodzakelijk is dat landbouwmarkten goed gaan functioneren in Afrika. Momenteel is Afrika een netto-voedselimporteur, met jaarlijks meer dan 50 miljard dollar aan import.

Jongeren en vrouwen
“Zonder goede beleidsomgeving bereiken we niet veel”, zegt Oluyede Ajayi, programmacoördinator bij het Technical Centre for Agricultural and Rural Cooperation (CTA). CTA, dat gevestigd is in Wageningen, heeft onlangs voor 1,5 miljoen euro een project gelanceerd om 150.000 kleine boeren in Malawi, Zambia en Zimbabwe te helpen zich aan te passen aan de klimaatverandering.

Stabiel en duidelijk beleid is nodig om publieke investeringen te stimuleren, zoals in weerstations, datakwaliteit en opleiding, zegt Ajayi. “De overheid en private sector moeten samenwerken om klimaatslimme landbouw op te schalen. Daarbij moet ook voldoende aandacht worden besteed aan jongeren en vrouwen.”

Kritiek
Het concept klimaatslimme landbouw is oorspronkelijk ontwikkeld door de FAO en de Wereldbank. Zij zien het als een manier om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, aanpassing door te voeren (gewassen die beter bestand zijn tegen het veranderende klimaat) en de opbrengst te verhogen.

De ngo ActionAid beweert echter dat er verwarring heerst over de betekenis en voordelen van klimaatslimme landbouw. Een aantal industrielanden (met name de VS) en een aantal agribusinessbedrijven zijn momenteel de belangrijkste promotors van het concept, zegt ActionAid. Sommige overheden en ngo’s maken zich volgens ActionAid ook zorgen dat klimaatslimme landbouw zich gaat vertalen in verplichtingen voor ontwikkelingslanden om een “oneerlijke mitigatielast” op hun schouders te nemen. Hun landbouwsystemen hebben het minst bijgedragen aan het klimaatprobleem, terwijl mitigatieverplichtingen hun mogelijkheden om zich effectief aan te passen aan de klimaatverandering, kunnen hinderen.
“Uiteindelijk is het niet mogelijk om te garanderen dat klimaatslimme landbouw echt slim is voor het klimaat, de landbouw of boeren”, stelt ActionAid.

Hoewel er discussie bestaat over de voor- en nadelen van klimaatslimme landbouw, hebben technieken zoals conservatielandbouw de productiviteit voor boeren zoals Zvomarima verbetert. “Conservatielandbouw heeft mij goede resultaten opgeleverd. En ik ben ervan overtuigd dat mijn oogsten alleen maar beter zullen worden, naarmate ik de methoden meer toepas”, zegt hij.

Busani Bafana
11 januari 2018










______________________________________________________________________________